Opeenvolgende overeenkomsten voor bepaalde tijd
(Art. 10 en 10bis Wet 3 juli 1978)
Wanneer partijen verscheidene arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd gesloten hebben, zonder dat er een onderbreking is die toe te schrijven is aan de werknemer, wordt verondersteld dat ze een contract voor onbepaalde tijd gesloten hebben, behalve wanneer de werkgever bewijst dat deze contracten gerechtvaardigd waren door de aard van het werk of om andere wettige redenen.
De contracten zijn opeenvolgend, wanneer twee of meer contracten voor bepaalde tijd werden gesloten tussen dezelfde werkgever en dezelfde werknemer. Het begrip opeenvolgende contracten impliceert niet dat deze contracten elkaar zonder onderbreking opvolgen.
Alleen de onderbrekingen door de werknemer worden beschouwd als een onderbreking van de opeenvolging van de contracten. Deze onderbrekingen kunnen vrijwillig zijn (persoonlijke redenen van de werknemer) of onvrijwillig (militaire dienst, bijvoorbeeld).
Van overwegend belang is dat misbruiken vanwege de werkgever uitgesloten worden die tot doel hebben de wetsbepalingen betreffende de verbintenissen voor onbepaalde tijd, inzonderheid de opzeggingstermijnen, te ontwijken.
Het wettelijk ingesteld vermoeden kan door de werkgever tenietgedaan worden door het leveren van het bewijs dat de opeenvolgende overeenkomsten voor een bepaalde tijd gerechtvaardigd waren wegens de aard van het werk of om andere wettelijke redenen.
De voorbereidende werken vermelden in dit verband:
- de economische ongunstige toestand waarin de onderneming zich bevindt;
- het belang van de werknemer;
- de lange duur van de opeenvolgende overeenkomsten, gesloten overeenkomstig een bestendig gebruik in de betrokken bedrijfssector. (Memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, B.Z. 1974, 381, nr. 1).
Ingevolge de programmawet van 22 december 1989 (BS, 30 december 1989) wordt aan de Koning de bevoegdheid gegeven om de gevallen te bepalen waarin de werkgever het bewijs niet mag leveren dat opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd gerechtvaardigd zijn. In die gevallen zal er een onweerlegbaar vermoeden gelden dat de opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde tijd een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur vormen.
Opeenvolgende overeenkomsten voor bepaalde tijd zijn mogelijk op voorwaarde dat:
- men maximum 4 overeenkomsten voor bepaalde tijd sluit;
- met elk een duur van minstens 3 maanden;
- over een totale periode van maximum 2 jaar.
De totale periode kan maximum 3 jaar belopen als:
- de overeenkomsten elk een duur hebben van minstens 6 maanden;
- de Inspectie van Sociale Wetten haar akkoord heeft gegeven.
Dit akkoord moet gevraagd worden via een aangetekende brief of een telefax-bericht. Hierin moet de werkgever, voor de betrokken werknemers, de redenen vermelden die het sluiten van opeenvolgende overeenkomsten voor een bepaalde tijd rechtvaardigen.
--------
(nu even geen zin om een menselijke vertaling hiervan te maken, als je het niet snapt mag je het altijd zeggen, dan probeer ik het morgen wel nog eens)