Archief - Gerechtelijk strafwetboek: verklaring artikels?

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

Xuod

Legacy Member
Kzit dus met een probleem.

Een vriend is opgepakt en zijn vader heeft opgebeld maar weet niet voor welke reden het juist is, hij heeft te horen gekregen dat het artikel 33,34 en 35 is van het gerechtelijk strafwet(of punt? :confused: )boek is...

Iemand die deze artikelen misschien kent? Of kan iemand me een link geven voor de lijst van deze artikelen. Door te google krijg ik zo artikels die er niets mee te maken hebben(zoals voetbal gedoe enzo :s )

Da van 33 heb ik al gevonden(als het dees is)

-2. Artikel 33, 1°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie bepaalt:
-Art. 33. § 1. Het is verboden de volgende apparatuur te houden, te commercialiseren of te gebruiken : 1° apparatuur waarvan het gebruik onverenigbaar is met één of meerdere van de volgende bepalingen :
a) de artikelen 41 en 124 ;
b) de artikelen 259bis en 314bis van het Strafwetboek

Hopelijk iemand die hierover meer weet.

Mvg,

metaphore

Legacy Member
der zit hier wel wa volk da rechten doe dus volgens mij kunnen die da feilloos voor u opzoeken en vertalen naar duidelijke taal :)

wel zuur da ge wordt opgepakt zonder da ge weet voor wa :s

Xuod

Legacy Member
Art. 35.

§ 1. De in artikel 36 bedoelde inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van vijftig tot tienduizend frank, vermeerderd met de opdeciemen, of met één van die straffen alleen, onverminderd de eventuele schadevergoeding.

De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, waaronder ook hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op die inbreuken van toepassing.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 56 van het Strafwetboek, mag de straf in geval van herhaling binnen twee jaar na de veroordeling echter niet lager zijn dan het dubbele van de straf die vroeger wegens dezelfde inbreuk werd uitgesproken.

§ 3. Bij veroordeling wegens vervoer van zaken tegen vergoeding verricht met een voertuig waarvoor geen vervoervergunning werd afgegeven overeenkomstig de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten :

1° kan de rechter de verbeurdverklaring of de tijdelijke vastlegging van het voertuig bevelen;
bij tijdelijke vastlegging stelt de rechter vast hoe lang deze zal duren en op welke plaats het voertuig, op kosten en op risico van de eigenaar, aan de ketting zal worden gelegd;

2° worden de schadevergoedingen toegekend aan de burgerlijke partij, bevoorrecht op het voertuig dat voor het plegen van de inbreuk heeft gediend. Dit voorrecht neemt rang in onmiddellijk na het voorrecht bedoeld in artikel 20, 5° van de hypotheekwet van 16 december 1851.

§ 4. In afwijking van artikel 43, eerste lid van het Strafwetboek kan de verbeurdverklaring van het voertuig wegens inbreuk op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten slechts in het in § 3 bepaalde geval worden uitgesproken.

[§5 De politierechtbanken zijn bevoegd voor de in artikel 36 bedoelde inbreuken.] (toegevoegd Wet 24-03-2003 BS. 08-4-2003)


Art. 36.

De schending van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten wordt strafbaar gesteld wanneer zij de bepalingen betreft inzake :

1° de verplichting houder te zijn van een geldige vervoersvergunning overeenkomstig de artikelen 5, §§ 1 en 6 evenals, in de door de Koning bepaalde gevallen, krachtens artikel 22, § 1, 2°;

2° de krachtens de artikelen 9, 2° en 12, § 1, 10°, a) door de Koning vastgestelde termijnen inzake betrouwbaarheid en vakbekwaamheid;

3° de verplichting tot daadwerkelijke en permanente leiding van de werkzaamheden van de onderneming door de persoon die werd aangeduid om er, overeenkomstig artikel 10, zijn vakbekwaamheid te doen gelden;

4° de krachtens artikel 14, § 1, 6° door de Koning vastgestelde verplichtingen van de borgen;

5° de krachtens artikel 22, § 1, 6° door de Koning vastgestelde verplichting de vervoersvergunningen terug te geven die het voorwerp hebben uitgemaakt van een beslissing tot intrekking;

6° de krachtens artikel 22, § 1, 7° door de Koning vastgestelde voorschriften inzake de geldigheid van de vervoervergunningen;

7° de krachtens artikel 22, § 1, 8° en 9° door de Koning vastgestelde verplichtingen inzake de betaling van de retributies;

8° de eventueel krachtens artikel 22, § 1, 12° door de Koning vastgestelde verplichting tot het verstrekken van statistische gegevens;

9° de door artikel 23 vastgestelde verplichting een vrachtbrief op te maken, alsook de daarmee gepaard gaande verplichtingen vastgesteld door de Koning krachtens artikel 24;

