Drag0n zei:
Volgens 'het Groene Boekje' ofwa? 'k Heb nog nooit van 'ge zoudt' gehoord zulle..
Wel op school hebben we nochtans gezien da het allemaal mogelijk was hoor

heb et ff opgezocht:
Bij de zogeheten sterke (of geheel onregelmatige) werkwoorden wordt de onvoltooid verleden tijd van de tweede persoon bij ge of gij zowel in het enkelvoud als het meervoud gevormd door toevoeging van -t aan de verledentijdsvorm (dat is een van de zogenoemde hoofdtijden).
(1) blijven - bleef - gij bleeft/bleeft gij
(2) vinden - vond - gij vondt/vondt gij
(3) roepen - riep - ge riept/riept ge
Werkwoorden waarvan de verledentijdsvorm een korte a heeft, krijgen in dat geval een lange a (gespeld als aa), behalve wanneer de a gevolgd wordt door d, t of cht. Dan blijft de korte a gehandhaafd. Vergelijk bijvoorbeeld (4) tot en met (7) met (8) tot en met (10):
(4) komen - kwam - gij kwaamt/kwaamt gij
(5) geven - gaf - gij gaaft/gaaft gij
(6) stelen - stal - gij staalt/staalt gij
(7) zien - zag - gij zaagt/zaagt gij
(8) bidden - bad - gij badt/badt gij
(9) vergeten - vergat - gij vergat/vergat gij
(10) brengen - bracht - gij bracht/bracht gij
Werkwoorden waarvan de verledentijdsvorm al op -t eindigt, krijgen geen extra -t meer (zie (9) en (10)).
Op overeenkomstige wijze worden gevormd: genezen - gij genaast, lezen - gij laast, vergeven - gij vergaaft, bevelen - gij bevaalt, breken - gij braakt, nemen - gij naamt, spreken - gij spraakt, steken - gij staakt, liggen - gij laagt, zijn - gij waart, tegenover meten - gij mat, treden - gij tradt, vreten - gij vrat, zitten - gij zat, eten - gij at, hebben - gij hadt, denken - gij dacht, plegen - gij placht.
tis enkel wanneer get met de vorm "GIJ" neemt precies ma bon, dees is ier allemaal off-topic, god droeg me op dit mede te delen aan de rest!
