De twee nieuwe Belgische windmolenparken op zee kosten de consument 2 miljard meer dan gelijkaardige parken in het Nederlands deel van de Noordzee. Dat heeft VRT Nieuws berekend op basis van een vertrouwelijke studie van de CREG, de federale energieregulator.
Toch te vergelijken: 2 miljard duurder
Dat waren destijds inderdaad allemaal valabele argumenten, maar nu heeft de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG), de federale energieregulator, haar experten op het dossier gezet. Die hebben het Nederlandse winnende bod omgerekend naar de Belgische omstandigheden, ze hebben dus met andere woorden, al de objectieve verschillen verrekend en geneutraliseerd, en daar dan een cijfer op gekleefd.
Dat staat in een vertrouwelijk rapport, dat door de gebruikelijke "gunstige wind" op onze nieuwsredactie is terechtgekomen, en we hebben dan de rekensom gemaakt voor de twee Belgische windparken, Rentel en Norther, waarover vorig jaar is beslist.
Onze conclusie is dat, op basis van vergelijkbare data en voor de volledige looptijd van bijna 20 jaar, onze windparken twee miljard duurder uitvallen dan de Nederlandse.
Er is ten eerste de financiële kant: de meerkosten worden betaald door de consument, want de kosten voor de windparken worden ook verrekend op de elektriciteitsfactuur, net zoals dat het geval is voor de kosten van de zonnepanelen.
En het gaat hier zelfs wellicht nog om een hoger bedrag in zijn totaliteit. Voor de zonnepanelen lopen de totale kosten voor de subsidies volgens experten op tot ruim 12 miljard euro. De kosten voor de subsidies voor alle offshore windmolenparken zitten minstens ook rond dat bedrag, en wellicht lopen ze nog hoger op.