10° de toegang van de in artikel 25 bedoelde ambtenaren tot de voertuigen en het onroerend goed, overeenkomstig artikel 26, § 1;

11° het bijhouden en het overleggen aan de in artikel 25 bedoelde ambtenaren van welbepaalde informatie en documenten, alsook de oproeping door deze ambtenaren, overeenkomstig [ artikel 26, § 2, 3 en 4 ] (gewijzigd Wet 24-03-2003 BS. 08-4-2003) en artikel 28.

is da da? :s

SweetEmmaRose

Legacy Member
als da van het belgisch boek is wel
keb verleden week nog zo'n boekske in mijn hande gehad in de klas. ga misschien is kijken waar ge er zoeen kunt kopen
of bel trug naar de politie

VinceFeet

Legacy Member
Zijn ze normaal niet verplicht de vader te vertellen waarom zijn zoon is opgepakt? Dat is toch niet meer dan menselijk denk ik dan.

Xuod

Legacy Member
kheb met die pa gesproken en die zei dat het van de GERECHTELIJK WETBOEK is maar da kan volgens mij ni(tenminste niet als ge kijkt naar deze artikels):

Art. 33. De betekening geschiedt aan de persoon, wanneer het afschrift van de akte aan de geadresseerde zelf wordt ter hand gesteld.
De betekening aan de persoon kan aan de geadresseerde worden gedaan op iedere plaats waar de gerechtsdeurwaarder hem aantreft.
Indien de geadresseerde het afschrift van de akte weigert in ontvangst te nemen, stelt de gerechtsdeurwaarder die weigering vast op het origineel en de betekening wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan.

Art. 34. De betekening aan een rechtspersoon wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan, wanneer het afschrift van de akte is ter hand gesteld aan het orgaan dat of de aangestelde die krachtens de wet, de statuten of een regelmatige opdracht bevoegd is om de rechtspersoon, zelfs samen met anderen, in rechte te vertegenwoordigen.

Art. 35. Indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, geschiedt zij aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel.
Het afschrift van de akte wordt ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde.
Het mag niet worden ter hand gesteld aan een kind dat geen volle zestien jaar oud is.
De commissaris van politie moet aan de optredende gerechtsdeurwaarder de plaats aanwijzen waar de partij verblijft, wanneer die hem bekend is en de partij geen woonplaats heeft.

buiten het feit dak bijna niks begrijp lijkt het niet dat er een daad of straf staat ofzo... :s

Rikkie

Legacy Member
ik vind ook dit, maar wordt je ook niet veel wijzer uit.

Art. 33. De hoven en rechtbanken kunnen, in de gevallen bij de wet bepaald, de tot correctionele straffen veroordeelden voor een termijn van vijf jaar tot tien jaar, geheel of ten dele ontzetten van de uitoefening van de rechten genoemd in artikel 31.
Art. 34. De tijd van de ontzetting, bij het vonnis of het arrest van veroordeling bepaald, gaat in op de dag dat de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of dat zijn straf verjaard is.
Bovendien heeft de ontzetting haar gevolgen met ingang van de dag waarop de op tegenspraak of bij verstek gewezen veroordeling onherroepelijk is geworden.
(De ontzetting die is uitgesproken ten aanzien van een veroordeelde die overeenkomstig de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie voor de tenuitvoerlegging van zijn straf volledig of gedeeltelijk uitstel heeft verkregen, gaat in op de dag waarop het uitstel begint te lopen zolang dat niet wordt herroepen.) <W 2003-12-22/42, art. 380, 047; Van kracht : 10-01-2004, is vanaf zijn inwerkingtreding van toepassing, ook voor de veroordeelde personen die uitstel genieten of genoten hebben>
Onderafdeling II. - (Staffen aan misdaden en wanbedrijven gemeen, toepasselijk op rechtspersonen). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/60, art. 6; Van kracht : 02-07-1999>
Art. 35. <W 1999-05-04/60, art. 6, 024; Van kracht : 02-07-1999> Ontbinding kan door de rechter worden uitgesproken, wanneer de rechtspersoon opzettelijk is opgericht om de strafbare werkzaamheden te verrichten waarvoor hij wordt veroordeeld of wanneer hij opzettelijk van zijn doel is afgewend om dergelijke werkzaamheden te verrichten.
Wanneer de rechter de ontbinding uitspreekt, verwijst hij de zaak naar het gerecht dat bevoegd is kennis te nemen van de vereffening van de rechtspersoon

Greetz

Rikkie

Legacy Member
Als je nu is de notitienummer van het parket wist hé! Ik zou de eerste 4 tekens moeten weten van die nummer en dan weet ik waarschijnlijk wel van wat hij wordt beschuldigd.

Welk gerechtelijk arrondissement is het?

