Review die ik heb gedaan voor een site:
"Tegen de sterren op" (vtm, 2010)
De nobele kunst van de imitatie is er eentje die de Vlaamse markt grotendeels lijkt overgeslagen te hebben. Het feit dat wij weinig figuren in de beau monde hebben in wiens huid het de moeite is om te kruipen, zal daar meer dan waarschijnlijk iets mee te maken hebben. Weinig komieken hebben dan ook hun handelsmerk gemaakt van het imiteren van beroemdheden: alleen de ieder welbekende heer Van Den Durpel wist er zijn brood exclusief mee te verdienen.
Nu ook zijn gloriedagen alweer ruim een decennium achter ons liggen, doet vtm een uiterst verrassende zet met “Tegen de sterren op”, een programma waarin heel wat Bekende en Minder Bekende Vlamingen de revue passeren. Waarom verrassend? Omdat men terug het pad lijkt te bewandelen van de pure en onversneden “impression”-kunst. Niet al teveel gekunstelde liflafjes, gewoon proberen op een uurtje tijd zoveel mogelijk dingen in de zeik te nemen.
En dat nemen van zeik lijkt de castleden ook uiterst natuurlijk af te gaan. De gemiddelde imitator laat zich vaak verleiden tot het schromelijk overdrijven van bepaalde karaktertrekjes, maar niets van dat in “Tegen de sterren op”, waar sommige beroemdheden met een haast pijnlijke nauwkeurigheid worden neergezet. Men denkt niet vaak na over de maniertjes van pakbeet een Bart De Wever of Axelle Red, maar in al hun prachtige subtiliteit worden ze in dit programma ten berde gebracht. De liefhebbers van een flinke portie billenkletserij hoeven zich echter geen zorgen te maken: er valt nog genoeg te lachen met typetjes waar het overdreven gegesticuleer er vingerdik opligt.
Na het zeer flauwe “Wij van België” maakt Walter Baele weinig goed met zijn vertolkingen in deze officieuze opvolger. Prins Filip (Baele) en Mathilde (Nathalie Meskens) maken opnieuw hun opwachting, maar maken als schertsfiguren met tekenfilmproporties weinig indruk tussen het nieuwe geweld dat op ons wordt afgevuurd. Guga Baul schittert met zijn akelig nauwkeurige vertolkingen van Gunther Lamoot, Tom Boonen en Sergio Herman en Chris Van Espen heeft Sam Gooris beter in de vingers dan hij vermoedelijk zelf wil toegeven. Een verrassende verschijning is Barbara Sarafian, die na tien jaar afwezigheid een sterke comeback maakt met Dubbelleven en ook hier het een en ander neerzet, zoals een leuk opgeblazen (pun intended) Sonja Kimpen en Axelle Red, al heeft ze daar meer de looks mee dan de stem.
Jammer genoeg heeft elk castlid van “Tegen de sterren op” voor elke sterke imitatie minstens een zwakkere. Ronduit hilarische sketches wisselen aan hoog tempo af met flauw materiaal waar niet bijster lang over lijkt nagedacht te zijn. De ervaring wordt enkel nog storender wanneer een sterke Patrick Van Gompel een gemuteerd afkooksel van Pieter De Crem staat te interviewen. De verschillen in kwaliteit zijn op den duur zo genant om aan te zien dat aan het breinloze plezier dat met zulke programma’s te beleven valt, flink wordt afgedaan door plaatsvervangende schaamte.
Dat alles terzijde hebben Baele en zijn trawanten een leuk geesteskindje voor ogen gehad en ook naar behoren uitgewerkt. “Tegen de sterren op” is alles wat men zou verwachten van een zondagavondprogramma van de commerciële omroep en doet soms even terugdenken aan de dagen dat we met zijn allen onder een dekentje gekruld naar “Gaston & Leo” keken.
Tot Walter Baele daar weer is, natuurlijk.