Maver!ck zei:
Wij leven in het mooiste voorbeeld, Vlaanderen die zich afscheurde van het toen grootste ne machtigste koninkrijk frankrijk...
En dat vooral deed door middel van infanterie troepen...
Niet echt, de problemen zijn er gekomen door de vlaamse patrciërs die de hulp van de franse koning hebben ingeroepen tegen onze graaf.
Lange versie:
Alles is begonnen met Schepenen uit Gent die uit het bestuur van de stad waren gebonjourt door de gravin van Vlaanderen vanwege corruptie. Die Gentenaars gingen gaan klagen bij de franse Koning, iets wat eigenlijk not-done is in een feodale samenleving. Het franse hof zat er dan ook mee verveeld en bemiddelde met de Vlaamse gravin. Uiteindelijk werden slechts enkele ontslaan en er zou regelmatig een financiële controle volgen.
Wanneer Gwijde van Dampierre, een uitsluitend Franssprekende man, graaf wordt van Vlaanderen wil hij die controle uitvoeren. Die van Gent morren weer en gaan opnieuw gaan klagen bij de franse koning. Die is het gezaag beu aan het worden en steunt zijn graaf Gwije in het dispuut. Nu Gwijde had geld nodig voor zijn huwelijk en alliantie politiek en beslist dan ook een boete op te leggen aan Gent, en nu dat hij toch bezig is beslist hij ook aan Brugge zo'n boete op te leggen.
Brugge zat echter in de problemen, hun oorkonde waarop alle rechten, vrijheden stonden was verloren gegaan in een brand (bouw nooit een belfort in hout is de les die meeste steden hieruit geleerd hebben). Bijna 10 jaar heeft Gwijde Brugge laten wachten op nieuwe documenten. Hiervoor moesten ze wel diep in de buidel tasten maar dat was geen probleem voor de Schepenen van Brugge, ze heften een nieuwe belasting op Dranke ende Gemael. De ambachten ontwijkten die belasting echter door hun feesten buiten de stad te houden waarop de schepenen feesten buiten de stadsmuren verbieden ...
Om een lang verhaal kort te maken, er breekt een wilde staking uit tegen het stadsbestuur, Gwijde moet de orde herstellen, weigert een nieuwe oorkonde te ondertekenen en legt een nieuwe boete op van 100.000 pond. Daarop beslist het Brugse stadsbestuur om ... te gaan klagen bij de Franse koning. Deze koos echter weer de kant van zijn Graaf en Gwijde verkreeg zelf toestemming om enkele opstandelingen te onthoofden.
Ondertussen waren ze in Gent ook tot de conclusie gekomen dat ze de boete nooit zouden kunnen betalen en besloten ze wederom de Franse koning hier mee lastig te vallen. Deze man was het geklungel van zijn graaf nu echter beu. Gwijde zijn politiek van allianties kopen en huwelijken sluiten hielp ook niet echt. De Franse koning stuurde waarnemers naar Vlaanderen om de rechtspraak te controleren en gaf de graaf van Holland, Gwijdes schoonbroer toestemming om Zeeland, een leen van Gwijde, toe te voegen tot zijn domein.
Een beetje wapengekletter later beslist Gwijde's andere schoonbroer, Jan I van Namen een bijeenkomst te organiseren voor erger te voorkomen. Gwijde neemt echter de graaf van Holland gevangen en laat hem pas gaan nadat die man 20.000 pond betaalde.
Daarnaast waren de spanningen tussen het Franse en het Engelse hof ook aan het oplopen en dit bracht Gwijde in de problemen. In geval van oorlog moest hij het franse hof steunen maar economisch gezien was Engeland belangrijker voor Vlaanderen. Hij besluit beide te paaien en huwelijkte zijn laatste dochter(Philippina) uit aan de Engelse kroonprins. De Franse koning besloot hierop Gwijde tot verantwoording te roepen in Parijs. Bij aankomst overhandigde Gwijde een uitnodiging voor het huwelijk aan de Franse koning maar deze liet Gwijde en zijn 2 zonen echter arresteren. Hij moest Philippina afstaan als gijzelaar maar kreeg toestemming om een eenmalige 1/50ste belasting in te voeren om de geleden schade te compenseren. De helft hiervan moest hij afstaan aan de Franse koning.
