Moeten de meerderheidspartijen in het Vlaams Parlement een als volgt luidend voorstel van decreet indienen ?
VOORSTEL VAN BIJZONDER DECREET
Artikel 1. Dit bijzonder decreet regelt een gewestaangelegenheid als bedoeld in artikel 39bis van de Grondwet.
Art. 2. Binnen veertig dagen na een gunstige beslissing van het Grondwettelijk Hof, zoals bedoeld in artikel 30ter van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, worden al de in het Vlaams Gewest verblijvende Belgen, regelmatig ingeschreven op de kiezerslijsten opgemaakt voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, opgeroepen om met JA of NEEN te antwoorden op de volgende vraag:
"Zijt U de mening toegedaan dat het onverdoofd slachten van dieren altijd en overal en ook om religieuze redenen moet verboden worden ?"
Art. 3. De voor de verkiezing van het Vlaams Parlement geldende wettelijke bepalingen betreffende de kiezers, de kiescolleges, het bijeenroepen der kiezers, de kiesverrichtingen, de bestraffing en de sancties op de stemplicht zijn van kracht bij deze raadpleging.
De kandidaten die bij de verkiezingen van 25 mei 2014 voor het Vlaams Parlement werden voorgedragen, mogen een werkelijk getuige en een plaatsvervangend getuige per lijst en per bureau aanwijzen om de stemverrichtingen, het verzamelen der stembiljetten en de stemopneming bij te wonen.
De stemopneming zal geschieden in de hoofdplaats van ieder kieskanton.
De Vlaamse Regering bepaalt bij besluit de nadere regels voor de organisatie van de volksraadpleging.
Art. 4. De Raad van State doet in algemene vergadering uitspraak over de bezwaren die tegen de onregelmatigheden der verrichtingen van de volksraadpleging ingediend worden door de in het vorige artikel bedoelde kandidaten en door eenieder die aan de raadpleging heeft deelgenomen.
De bezwaren worden voor de Raad van State gebracht binnen tien dagen na de bekendmaking van de uitslagen van de volksraadpleging in het Belgisch Staatsblad en in de vormen voorgeschreven voor de beroepen bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
De Raad van State doet uitspraak binnen dertig dagen na het verstrijken van de in het vorige lid bepaalde termijn. Hij kan beslissen dat er in de kieskantons die hij aanwijst opnieuw gestemd zal worden.
De nadere regels van de rechtspleging welke dienen gevolgd te worden, kunnen worden gesteld bij een besluit van de Vlaamse Regering.
Art. 5. De uitslagen van de volksraadpleging alsook de processen-verbaal en de betwiste stembiljetten als bedoeld bij artikel 177 van het Kieswetboek, worden door het hoofdbureu van de kieskring toegezonden aan de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, die de uitslagen zal samentellen en ze ter kennis zal brengen van de voorzitter van het Vlaams Parlement, van de Minister-president van de Vlaamse Regering en van de Vlaamse minister van Dierenwelzijn.
De uitslagen worden door de zorgen van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De uitslagen worden bekendgemaakt per kieskanton, per kieskring en voor het Vlaams Gewest.
Art. 6. De voorzitter van het Vlaams Parlement is, voor wat de toepassing van artikel 30ter van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof betreft, belast met de uitvoering van dit bijzonder decreet.
Art. 7. Dit bijzonder decreet treedt in werking de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Het treedt buiten werking wanneer het Grondwettelijk Hof beslist dat de in artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bedoelde normen alsmede de voorwaarden en nadere regels bepaald door of krachtens artikel 39bis van de Grondwet niet zijn nageleefd door dit bijzonder decreet.