Archief - De gaswetten (fysica)

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

Nocco

Legacy Member
Hallo allemaal

Tegen vrijdag 1 juni 2018 moet ik mijn taak over de gaswetten afgeven. De taak is voor mij erg van belang aangezien ik een tekort heb voor fysica en dit de eerste opdracht is van dit trimester.
Ik heb de oefeningen gemaakt, maar weet dus niet of deze wel degelijk correct zijn (en of ik rekening gehouden heb met de beduidende cijfers).
Wie kan er mij helpen door ze na te kijken?

Oef. 1: Een kolfje met 50,0 ml lucht is verbonden met een meetspuit van 10,0 ml. In de meetspuit bevindt zich reeds 5,0 ml lucht. De temperatuur bedraagt 17°C. Men verwarmt de kolf en de meetspuit in een waterbad. Welke is de temperatuur waarbij de zuiger 10,0 ml aanduidt? Hierbij blijft de druk constant!

Gegeven:
- 17°C --> T1= 17 + 273 = 290 K
- V1 = 50,0 ml + 5,0 ml = 55,0 ml
- V2 = 50,0 ml + 10,0 ml = 60,0 ml
- p1 = p2

Gevraagd:
- T2 = ?

Oplossing:
- p1 x V1/ T1 = p2 x V2/ T2
- V1/T1 = V2/ T2
50,0/ 290 = 60,0/ T2
50,0 ml x T2 = 60,0 x 290
T2 = 60,0 x 290/ 55,0
T2 = 316,36 K - 273
T2 = 43,4°C

Oef. 2: Een stalen gasfles is gevuld met 20,0 liter zuurstofgas bij een druk van 20,3 bar. Het gas wordt overgepompt naar een kleinere gasfles. Daarbij stijgt de druk tot 68,0 bar. De temperatuur blijft constant. Bereken het volume van de 2e fles.

Gegeven:
V1 = 20,0 liter
p1 = 20,3 bar (= 20,3 x 10^5 Pa)
p2 = 68,0 bar (= 68,0 x 10^5 Pa)

Gevraagd:
V2 = ?

Oplossing:
- p1 x V1 = p2 x V2
20,3 x 20,0 = 68,0 x V2
V2 = 20,3 x 20,0/ 68,0
V2 = 406/ 68,0
V2 = 5,97 liter

Oef. 3: Een duikfles heeft een vuldruk van 12,4 bar bij 20,0°C. Liesbeth gaat duiken in de Oosterschelde bij een watertemperatuur van 3,2°C. Bereken de gebruikersdruk = druk bij het duiken.

Gegeven:
- p1 = 12,4 bar (= 12,4 x 10^5 Pa)
- 20,0°C --> T1 = 20,0 + 273 = 293 K
- 3,2°C --> T2 = 3,2 + 273 = 276,2 K

Gevraagd:
p2 = ?

Oplossing:
- p1/T1 = p2/ T2
12,4/ 293 = p2/276,2
p2 = 12,4 x 276,2/ 293
p2 = 11,6890102
p2 = 11,7 bar
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan