The Insider - 9/10 (Michael Mann, 1999)
Voor de een of andere reden is deze film steeds aan mij voorbijgegaan, ofwel omdat ik nooit wist waarover die eigenlijk ging, oftewel omdat ik nooit de nood heb gehad om Mann's filmografie te verkennen. Ik kan zeggen dat ik nog steeds geen fan ben van Mann, maar het is wel altijd al duidelijk geweest dat hij weet hoe een film te maken. En in dit geval is hij erin geslaagd er een te maken die mij echt kon boeien. Russel Crowe speelt degelijk, en Pacino uiteraard ook. De cinematografie is sterk, goed veel overbelichting en duidelijk weinig artificieel licht, wat de nachtscenes des te meer pakkend maakte. Maar wat mijn aandacht bijna heel de tijd kon bijhouden was zoinder enige twijfel het scenario. Wat een verhaal, zeg. Het eerste anderhalf uur was al een aanvaardbare film op zich, maar dan ineens komt er naar voren een grootschaals argument tussen de corporate dickheads van CBS en de echte journalisten zelf over de inhoud van hun show en de integriteit van de producers. Helemaal zoals ik het graag zie. Ook was ik bijna heel de film lang aan het wachten op een vermelding van Edward R. Murrow, en toen die effectief kwam, werd het mij duidelijk hoe zwaar dit verhaal doorweegt. Een scenario dat Network waardig is en ervoor zorgt dat The Insider een van de fijnste thrillers is uit moderne cinema.
The Sound Of Music - 6.5/10 (Robert Wise, 1965)
The Sound Of Music was dan misschien niet zo saai als ik had verwacht, en de hoogtepunten uit de film waren zelfs bijzonder goed. Maar uiteindelijk is de film dan toch niet zo schitterend. De acteerprestaties van iedereen behalve Christopher Plummer (duh) zijn erg slecht, en het is ook heel erg jammer dat bijna ieder lied uit de film twee of drie maal gezongen werd. Ik heb uiteraard niets tegen een kleine medley hier of daar, maar echt het woord voor woord, noot voor noot herhalen van een lied gedurende vijf minuten is niet echt heel origineel. Wat ik ook erg jammer vond was dat de acteurs bijna nooit dansten tijdens de muzikale nummers. Een van de voorname redenen waarom ik naar musicals kijk is om mensen goede muziek te zien spelen, goed te zingen en goed te dansen. Jammer genoeg kreeg ik nooit alledrie tegelijk te zien. Voornamelijk door die reden zal ik The Sound Of Music nooit kunnen appreciëren zoals Singin' In The Rain of West Side Story.
Cry Of The City - 7.5/10 (Robert Siodmak, 1948)
Uitstekend voer voor de noir junkie; Cry Of The City volgt een gearresteerde crimineel die erin slaagt uit zijn cel te ontsnappene en een flik die hem achter de hielen zit. Ze dwalen door de stad en passeren alle gebruikelijke haltes voor de vluchteling: het ouderlijke huis met de moeder die een soepje klaarmaakt voor haar zoon die net iets te veel misstappen heeft gedaan, een ontmoeting met zijn jonge broer die naar hem opkijkt, een nachtelijk bezoek van de chirurg die hem moet opknappen en uiteindelijk ook de onvermijdbare 'date with destiny'. Cry Of The City is dus een oerdegelijk film noir, die mooi binnen de lijntjes blijft en een goed einde weet te ensceneren. Maar ik miste ten mlinste één meesterlijk element dat beter was dan alle anderen. Er is dus jammer genoeg niet meteen iets dat de film tot een serieus hoog niveau tilt.