Gwijde was content en hief de belasting. In Vlaanderen was het kot nu echter te klein en weer gingen onze notabelen klagen bij ... het Franse hof. Deze koos de kant van de Vlaamse notabelen en beloofde hun die belasting te verbieden in ruil voor een bijdrage. Gwijde besloot dan maar zijn leenmanschap op te zeggen en verklaarde zich in 1296 niet meer schatplichtig aan de Franse kroon. Deze zette echter op zijn beurt Gwijde af en kreeg al snel de steun van de notabelen te Gent, Brugge (die onder andere meteen nieuwe oorkondes verkreeg).
Met andere woorden, de Vlaamse steden verkozen de Franse kroon boven de Graaf van Vlaanderen.
Na een juridische steekspel, op zichzelf ook een marginaal verhaal, en veel toegevingen kreeg Gwijde zijn leengoed terug. Een jaar later zegde hij echter opnieuwe zijn leenmanschap op, gesteund door de hertog van Brabant en de Engelse Koning. Er kwam een alliantie van Vlaanderen, Limburg, Brabant, enkele franse leenmannen, de engelse koning en de Roomse Keizer tegen de Franse kroon. Een paar weken later schoot er van dit verbond niets meer over. De Engelse troepen waren eerder symbolisch en de Roomse Keizer had zich laten omkopen. Ridders in vlaanderen en Brugge liepen over naar de Franse Koning en Gwijde gaf zich over en in Vlaanderen veranderde er niet al te veel. Belastingen van de graaf waren nu voor de koning, etc.
Er was echter 1 probleem, de Franse koning wou een blijde intrede en dit kost geld. Gent was het eerste aan de beurt en om de kosten te dragen kwam er hiervoor een nieuwe belasting. Het is echter de gewoonte dat het 'gewone volk' een gunst mag vragen aan de koning na de blijde intrede en die vroegen om deze belasting af te schaffen. De koning verleende die gunst en de patriciërs in Gent zaten in de problemen.
Brugge, die niet wou onder doen voor Gent, organiseerde echter nog een duurdere blijde intrede en hief hier ook een extra belasting voor. Het 'gewone' volk had echter gehoord dat in Gent die belasting was afgeschaft en was van plan hetzelfde verzoek in te dienen. De patriciërs verboden dit echter.
Toen de koning arriveerde in Brugge met een gevolg van 200 jonkvrouwen was het dan ook stil in de straten. Diep beledigd vertrok hij meteen. Hierop kregen Jan en Gwijde (een zoon van de vlaamse graaf) van Namen het idee om de kleinzoon van Gwijde, Willem van Gullik aan te sporen het Vlaamse graafschap op te eisen. Die Willem, die occulte wetenschappen had gestudeerd in Bologna, kwam aan met enkele italiaanse astrologen in zijn kielzog. Hij bemachtigde al snel het schild van zijn vader en kreeg op veel plaatsen, waaronder Brugge, steun. Deze steun verwaterde echter toen de fransen opnieuw een leger samenstelden. Willem van Gullik was ook weer verdwenen (zat vermoedelijk bij een vrouw gedurende enkele dagen).
Brugge stond nu weer aan de kant van de Franse kroon en deze was mild, er zouden geen represailles komen en medestanders van Willem mochten de stad verlaten voor een gedeelte van het 'franse' leger (eigenlijk voornamelijk koningsgezinde vlamingen en 300 tal franse ruiters) de stad zou 'innemen'. S'avonds bij het feest wordt er wat gedronken en ergens moet iemand iets gezegd hebben over mogelijke vergeldingen. Dit gerucht komt tot bij de gevluchte bruggelingen en zij besluiten de stad opnieuw in te trekken. Tijdens de nacht barst er dan ook een slachtpartij uit in de straten. Een grote inbreuk op het gastrecht (
een beetje zoals de red wedding) Onder de doden zijn er niet al te veel Fransen, wel veel vlaamse ridders (omdat ze aan beide kanten aanwezig waren) en bruggelingen die hun gasten probeerden te verdedigen (wat ook een plicht was).
Willem van Gullik komt terug boven water, Gwijde van Namen arriveerd in Brugge en Jan van Namen belooft langs te komen indien nodig. Gent stuurt echter zijn kat. Een zeer divers allegaartje van West-vlaamse burgers, waalse, vlaamse en luxemburgse ridders verslaan het Franse leger nabij kortrijk. Tegen de regels van de middeleeuwse oorlogsvoering tussen christenen in begon het vlaamse leger enkele zware oorlogsmisdaden waaronder het afslachten van ridders die zich hadden overgegeven. Een nog grotere verliezer dan het Franse leger na deze veldslag was dan ook de Vlaamse reputatie. De Brugse Metten was al omstreden maar dit gaf de doorslag.