Greetz, Rikkie

Rikkie

Legacy Member
Lees dit ook eens, dit zou al wat meer duidelijkheid moeten verschaffen:

Art. 314. <W 1993-12-24/37, art. 66, 011; Van kracht : 01-05-1997> Zij die bij toewijzingen van de eigendom, van het vruchtgebruik of van de huur van roerende of onroerende zaken, van een aanneming, van een levering, van een bedrijf of van enige dienst, de vrijheid van opbod of van inschrijving door geweld of bedreiging of door schenkingen of beloften of door gelijk welk ander frauduleus middel belemmeren of storen, worden gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van honderd frank tot drieduizend frank.

Art. 259bis. <Ingevoegd bij W 1994-06-30/49, art. 1; Van kracht : 03-02-1995> § 1. Met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en met geldboete van vijfhonderd frank tot twintigduizend frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft ieder openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die, naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft :
1° ofwel, opzettelijk, met behulp van enig toestel privé-communicatie of -telecommunicatie, waaraan hij niet deelneemt, tijdens de overbrenging ervan, afluistert of doet afluisteren, er kennis van neemt of doet van nemen, opneemt of doet opnemen, zonder de toestemming van alle deelnemers aan die communicatie of telecommunicatie;
2° ofwel, met het opzet een van de hierboven omschreven misdrijven te plegen, enig toestel opstelt of doet opstellen;
3° ofwel, wetens, de inhoud van privé-communicatie of -telecommunicatie die onwettig afgeluisterd of opgenomen is of waarvan onwettig kennis genomen is, onder zich houdt, aan een andere persoon onthult of verspreidt, of wetens enig gebruik maakt van een op die manier verkregen inlichting.
§ 2. Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd frank tot dertigduizend frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft ieder openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die, naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, gebruik maakt van een wettig gemaakte opname van privé-communicatie of -telecommunicatie.
§ 3. Poging tot het plegen van een der misdrijven bedoeld in § 1 of § 2 wordt gestraft zoals het misdrijf zelf.
§ 4. De straffen gesteld in de §§ 1, 2 en 3 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak van een vonnis of een arrest houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten beoogd in artikel 314bis, §§ 1, 2 of 3, dat in kracht van gewijsde is gegaan.
§ 5. (De bepalingen van § 1, 1° en 2°, zijn niet van toepassing op het onderscheppen, het afluisteren, het kennisnemen of het opnemen door de Algemene Dienst inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht van elke vorm van communicatie uitgezonden in het buitenland zowel om redenen van militaire aard in het kader van de opdrachten gedefinieerd in artikel 11, § 2, 1° en 2°van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst als om redenen van veiligheid en bescherming van onze troepen en van deze van onze geallieerden tijdens opdrachten in het buitenland en van onze onderdanen die in het buitenland gevestigd zijn, zoals gedefinieerd in hetzelfde artikel 11, § 2, 3° et 4°.) <W 2003-04-03/52, art. 2, 043; Van kracht : 12-05-2003>

misschien politiekanaal afgeluisterd of zo?

Greetz

dJeez

Legacy Member
Het gaat per toeval toch niet over de verkeerswet? Indien wel : uw vriend heeft in beschonken toestand een vluchtmisdrijf gepleegd.

Vluchtmisdrijf : art. 33 Wet 16.03.1968
Alcoholintoxicatie : art. 34 § 1 en § 2/1° Wet 16.03.1968
Dronkenschap : art. 35 Wet 16.03.1968

http://www.wegcode.be/wet.php?wet=42&node=tIVhfstIV

Rikkie

Legacy Member
dJeez zei:
Het gaat per toeval toch niet over de verkeerswet? Indien wel : uw vriend heeft in beschonken toestand een vluchtmisdrijf gepleegd.

Vluchtmisdrijf : art. 33 Wet 16.03.1968
Alcoholintoxicatie : art. 34 § 1 en § 2/1° Wet 16.03.1968
Dronkenschap : art. 35 Wet 16.03.1968

http://www.wegcode.be/wet.php?wet=42&node=tIVhfstIV

dat lijkt er al meer op ! Tja, 't is te hopen dat em niemand gekwetst heeft, want anders zou het wel is richting gevangenis kunnen gaan.

Greetz

NapalmBenny.

Legacy Member
dJeez zei:
Het gaat per toeval toch niet over de verkeerswet? Indien wel : uw vriend heeft in beschonken toestand een vluchtmisdrijf gepleegd.

Vluchtmisdrijf : art. 33 Wet 16.03.1968
Alcoholintoxicatie : art. 34 § 1 en § 2/1° Wet 16.03.1968
Dronkenschap : art. 35 Wet 16.03.1968

http://www.wegcode.be/wet.php?wet=42&node=tIVhfstIV

Mja lol, bezopen vluchtmisdrijf plegen :D:D, dan ben je echt wel *****en, betalen tot uw 500ste verjaardag
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan