Artikel 145^8, WIB 92 (historisch)
Art. 1458, § 1, eerste en derde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019
Art. 1458, § 1 en 2, treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en ten laatste vanaf aanslagjaar 2017
Met ingang van het aanslagjaar 2006 wordt in het tweede lid het vermelde bedrag van 500 euro verhoogd tot 625 euro
Met ingang van het aanslagjaar 2002 worden de in dit artikel opgenomen bedragen in euro uitgedrukt
Art. 1458 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1993
Art. 1458, § 1, eerste en derde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 (art. 60 en 64, W 26.03.2018 - B.S. 30.03.2018; Numac: 2018011490)
§ 1. De betalingen die ingevolge artikel 1451, 5°, in het kader van het pensioensparen in aanmerking komen voor vermindering, zijn die welke in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte definitief zijn gedaan:
1° of wel voor het aanleggen van een collectieve spaarrekening;
2° of wel voor het aanleggen van een individuele spaarrekening;
3° of wel als premie van een spaarverzekering.
Het bedrag dat voor vermindering in aanmerking komt is beperkt tot 625 euro (basisbedrag) per belastbaar tijdperk. Elke echtgenoot is gerechtigd op de vermindering indien hij persoonlijk houder is van een spaarrekening of een spaarverzekering. Het voormelde bedrag kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit tot ten hoogste 1.000 euro (basisbedrag) worden verhoogd.
In afwijking van het vorige lid, mag de belastingplichtige ervoor kiezen om meer dan het in het tweede lid vermelde bedrag met een maximum van 800 euro in aanmerking te nemen voor de belastingvermindering. De belastingplichtige deelt zijn definitieve keuze mee aan de instellingen en ondernemingen bedoeld in artikel 14515 alvorens hij het maximumbedrag bedoeld in het vorige lid mag overschrijden. De keuze van de belastingplichtige is onherroepelijk en uitsluitend geldig voor het betrokken belastbare tijdperk.
De betalingen in een belastbaar tijdperk mogen slechts worden verricht voor één enkele collectieve spaarrekening of één enkele individuele spaarrekening of één enkele spaarverzekering.
§ 2. Wanneer een in artikel 1459, eerste lid, 1°, a, bedoelde belastingplichtige een individuele of collectieve pensioenspaarrekening wil openen of een spaarverzekering wil afsluiten bij een instelling of een onderneming als bedoeld in artikel 14515 die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, overeenkomstig de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, of overeenkomstig de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, niet gemachtigd is zijn activiteiten op Belgisch grondgebied uit te oefenen door de vestiging van een bijkantoor, moet de titularis of de verzekeringnemer een basisattest of bewijsstukken kunnen overleggen afgeleverd door de voormelde instelling of onderneming waarbij de instelling of de onderneming zich engageert om alle voorwaarden na te leven die zijn vermeld in de artikelen 1458 tot 14516 en in de koninklijke besluiten die in uitvoering van die bepalingen zijn genomen.
De Koning bepaalt de inhoud van het in het eerste lid vermelde basisattest en de regels met betrekking tot de bewijstukken in het kader van de uitwisseling van inlichtingen tussen de in het eerste lid vermelde instellingen en ondernemingen enerzijds en hun klanten en de Belgische belastingadministratie anderzijds.
Art. 1458, §§ 1 en 2, treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en ten laatste vanaf aanslagjaar 2017 (art. 3 en 10, W 18.12.2015 - B.S. 28.12.2015; Numac: 2015003486 - err. B.S. 14.01.2016)
§ 1 De bedragen die ingevolge artikel 1451, 5°, in het kader van het pensioensparen in aanmerking komen voor vermindering, zijn die welke in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte definitief worden betaald:
1° of wel voor het aanleggen van een collectieve spaarrekening;
2° of wel voor het aanleggen van een individuele spaarrekening;
3° of wel als premie van een spaarverzekering.
Het bedrag dat voor vermindering in aanmerking komt is beperkt tot 625 euro (basisbedrag) per belastbaar tijdperk. Elke echtgenoot is gerechtigd op de vermindering indien hij persoonlijk houder is van een spaarrekening of een spaarverzekering. Het voormelde bedrag kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit tot ten hoogste 1.000 euro (basisbedrag) worden verhoogd.
De betalingen in een belastbaar tijdperk mogen slechts worden verricht voor één enkele collectieve spaarrekening of één enkele individuele spaarrekening of één enkele spaarverzekering.
