De deadline voor de papieren aangifte nadert... Veel beleggers worstelen nog met de vraag of ze de meerwaarde op aandelen moeten aangeven. Alles hangt af van het type belegger dat u bent.
Veel beleggers zullen even blijven haperen bij vak XV – code 1169-92 op de aangifte. Daarin moet u de meerwaarde op aandelen aangeven. Nogal wat beleggers gaan ervan uit dat de meerwaarde op aandelen niet belast wordt. Fout. Tot januari 2009 was dat de regel. Alleen wanneer de fiscus kon bewijzen dat de aandelentransacties niet vielen onder de noemer ‘normaal beheer van een privévermogen’, was 33 procent belasting (exclusief gemeentebelasting) verschuldigd op de gerealiseerde meerwaarde.
Een wetswijziging heeft dat principe omgedraaid. Sinds januari 2009 is elke meerwaarde op aandelen belastbaar, tenzij de transacties worden beschouwd als normaal beheer. Daarmee ligt de bewijslast niet langer bij de fiscus, maar wel bij de belegger.
LEES OOK: De 5 beste tips voor uw belastingaangifte
Normaal beheer
Nergens in de wet wordt omschreven aan welke criteria u moet voldoen om van ‘normaal beheer’ te kunnen spreken, noch wordt een sluitende definitie gegeven. Beleggers zijn daarmee vooral aangewezen op hun buikgevoel om uit te maken of ze de gerealiseerde meerwaarde moeten aangeven in hun aangifte.
Als u een deel van uw spaarcenten gebruikt om een hoger rendement te halen op de beurs en de aandelen voor langere termijn aanhoudt, voldoet u in principe aan het criterium van ‘normaal beheer’. Anders zit het met beleggers die geld lenen om aandelen te kopen of wanneer er een korte tijdspanne verloopt tussen de aan- en verkoop. Voor de fiscus stemmen dergelijke transacties niet overeen met het beheer van een ‘goede huisvader’. De fiscus beschouwt zulke transacties als speculatief en dus belastbaar.
Die problematiek zit op fiscaal vlak dus nog steeds in een grijze zone. Bij onenigheid is het de interpretatie van een rechter die uiteindelijk de doorslag geeft.
LEES OOK: 20 belastingtermen die u moet kennen
Aandelenruil
Een ander heikel punt is de ‘interne meerwaarde’. Die ontstaat als u aandelen van een eigen werkmaatschappij verkoopt aan of inbrengt in een eigen (nieuw opgerichte) holding. Dergelijke constructies worden vaak opgezet bij vermogens- of successieplanning. Bij de verkoop van een participatie is er voor de fiscus sowieso geen sprake van normaal beheer, bij de inbreng van aandelen is dat alleen het geval als aan uiteenlopende voorwaarden wordt voldaan. Die voorwaarden zijn er vooral op gericht te voorkomen dat er 3 jaar lang na de inbreng geld uit de vennootschap kan vloeien naar aandeelhouders of privépersonen.
Tarief
De meerwaarde op aandelen die valt buiten het ‘normaal beheer van privévermogen’, wordt belast tegen 33 procent (+ gemeentelijke opcentiemen). Nieuw is dat de volledige meerwaarde belast wordt. Tot begin vorig jaar konden beleggers commissie- en makelaarslonen, transactiekosten of beurstaksen aftrekken van het belastbaar inkomen. Dat is niet langer het geval. De belastbare meerwaarde is gelijk aan het verschil tussen de ontvangen waarde bij de verkoop van aandelen en de oorspronkelijke aanschaffingsprijs. Die meerwaarde wordt belast in het jaar waarin ze wordt gerealiseerd.