Archief - Erfbelasting bij algehele gemeenschap van goederen

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

pxroyy

Legacy Member
Goeiedag allemaal!

Ik studeer financie- en verzekeringswezen en voor mijn eindwerk heb ik een nogal moeilijke financiële case.

Tijdens het oplossen van de vragen stootte ik op iets waar ik nergens antwoord op vond... Niet in mijn cursussen en niet op internet. Daarom hoop ik dat ik hier misschien hulp kan vinden.

De case gaat over een koppel dat onder algehele gemeenschap van goederen getrouwd is.
Mijn vragen aan jullie:

- Is onder dit huwelijkscontract een langst-leef-albeding mogelijk en wat voor nut heeft dit eigenlijk? Aangezien de goederen binnen het gemeenschappelijk vermogen toch sowieso allemaal in volle eigendom naar de langstlevende echtgenoot gaan?

- Indien er geen langst-leef-albeding is opgenomen in het huwelijkscontract (als dit al mogelijk zou zijn), moet de langstlevende echtgenoot dan erfbelasting betalen op het deel van het gemeenschappelijk vermogen van de overledenen? Zo ja, is dit gewoon op 50% van de gemeenschap?

Hopelijk kan iemand mij hierbij helpen. Het is namelijk nogal dringend...

Vriendelijk bedankt!

botchla

Legacy Member
Ik zal u helpen met uw huiswerk, echter dit is allemaal vrij eenvoudig terug te vinden in (waarschijnlijk) uw cursus en al zeker op het internet. Het is belangrijk dat je die dingen zelf opzoekt omdat je dan de context beter begrijpt.

Wettelijk stelsel (standaard)

Alles voor het huwelijk is nog apart, alle goederen vanaf het huwelijk zijn gemeenschappelijk. Wanneer de partner sterft zonder een keuzebeding dan wordt de helft van het gemeenschappelijk vermogen de successie (vruchtgebruik weduw(e)(naar) en blote eigendom voor erfgenamen). De blote eigenaar zal de successierechten verschuldigd zijn.

Een keuzebeding kan ervoor zorgen dat de weduwe/weduwnaar de volle erfgenaam wordt in plaats van dat deze enkel het vruchtgebruik erft, deze betaalt dan ook belasting op de erfenis.

Het stelsel van het keuzebeding is fiscaal nadelig omdat de "uiteindelijke" erfgenamen twee maal belast zullen worden op de nalatenschap, eerst op 50% die bij de weduwe/weduwnaar terecht komt en daarna nog eens op de 100% die van de moeder naar de uiteindelijke ergenamen vloeit. Enkel aan te bevelen in geval van een vorm van vertrouwensbreuk tussen de partner en de erfgenamen.

Algehele gemeenschap (notarieel)

Alle goederen zijn gemeenschappelijk in het huwelijk, zowel deze van voor als na het huwelijk. Biedt meteen ook de ruimste kansen qua bevoordeling langstlevende echtgenoot.

Op zich is het principe hetzelfde als hierboven, namelijk de helft van het gemeenschappelijk vermogen gaat in vruchtgebruik naar de langstlevende echtgenoot en de blote eigendom naar de erfgenamen. Het verschil met hierboven is dat het keuzebeding ale goederen kan verdelen gezien alles in de gemeenschap zit, er wordt geen onderscheid gemaakt tussen goederen die toebehoorden aan de overledene voor het huwelijk.


Dus om op jouw vragen te beantwoorden:

Het keuzebeding is mogelijk in dit huwelijksstelsel en heeft hetzelfde nut als bij het wettelijk stelsel, maar de nalatenschap omvat ook alles van voor het huwelijk. De langstlevende echtgenoot krijgt alles in volle eigendom en is dus ook schuldenaar van de erfbelasting.

pxroyy

Legacy Member
botchla zei:
Op zich is het principe hetzelfde als hierboven, namelijk de helft van het gemeenschappelijk vermogen gaat in vruchtgebruik naar de langstlevende echtgenoot en de blote eigendom naar de erfgenamen. Het verschil met hierboven is dat het keuzebeding ale goederen kan verdelen gezien alles in de gemeenschap zit, er wordt geen onderscheid gemaakt tussen goederen die toebehoorden aan de overledene voor het huwelijk.

