The Mirror (Zerkalo) – 8.5/10 (Andrei Tarkovsky, 1975)
De derde Tarkovsky die ik heb gezien, en ze worden er niet slechter op. The Mirror is zeker wel zijn meest uitdagende film om te kijken, niet alleen om het verhaal te begrijpen, maar ook om in te zien waarom hij de film op zo’n gefragmenteerde manier heeft geconstrueerd. Ik ben er zelf helemaal nog niet uit ofzo, maar de ambitie die in deze film gestoken werd, komt zeker wel tot uiting. Niet alleen is het een erg ambitieus project, het is ook echt een geweldige ervaring om zo’n persoonlijke film te zien. Het is duidelijk dat Tarkovsky hier heel veel van zijn eigen leven heeft ingegoten en een klein mozaiekje wil construeren van zijn eigen perceptie van zijn leven, dat van zijn familie en hun plaats in Rusland doorheen de jaren. Het is dan oook jammer dat ik de geschiedenis van Rusland helemaal niet zo goed ken, anders had ik hier nog wat meer kunnen uithalen. Niet dat dat stoorde, want net zoals ik verwachtte van Tarkovsky zijn er ook in deze film enkele ongelooflijke beelden te zien; het camerawerk en de framing gedurende heel de film zijn prachtig, maar ze staken er nooit bovenuit voor mij zoals sommige beelden uit Stalker en Solyaris dat wel deden. Dit is uiteraard persoonlijk, want in alledrie films valt het niet te ontkennen dat hij een serieus talent heeft voor het construeren van adembenemende shots.
La Double Vie De Véronique – 7/10 (Krzyzstof Kieslowski, 1991)
De cinema van Kieslowski was zowat de eerste niet-Engelstalige cinema waar ik mee geconfronteerd werd, toen ik nog vrij jong was. Bleu, Blanc, Rouge en een groot deel van de Dekalog waren dus erg belangrijk voor mij in het apprecieren van cinema. Ik ben dan altijd een groot fan geweest van Kieslowski en keek hier dan ook zwaar naar uit. Maar toch heeft Kieslowski mij hier wat teleurgesteld. Hoewel ik de film erg sterk vond en onder de indruk was van de talenten van Irene Jacob, miste hij heel wat in zijn verhaal om volledig tot zijn recht te komen. Het uitgangspunt van de film is echt prachtig, en het werkt ook in zijn voordeel dat er niet al te veel over wordt uitgewijd. Maar wat meer balans in het verhaal had zeker welkom geweest. Het werd voor mij nooit echt duidelijk hoe en waarom het dubbele bestaan van Veronique zo zwaar doorweegt. Het kan goed zijn dat dit de bedoeling was van Kieslowski, and that’s cool, maar toch had ik het graag anders gezien. Misschien duurde het gewoon even voor hem om zijn gehele stijl op punt te brengen. Wat wel perfect was doorheen de film, was de cinematografie. Wat een geweldig spel van kleuren, glazen en lenzen dat je te zien krijgt. Moest het niet zo lang geleden zijn geweest dat ik Bleu/Blanc/Rouge nog heb gezien, zou ik zeggen dat ze die daarin overtreft.
Once Upon A Time In America – 7/10 (Sergio Leone, 1984)
Gedurende heel de eerste helft van de film was ik volop aan’t genieten en had ik het gevoel dat dit eventueel mijn favoriete film van Leone kon worden. Maar dan kwam deel twee van de film en alles ging zowat omlaag. Het verhaal boeide me al niet zo veel meer, mede omdat de afloop ervan echt heel voorspelbaar was, waardoor de langgerokken Leone-scenes al een pak leuker worden om te bekijken... De scenes zagen er gewoon niet meer zo mooi uit, ik miste echt heel hard de indrukwekkende exteriors van in het begin van de film. Maar wat me het meeste stoorde, was de warboel van personages en zijverhaaltjes die volledig onderontwikkeld achterbleven. Om een anderhalf uur lang teleurgesteld te blijven is niet al te leuk en dit nam dus erg veel af van de ervaring. Maar het eerste deel van de film was wel schitterend, dus ik kan niet zeggen dat ik niet zwaar genoten heb van de film. Leone's westerns waren toch wel beter!
Days Of Heaven – 9/10 (Terrence Malick, 1978)
Ik ben zelden zo onder de indruk geweest van fotografie in een film. Days Of Heaven is net zoals Paris, Texas of The Searchers een film waarvan de pracht van de beelden een ongelooflijke drijfkracht is. Het moet zeker gezegd worden dat het verhaal en de karakterontwikkeling erg veel te wensen overlaten, maar ik kan niet zeggen dat dat me op eender welk moment in de film stoorde. Vanaf vrij vroeg in de film had ik door dat ik geen enkele diepgang moest zoeken buiten dan de indrukwekkende manier waarop de sfeer gecreëerd werd enkel en alleen door de camera. Ik kan al niet meer tellen hoe veel shots ik ben tegengekomen die m’n mond wagenwijd open hebben gezet. Ik heb nu wel benadrukt hoe onbelangrijk het verhaal zelf is doorheen de film, maar wat zeker gezegd moet worden is hoe geniaal de het geloof in de Amerikaanse ‘work ethic’ hier naar voren wordt gebracht. Hiermee bedoel ik dat erg belangrijke aspect van de Amerikaanse samenleving dat het volk drijft om goed en hard te werken, en dat dit op zijn beurt beloond zal worden. De scenes met de arbeiders op een trein die worden afgezet aan de boerderij, en dan de komende scenes waar je ze ziet oogsten maken dit erg duidelijk en hebben wat mij betreft een erg groot belang in de film. Days Of Heaven is dus duidelijk een korte tijd die je in de hemel doorbrengt, alleen moet je zelf maar uitmaken wat je verwachtingen ervan waren en of ze ingevuld werden.