NeoGeo
Legacy Member
Onlangs las ik Feldman en Ik van Abdelkader Benali, een Nederlander van Marokkaanse origine. Het werk intrigeerde me na het lezen van een interview met hem in De Morgen, onder andere over dit boek. Het is een voorzichtige aanrader, het boek is goed geschreven en het leest erg vlot maar het heeft me niet echt overweldigd.
Beter vond ik het -pas zeer recent uitgelezen- Aantekeningen uit het Ondergrondse van Dostojevski. Na al enkele andere boeken van hem gelezen te hebben (Misdaad en Straf is mijn all time favorit) en nadat ik er een artikel in De Morgen over las, moest ik dit natuurlijk in huis halen. En man, wat was dat een goede beslissing!
Het is een vrij dun boekje en is vooral een aanrader voor als je nog niets las van deze Russische realist en interesse hebt voor wijsgerige theorieën. Zegt dat je niets raad ik je eerder aan om met het -eveneens dunne- De Speler te beginnen, een boek dat draait rond gokken en de roulettetafel. Ik heb van Wikipedia een beschrijving van Aantekeningen gekopieerd, wel maar een gedeelte ervan om eventuele spoilers te vermijden.
Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een uitgebreide monoloog van de verteller. Het bestaat uit puur geredeneer. Het tweede deel geeft enkele episoden weer uit het leven van de hoofdpersoon, onder meer een gebeurtenis die twintig jaar eerder van grote invloed is geweest op het leven (en vooral denken) van de verteller.
De verteller, de 'man uit het ondergrondse', doet niets, hij denkt alleen en schrijft op : 'doe-mensen zijn stom'. Hij keert zich tegen elke vorm van no-nonsense, tegen alles wat vanzelfsprekend is, zoals bijvoorbeeld de wiskundige bewering 'twee keer twee is vier'. Hij is bovendien verslaafd aan het eindeloos analyseren van zichzelf. Hij erkent dat hij ziek is, maar beschouwt zich tegelijk als een typisch 19e-eeuwse mens die, met al zijn tegenstrijdigheden en paradoxen, vollediger wil zijn dan de primaire, natuurlijke en echte mens.
De 'ondergrondse mens' komt in opstand tegen die 'primaire mens', enerzijds omdat hij zich verheven voelt en anderzijds omdat hij jaloers is op de 'primaire mens' die genoegen neemt met de schijnbare vanzelfsprekendheid van (natuur) wetten. Hij, de ondergrondse mens, is nooit tevreden : onder elke steen ligt een andere, dieper liggende oorzaak of een lijk te rotten, een nieuwe peilloze afgrond.
Om zijn ondergrondse gedachten uit het eerste deel te illustreren haalt de verteller in het tweede deel ("Naar aanleiding van natte sneeuw") enkele voorbeelden uit zijn eigen leven aan. De episodes spelen zich af in een onwezenlijk en triest St. Petersburg in een groezelige sfeer van natte sneeuw en vrieskou. Ze spelen zich af in een kroeg met dronken officieren waar hij zijn gelijkwaardigheid wil bewijzen, op het afscheidsdiner van de doortrapte vriend Zverkov, en in een bordeel waar hij flirt met Liza.
Nu ben ik begonnen in alweer een andere Rus, Ivan Gontsjarov! Meer bepaald zijn meest bekende werk Oblomov, over iemand die alles maar uitstelt en in de eerste 200 bladzijden van het boek zijn bed niet verlaat. Een man naar mijn hart dus! Het is in ieder geval een absolute aanrader, andere mensen zijn er vaak erg lovend over en de stijl doet -net als bij Dostojevksi en itt bij Tostoj- in het geheel niet gedateerd aan.
(excuses voor mijn kromme zinnen, ik ben een erg moe man)
Beter vond ik het -pas zeer recent uitgelezen- Aantekeningen uit het Ondergrondse van Dostojevski. Na al enkele andere boeken van hem gelezen te hebben (Misdaad en Straf is mijn all time favorit) en nadat ik er een artikel in De Morgen over las, moest ik dit natuurlijk in huis halen. En man, wat was dat een goede beslissing!
Het is een vrij dun boekje en is vooral een aanrader voor als je nog niets las van deze Russische realist en interesse hebt voor wijsgerige theorieën. Zegt dat je niets raad ik je eerder aan om met het -eveneens dunne- De Speler te beginnen, een boek dat draait rond gokken en de roulettetafel. Ik heb van Wikipedia een beschrijving van Aantekeningen gekopieerd, wel maar een gedeelte ervan om eventuele spoilers te vermijden.
Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een uitgebreide monoloog van de verteller. Het bestaat uit puur geredeneer. Het tweede deel geeft enkele episoden weer uit het leven van de hoofdpersoon, onder meer een gebeurtenis die twintig jaar eerder van grote invloed is geweest op het leven (en vooral denken) van de verteller.
De verteller, de 'man uit het ondergrondse', doet niets, hij denkt alleen en schrijft op : 'doe-mensen zijn stom'. Hij keert zich tegen elke vorm van no-nonsense, tegen alles wat vanzelfsprekend is, zoals bijvoorbeeld de wiskundige bewering 'twee keer twee is vier'. Hij is bovendien verslaafd aan het eindeloos analyseren van zichzelf. Hij erkent dat hij ziek is, maar beschouwt zich tegelijk als een typisch 19e-eeuwse mens die, met al zijn tegenstrijdigheden en paradoxen, vollediger wil zijn dan de primaire, natuurlijke en echte mens.
De 'ondergrondse mens' komt in opstand tegen die 'primaire mens', enerzijds omdat hij zich verheven voelt en anderzijds omdat hij jaloers is op de 'primaire mens' die genoegen neemt met de schijnbare vanzelfsprekendheid van (natuur) wetten. Hij, de ondergrondse mens, is nooit tevreden : onder elke steen ligt een andere, dieper liggende oorzaak of een lijk te rotten, een nieuwe peilloze afgrond.
Om zijn ondergrondse gedachten uit het eerste deel te illustreren haalt de verteller in het tweede deel ("Naar aanleiding van natte sneeuw") enkele voorbeelden uit zijn eigen leven aan. De episodes spelen zich af in een onwezenlijk en triest St. Petersburg in een groezelige sfeer van natte sneeuw en vrieskou. Ze spelen zich af in een kroeg met dronken officieren waar hij zijn gelijkwaardigheid wil bewijzen, op het afscheidsdiner van de doortrapte vriend Zverkov, en in een bordeel waar hij flirt met Liza.
Nu ben ik begonnen in alweer een andere Rus, Ivan Gontsjarov! Meer bepaald zijn meest bekende werk Oblomov, over iemand die alles maar uitstelt en in de eerste 200 bladzijden van het boek zijn bed niet verlaat. Een man naar mijn hart dus! Het is in ieder geval een absolute aanrader, andere mensen zijn er vaak erg lovend over en de stijl doet -net als bij Dostojevksi en itt bij Tostoj- in het geheel niet gedateerd aan.
(excuses voor mijn kromme zinnen, ik ben een erg moe man)

De keizerrijktrilogie zijn ook nog bij de betere van Feist, vind ik! Als het aanraders mogen zijn. 
, misschien eens een mailtje naar de bezige bij. Als je daar intresse moest naar hebben. Zal probly wel soort "drukfout" zijn. Dan wel een groote 