Dr. Jekyll & Mr Hyde - 6.5/10 (Rouben Mamoulian, 1932)
Ik was niet geheel tevreden met deze film over de man die door het streven naar menselijke perfectie zijn ziel weet te splitsen met de fysieke attributen die daarbij horen. Dr. Jekyll is overtuigd dat het goede en het kwade dat inherent is aan de mensheid gescheiden kan worden van elkaar. Maar wat hij niet ziet aankomen is dat bij hemzelf dat kwade soms de bovenhand neemtg onder naam van Hyde, en de diepe primordiale drang van Jekyll uitoefent op onschuldige slachtoffers doorheen Londen. Zelfs voor zijn tijd vond ik de make-up en de effecten niet al te speciaal en veel van het dialoog leek veel te geforceerd voor een pre-Code Hollywood film. Dit wil uiteraard niet zeggen dat de film onbelangrijk is geweest voor de evolutie van het sci-fi en horror genre, maar als losstaande film vind ik hem zeker niet geweldig.
Walker - 8/10 (Alex Cox, 1987)
Na de maffe '80s-style Kiss Me Deadly van Alex Cox, nl. Repo Man, wou ik zeker nog een film zien van deze man. Walker is de eerstvolgende waar ik iets over las, dus deze is het geworden. En het resultaat heeft me meer dan tevreden gesteld. Ed Harris, in een rol die op z'n lijf geschreven stond, speelt hier een militaire filibuster die in Nicaragua gaat vechten voor democratie in rebellie tegen de gevestigde orde. Dit lijkt allemaal goed en rechtvaardig, maar al heel snel blijkt dat Walker een heel erg scherpe satire is op het idee van Manifest Destiny. Het idee dat Amerika het recht zou hebben om hun culturele waarden te verspreiden naar andere landen vormt de basis voor deze waanzinnige militaire western. Verder ga ik me niet bezighouden met politieke overwegingen die Cox al dan niet had om deze film te maken, maar het is alleszins belangrijk dat ze merkbaar zijn. Los hiervan is het nog steeds een heel grappige acid western vol met leuke cinematografie, montage en vooral ook goede gags en dialogen.
The Face Of Another - 7.5/10 (Hiroshi Teshigahara, 1966)
Een man heeft zijn gezicht volledig verbrand in een industrieel accident en na enkele discussies met een psychiater begint hij aan een reeks experimenten om te zien of hij niet door het leven kan met een nieuw gezicht. En met dit nieuwe gezicht rijst ook ineens de vraag of hij met dit nieuwe gezicht ook een nieuwe identiteit kan verkrijgen. Het is niet gemakkelijk geweest om alles in deze film op orde te zetten. Misschien komt het door de taal of door mijn verwachtingen, maar ik was absoluut niet tevreden meteen na het bekijken van de film. Er waren veel scenes waar ik geen enkele logica in kon vinden en het subplot in de film leek me volledig onlogisch en ik snapte de parallel niet. Maar na het herbekijken van de film met commentaar van Tony Rayns, die heel wat duidelijkheid schepte op de stukken van de film waar ik zelf aanvankelijk niet aan uit kon, ben ik wel van gedachten veranderd over deze film. Het is de laatste tijd ook heel erg interessant om deze film te koppelen aan twee andere films die gelijkaardige thematiek verkennen: twee van de beste films uit 1966, Seconds van John Frankenheimer en Persona van Ingmar Bergman (zij het dan inversie van de vraagstelling uit Face Of Another) maar zeker ook de bijzonder interessante draad doorheen de filmografie van David Cronenberg waar hij zich keer op keer bezighoudt met het behouden/voortzetten/afsplitsen van indentiteit.
The Philadelphia Story - 7/10 (George Cukor, 1940)
Deze leuke romantische komedie van Cukor mag dan wel heel goed zijn, hij mankeert toch heel wat ingrediënten die nodig zijn voor mij om me serieus te kunnen ontroeren en/of doen lachen. Het is een film die een middenweg loopt tussen romantische komedie en screwball comedy, maar net daardoor ontbreekt het de elementen die een film zo sterk kunnen maken voor mij. Geen van de romances in de film voelden enigszins oprecht aan en geen van de gags waren laugh-out-loud hilarisch. Maar een rasechte klassieke Hollywoodfilm hoeft voor mij nu eens absoluut geen briljante film te zijn om er van te kunnen genieten. Ik ben dus in zekere zin teleurgesteld omdat de reputatie die aan deze film voorafgaat niet geheel terecht is (zeker niet binnen het AFI), maar ik vind de film daarom niet minder goed dan die eigenlijk is.
Daughter Of Dr. Jekyll - 8/10 (Edgar G. Ulmer, 1957)
Edgar Ulmer waagt zich hier aan een verderzetting van het Jekyll & Hyde-verhaal dat in Hollywood heel erg populair was. Als je het mij vraagt heeft hij beter werk geleverd dan Mamoulian, wiens werk in dit verhaal ik enkele dagen eerder zag. Het gaat hier om een poverty row horror film, dus de limitaties daarvan moeten wel in beschouwing worden genomen. Daarvan was Ulmer zeker en vast ook goed op de hoogte en het resultaat dat Ulmer hier levert is echt wel behoorlijk goed en bevat nog goed acteerwerk ook nog, en dat van John Ford stock-acteur Arthur Shields. Het verhaal is echt heel conventioneel voor een horror film uit die tijd, maar ik was veel meer onder de indruk hiervan dan van andere horror klassiekers uit de jaren '40 en '50 die veel hoger worden aangeprezen. Misschien is het mijn medelijden met Ulmer dat hier geholpen heeft, maar toch vond ik het een van zijn meest entertainende films tot nu toe.
The Amazing Transparent Man - 4/10 (Edgar G. Ulmer, 1960)
Ze kunnen uiteraard niet allemaal goed zijn... The Amazing Transparent Man is niet meer dan een transparent movie waar een miniem (bijzonder slecht) special effect een uur film zou moeten ondersteunen en de kijker zou moeten boeien. Het is niet gelukt.