The Barefoot Contessa - 8.5/10 (Joseph L. Mankiewicz, 1954)
Na All About Eve maakte Joseph L. Mankiewicz nog een film die de bittere aard van showbiz aan ons toonde, maar in plaats van de donkere zwart-wit fotografie, gebruikte hij ditmaal prachtige Technicolor cinematografie, die aan het verhaal een volledig andere dimensie schenkt. We volgen de platonische relatie tussen filmregisseur Harry Dawes en de naar internationale roem geschoten Maria Vargas. Verschillende episodes uit de carrière van Vargas worden door verschillende narrators verteld, zodat ze steeds vanuit andere oogpunten word bekeken: een strategie die veel te danken heeft aan films als The Life And Death Of Colonel Blimp en Citizen Kane, waar gelijkaardige technieken werden gebruikt om het verhaal over één persoon te vertellen. Het verhaal van The Barefoot Contessa is dus erg interessant, Humphrey Bogart speelt zijn rol met behoorlijke maturiteit en de uitsraling van Ava Gardner is niet te schatten. Maar de show van deze film wordt zeker gestolen door Jack Cardiff, de wonderbaarlijk getalenteerde cameraman die het potentieel van Technicolor ten volle gebruikt en ons wonderbaarlijke portretten toont van de personages. Het lijkt echt alsof de close-ups van de personages geschilderd zijn door een van de wijlen grootmeesters uit de schilderkunst. Prachtig.
The King Of Comedy - 8.5/10 (Martin Scorsese, 1982)
Een serieus ondergewaard meesterwerk van Scorsese met een van De Niro's betere prestaties die ik al gezien heb. De film toont een vrij donkere zijde van stand-up komedie, en in het verhaal wordt een van televisie's bekendste komieken gespeeld door Jerry Lewis. Dit is al een uitstekend stukje casting, en dan de geniale De Niro en zijn al even bizarre partner-in-crime maken de voorname cast heel interessant. The King Of Comedy toont ook heel goed de versatiliteit van Scorsese aan, die veel te vaak enkel wordt geassocieerd met gangster films. Hij maakt hier weeral iets volledig anders, en net als zo veel van zijn films is dit een prachtig voorbeeld van New York cinema. The King Of Comedy is een combinatie van komedie, drama en misdaad, maar nooit wordt het ene element belangrijker dan een andere. Wat wel belangrijk blijft, is het ongemak veroorzaakt door De Niro, maar even goed door Lewis zelf, wat enkel kan leiden tot de conclusie dat bekendheid en roem serieus overschat wordt.
The Thing From Another World - 8/10 (Christian Nyby, 1951)
Het is op deze Howard Hawks-productie dat John Carpenter zich baseerde voor The Thing. Zijn versie is inderdaad beter dan die van Nyby, maar dat neemt niet wag dat The Thing From Another World echt nog uitstekend is. De film is ook een van de vroege moeites om de thematiek van alien invasion op een goede en enigszins geloofwaardige manier in een film te verwerken. Samen met The Day The Earth Stood Still (Robert Wise) en The Man From Planet X (Edgar G. Ulmer), ook uit '51 vormt deze film een serieuze basis voor wat er in latere jaren met science-fiction zou gebeuren.
The Town - 7/10 (Ben Affleck, 2010)
Een zeer degelijke actiefilm van Affleck, die ondanks enkele opvallende minpunten toch serieus overeind blijft. De romance tussen Affleck en Hall vond ik bijzonder slecht geschreven; het dialoog en de ontwikkelen van dat subplot waren echt heel ondermaats. Ook was het jammmer dat dit zijverhaaltje naar voren werd geschoven als de focus van het verhaal, wat met elke Affleck/Hall scene minder en minder geloofwaardig werd. Maar voor de rest toont Affleck dat hij in staat is om een project als deze op zich te nemen. De prestaties van Jeremy Renner, Chris Cooper, Jon Hamm en Pete Postletwaithe zijn allemaal geweldig en door deze schitterende supporting cast werd The Town een zeer plezierige en spannende film om naar te kijken; de actiesequenties waren ook serieus entertainend. Ik ga zeker Gone Baby Gone bekijken en als die even degelijk blijkt te zijn als The Town, dan zal ik beniuwd zijn naar de volgende film van Affleck en hoop ik dat hij uit zijn fouten gaat leren.
Strange Illusion - 6.5/10 (Edgar G. Ulmer, 1945)
Edgar G. Ulmer als noir regisseur heeft veel meer om mee uit te pakken dan wanneer hij drama of sci-fi maakt, zo blijkt. Strange Illusion mag dan misschien een absolute B-list film zijn, en het lachwekkende acteerwerk is een dead giveaway, maar toch heeft Strange Illusion een serieuze charme die niet half zo tragisch is als in The Man From Planet X of Bluebeard. Strange Illusion ontleent de basis voor zijn verhaal aan Hamlet; een jongen vertrouwt dat zijn aanstaande stiefvader absoluut niet en samen met vertrouwenspersonen probeert hij een manier te vinden om zijn gelijk te bewijzen. Het plot is heel erg simpel en de uitwerking van het verhaal is ook niet bepaald origineel of creatief. Maar als liefhebber van deze periode heb ik toch nog serieus kunnen genieten hiervan.
The Verdict - 6.5/10 (Don Siegel, 1946)
In 19de eeuws Engeland wordt een chef inspecteur van de Scotland Yard afgezet omdat hij een onschuldig man zou hebben laten ophangen. Wanneer een van zijn medewerkers die avond wordt vermoord, zet dit een hele recherche in gang. Hoewel het altijd leuk is voor mij om te zien hoe de film noir esthetiek getransponeerd wordt naar vroegere tijden in films als deze (en ook The Tall Target of Reign Of Terror), heeft The Verdict niet echt iets speciaals te bieden. Lekker duister gefilmd door de getalenteerde Ernest Haller, en de cast was ook degelijk, met leuke prestaties van Sidney Greenstreet, Peter Lorre en George Coulouris. Maar dat was het dan ook: leuk en niet slecht.