JanB1908
Legacy Member
Wanneer men je vraagt of je geen zin hebt in een Koreaanse horror-thriller, dan twijfel je hoogstwaarschijnlijk geen seconde. Met Train to Busan zitten de fans van het Aziatische horrorgenre alvast goed, ook al wijkt deze prent af van het uiterst aangename B-filmaspect. Door z’n Westerse feel, voelt Train to Busan allerminst aan als een film uit het verre Oosten.
We volgen vader Seok-Woo en dochtertje Su-An op hun reis naar de van hen geschieden levende moeder. Seok-Woo is een hardwerkende en meedogenloze zakenman, die alle gevoel voor compassie en mededogen verloren is. Z’n dochter, die hij maar nauwelijks ziet, wil dan ook graag haar verjaardag vieren bij haar moeder, die in Busan woont. Een simpel treinritje moet het tweetal snel en bovenal veilig naar hun bestemming brengen. Dat is echter buiten een mysterieuze uitbraak gerekend, waardoor zowat gans Zuid-Korea in een woeste en bloeddorstige zombie-massa transformeert.
Wat eerst op grootschalige rellen lijkt, verandert algauw in een heuse nachtmerrie. Wanneer blijkt dat op de trein een door zombie’s gebeten meisje zit, zijn ook de reizigers geen seconde veilig. Het virus verspreidt zich als een lopend vuurtje, en Seok-Woo en Su-An banen zich, met enkele medepassagiers aan hun zijde, een weg door horde’s bijtgrage geïnfecteerden. Naarmate het verhaal vordert, verandert de kille Seok-Woo in een menselijker wezen, dat nu ook oog heeft voor z’n medemens. “Denk enkel aan jezelf”, wist hij z’n dochtertje nog te vertellen, maar snel beseft ook hij dat je zonder hulp en menselijke warmte niet doorheen deze nare droom holt.
Wanneer zowat de ganse trein, na een mislukte tussenstop waarbij ook blijkt dat het leger al zo goed als helemaal besmet is, volloopt met zombie’s, maken we ook kennis met een heuse krachtpatser - gespeeld door een vroegere Amerikaanse martial arts-coach -, diens zwangere wederhelft, een duo oudjes en de overblijfselen van een reizend honkbalteam. Gewapend met wat ze binnen hand bereik hebben, en vertrouwend op wat de horde bloeddorstigen lijkt te stoppen, vecht de groep zich een weg naar de locomotief. Het gerucht gaat immers dat in Busan de infectie nog maar weinig voet aan de grond heeft, en ze daar dus veilig zijn.
In een claustrofobische setting - de film speelt zich zo goed als uitsluitend af in de trein - krijgen de personages een wijze levensles mee. Wie het spel alleen ondergaat, komt bedrogen uit en ontsnapt niet aan het virus. Vader en dochter herwinnen elkaars liefde, en ook wat in eerste instantie rivalen lijken, groeien steeds dichter naar elkaar toe.
Train to Busan heeft wat weg van 28 Days Later, maar dan zonder de indrukwekkende stadsscènes. Dat de film zich grotendeels op dezelfde locatie afspeelt, is spijtig, en zorgt voor te weinig afwisseling tussen het zombie-bashen door. Het verhaal had véél dieper mogen gaan, want over het hoe en waarom komen we maar bitter weinig te weten. Toch weet deze prent je tot het einde te boeien, al was het maar omdat het een genre is dat eigenlijk toch nooit gaat vervelen.
We volgen vader Seok-Woo en dochtertje Su-An op hun reis naar de van hen geschieden levende moeder. Seok-Woo is een hardwerkende en meedogenloze zakenman, die alle gevoel voor compassie en mededogen verloren is. Z’n dochter, die hij maar nauwelijks ziet, wil dan ook graag haar verjaardag vieren bij haar moeder, die in Busan woont. Een simpel treinritje moet het tweetal snel en bovenal veilig naar hun bestemming brengen. Dat is echter buiten een mysterieuze uitbraak gerekend, waardoor zowat gans Zuid-Korea in een woeste en bloeddorstige zombie-massa transformeert.
Wat eerst op grootschalige rellen lijkt, verandert algauw in een heuse nachtmerrie. Wanneer blijkt dat op de trein een door zombie’s gebeten meisje zit, zijn ook de reizigers geen seconde veilig. Het virus verspreidt zich als een lopend vuurtje, en Seok-Woo en Su-An banen zich, met enkele medepassagiers aan hun zijde, een weg door horde’s bijtgrage geïnfecteerden. Naarmate het verhaal vordert, verandert de kille Seok-Woo in een menselijker wezen, dat nu ook oog heeft voor z’n medemens. “Denk enkel aan jezelf”, wist hij z’n dochtertje nog te vertellen, maar snel beseft ook hij dat je zonder hulp en menselijke warmte niet doorheen deze nare droom holt.
Wanneer zowat de ganse trein, na een mislukte tussenstop waarbij ook blijkt dat het leger al zo goed als helemaal besmet is, volloopt met zombie’s, maken we ook kennis met een heuse krachtpatser - gespeeld door een vroegere Amerikaanse martial arts-coach -, diens zwangere wederhelft, een duo oudjes en de overblijfselen van een reizend honkbalteam. Gewapend met wat ze binnen hand bereik hebben, en vertrouwend op wat de horde bloeddorstigen lijkt te stoppen, vecht de groep zich een weg naar de locomotief. Het gerucht gaat immers dat in Busan de infectie nog maar weinig voet aan de grond heeft, en ze daar dus veilig zijn.
In een claustrofobische setting - de film speelt zich zo goed als uitsluitend af in de trein - krijgen de personages een wijze levensles mee. Wie het spel alleen ondergaat, komt bedrogen uit en ontsnapt niet aan het virus. Vader en dochter herwinnen elkaars liefde, en ook wat in eerste instantie rivalen lijken, groeien steeds dichter naar elkaar toe.
Train to Busan heeft wat weg van 28 Days Later, maar dan zonder de indrukwekkende stadsscènes. Dat de film zich grotendeels op dezelfde locatie afspeelt, is spijtig, en zorgt voor te weinig afwisseling tussen het zombie-bashen door. Het verhaal had véél dieper mogen gaan, want over het hoe en waarom komen we maar bitter weinig te weten. Toch weet deze prent je tot het einde te boeien, al was het maar omdat het een genre is dat eigenlijk toch nooit gaat vervelen.