1. Als het eenvoudig te vinden was had ik of mijn vriendin die rechten studeert het wel gevonden.
2. Op bovenstaande quote vind ik dan wel een contradictie met Notaris.be

"Zijn de echtgenoten gehuwd onder het stelsel van de algehele gemeenschap van goederen? Dan gaat alles naar de langstlevende in volle eigendom. Er bestaat in dat geval alleen een gemeenschappelijk vermogen en er zijn geen eigen goederen van de overledene."
Bron: https://www.notaris.be/erven-schenk...eden/erfrecht-van-de-langstlevende-echtgenoot

Daarom mijn vraag: Welk nut heeft een langst leeft albeding bij een huwelijkscontract met algehele gemeenschap van goederen.
en daarom vroeg ik me ook af of de langstlevende echtgenoot inderdaad wel erfbelasting moest betalen, of dit eerder een systeem was zoals bij 'het aangroeien van het vruchtgebruik bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot'.
Er moet dus erfbelasting betaald worden. Is dit dan gewoon op 50% van de waarde van de roerende goederen en op 50% van de waarde van de onroerende goederen?

botchla

Legacy Member
Uw vriendin heeft waarschijnlijk nog geen cursus successie gekregen of geleerd over huwelijksvermogensrechten? Het is bij mij al geleden van voor de VLABEL hervorming dat ik de cursus heb gekregen maar dit zijn toch straightforward principes. W.Succ. te vervangen door de betreffende artikels van de VCF.

Keuze

Echtgenoten, gehuwd onder een stelsel van gemeenschap (bv. wettelijk stelsel of algemene gemeenschap), kunnen bij huwelijkscontract overeenkomen op welke wijze gemeenschapsgoederen aan de langstlevende worden toebedeeld. Een klassiek voorbeeld is het beding ‘langst leeft, al heeft’. Via een dergelijke toebedeling verkrijgt de langstlevende echtgenoot geheel het gemeenschappelijk vermogen.

Bovendien kunnen zij deze toebedeling verfijnen en moduleren door bijvoorbeeld een andere vorm van ongelijke verdeling te voorzien (bv. een toebedeling van de roerende – en niet de onroerende – huwgemeenschap in volle eigendom). De mogelijkheden zijn legio. Deze toebedeling, ook wel met de term vennotenbeding aangeduid, ontsnapt civielrechtelijk aan de regels inzake erfrechtelijke inkorting.

De overlevende echtgenoot verkrijgt hier goederen ingevolge een overeenkomst onder levenden. Ook dit heeft de fiscale wetgever een halt toegeroepen. Immers, datgene wat de langstlevende echtgenoot verkrijgt boven de helft van het gemeenschappelijk vermogen wordt aan het successierecht onder worpen (art. 5 W.Succ.).


Belasting

Voor echtgenoten gehuwd met een gemeenschappelijk stelsel kan bij de ontbinding van het huwelijksstelsel zich een vergoedingsregeling opdringen. Zo kan het eigen vermogen zich verrijken tegenover het gemeenschappelijk vermogen of omgekeerd. In het Wetboek Successierechten is er een afwijking voor de vergoedingsregeling die bestaat indien een vermogen zich verrijkt ten aanzien van een ander vermogen.

Voor de inning van het successierecht in de rechte nederdalende lijn of tussen echtgenoten met gemene kinderen of afstamme lingen wordt geen rekening gehouden met de vergoedingen die verbonden zijn, het zij aan de gemeenschap die heem bestaan tussen de overledene en een echtge noot/echtgenote bij wie
hij/zij bij zijn/haar overlijden levende kinderen of afstamme lingen heem , hetzij aan de gemeenschap die tussen de verwanten in de opgaande lijn van de overledene heem bestaan (art. 16, lid 1 W.Succ.).