§ 2. Wanneer een in artikel 1459, eerste lid, 1°, a, bedoelde belastingplichtige een individuele of collectieve pensioenspaarrekening wil openen of een spaarverzekering wil afsluiten bij een instelling of een onderneming als bedoeld in artikel 14515 die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, overeenkomstig de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, of overeenkomstig de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, niet gemachtigd is zijn activiteiten op Belgisch grondgebied uit te oefenen door de vestiging van een bijkantoor, moet de titularis of de verzekeringnemer een basisattest of bewijsstukken kunnen overleggen afgeleverd door de voormelde instelling of onderneming waarbij de instelling of de onderneming zich engageert om alle voorwaarden na te leven die zijn vermeld in de artikelen 1458 tot 14516 en in de koninklijke besluiten die in uitvoering van die bepalingen zijn genomen.
De Koning bepaalt de inhoud van het in het eerste lid vermelde basisattest en de regels met betrekking tot de bewijstukken in het kader van de uitwisseling van inlichtingen tussen de in het eerste lid vermelde instellingen en ondernemingen enerzijds en hun klanten en de Belgische belastingadministratie anderzijds.
Met ingang van het aanslagjaar 2006 wordt in het tweede lid het vermelde bedrag van 500 euro verhoogd tot 625 euro (art. 634bis, KB/WIB 92, ingevoegd bij art. 1, KB 10.11.2005 - B.S. 18.11.2005; Numac: 2005003792)
De bedragen die ingevolge artikel 1451, 5°, in het kader van het pensioensparen in aanmerking komen voor vermindering, zijn die welke in België definitief worden betaald:
1° of wel voor het aanleggen van een collectieve spaarrekening;
2° of wel voor het aanleggen van een individuele spaarrekening;
3° of wel als premie van een spaarverzekering.
Het bedrag dat voor vermindering in aanmerking komt is beperkt tot 625 euro (basisbedrag) per belastbaar tijdperk. Elke echtgenoot is gerechtigd op de vermindering indien hij persoonlijk houder is van een spaarrekening of een spaarverzekering. Het voormelde bedrag kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit tot ten hoogste 1.000 euro (basisbedrag) worden verhoogd.
De betalingen in een belastbaar tijdperk mogen slechts worden verricht voor één enkele collectieve spaarrekening of één enkele individuele spaarrekening of één enkele spaarverzekering.
Met ingang van het aanslagjaar 2002 worden de in dit artikel opgenomen bedragen in euro uitgedrukt (art. 1, KB 20.07.2000 - B.S. 30.08.2000; Numac: 2000003467 - err. B.S. 08.03.2001; en art. 42, 5°, KB 13.07.2001 - B.S. 11.08.2001; Numac: 2001003362 - err. B.S. 21.12.2001)
De bedragen die ingevolge artikel 1451, 5°, in het kader van het pensioensparen in aanmerking komen voor vermindering, zijn die welke in België definitief worden betaald:
1° of wel voor het aanleggen van een collectieve spaarrekening;
2° of wel voor het aanleggen van een individuele spaarrekening;
3° of wel als premie van een spaarverzekering.
Het bedrag dat voor vermindering in aanmerking komt is beperkt tot 500 euro per belastbaar tijdperk. Elke echtgenoot is gerechtigd op de vermindering indien hij persoonlijk houder is van een spaarrekening of een spaarverzekering. Het voormelde bedrag kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit tot ten hoogste 1.000 euro worden verhoogd.
De betalingen in een belastbaar tijdperk mogen slechts worden verricht voor één enkele collectieve spaarrekening of één enkele individuele spaarrekening of één enkele spaarverzekering.
Art. 1458 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1993 (art. 86, W 28.12.1992 - B.S. 31.12.1992; Numac: 1992003810 - err. B.S. 18.02.1993)
De bedragen die ingevolge artikel 1451, 5, in het kader van het pensioensparen in aanmerking komen voor vermindering, zijn die welke in België definitief worden betaald:
1° ofwel voor het aanleggen van een collectieve spaarrekening;
2° ofwel voor het aanleggen van een individuele spaarrekening;
3° ofwel als premie van een spaarverzekering.
Het bedrag dat voor vermindering in aanmerking komt is beperkt tot 20.000 frank per belastbaar tijdperk. Elke echtgenoot is gerechtigd op de vermindering indien hij persoonlijk houder is van een spaarrekening of een spaarverzekering. Het voormelde bedrag kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit tot ten hoogste 40.000 frank worden verhoogd.
De betalingen in een belastbaar tijdperk mogen slechts worden verricht voor één enkele collectieve spaarrekening of één enkele individuele spaarrekening of één enkele spaarverzekering.