De gemeenschap van goederen

Eenmaal gehuwd onder het gemeenschappelijk stelsel kunnen de echtgenoten via het huwelijkscontract elkaar beschermen door het toestaan van overlevingsrechten via huwelijksvoordelen en/of contractuele erfstellingen.

1. Herschikking van het eigen vermogen "i.e. bij leven"

De keuze voor de overlevingsrechten vertaalt zich voor echtgenoten gehuwd onder het gemeenschappelijk stelsel in de volgende mogelijkheden, dewelke met elkaar onderling kunnen verbonden worden. Bescherming via.

• via uitbreiding: de inbreng van bepaalde goederen in de huwgemeenschap – de keuze voor het stelsel van de algemene gemeenschap;

• via onttrekking: de uitsluiting van de inkomsten uit de eigen goederen van elk der echtgenoten, de onttrekking van bepaalde goederen uit de huwgemeenschap naar het eigen vermogen van één of beide echtgenoten.


2. Vereffening eigen vermogen "i.e. bij overlijden"

Naast de door de wetgever voorziene mogelijkheden kunnen de echtgenoten via het huwelijkscontract de huwgemeenschap aan de overlevende huwelijkspartner onder verschillende voorwaarden, lasten en modaliteiten toebedelen (niet exhaustieve lijst):

a) het recht van voorafname – preferentiële toewijzing;
b) het recht van vooruitmaking (of préciput), en;
c) het verblijvingsbeding waarbij het gemeenschappelijk vermogen voor meer dan de helft of voor de totaliteit aan de langstlevende wordt toebedeeld (beding ‘langst leeft, al heeft’).


Keuze voor het stelsel van de algemene gemeenschap

Indien de echtgenoten al hun tegenwoordige en toekomstige goederen in het gemeenschappelijk vermogen brengen ontstaat er tussen beide echtgenoten een algemene gemeenschap van goederen (art. 1453 B.W.). Dit stelsel komt vandaag in de praktijk nog weinig voor. In dit stelsel is er in beginsel maar één vermogen: de algemene gemeenschap. De beroepsinkomsten worden gemeenschappelijk. Alle goederen die tijdens het huwelijk worden aangekocht of bij erfenis/schenking worden verkregen, behoren eveneens tot het gemeenschappelijk vermogen, behoudens de hierna vermelde uitzonderingen.

Er is geen eigen vermogen van de man of van de vrouw, uitgezonderd voor de hierna vermelde goederen en rechten: 1°) de goederen van persoonlijke aard (art. 1401, 1° B.W.) die zoals juwelen en kledij die steeds eigen zullen blijven; 2°) de rechten die uitsluitend aan de persoon verbonden zijn (art. 1401, 2°, 3°, 4° en 5° B.W.) en 3°) de goederen geschonken aan één van de echtgenoten met het beding dat zij eigen moeten blijven.

Alle schenkingen en erfenissen die de overledene tijdens een kinderloos huwelijk had verkregen zullen bij zijn/haar overlijden aan de andere huwelijkspartner toevallen.

Echter is de toepassing van de huwgemeenschap aan de langstlevende voor volle eigendom een keuzebeding, ook in het stelsel van algemene gemeenschap. De toebedeling van het gemeenschappelijk vermogen voor de volle eigendom aan de langstlevende van de echtgenoten mag dan wel vanuit civielrechtelijk oogpunt een vennotenbeding zijn, maar fiscaal als is het een legaat. Door te kiezen voor het stelsel van de algemene gemeenschap van goederen kunnen de goederen dus voor een tweede maal worden belast.

Van dit laatste is rechtspraak in cassatie te vinden, herfst 2000 (?).
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan