Morgen mondelinge gip:
- Stagebedrijf voorstellen + informaticastuctuur
- Zelfgeschreven facturatieprogramma proberen verkopen aan de jury
- Vragen rond programma
- Mondelinge vragenstelling informatica
- Mondelinge vragenstelling boekhouden
Van informatica hebben we een vragenlijstje gekregen met mogelijke vragen

Der staan wel wa fouten in. Domme juf :ironic:
VOORBEELDVRAGEN
DEEL 1: Windows
1. Wat is een besturingssysteem? Geef enkele voorbeelden.
2. Wat is een boomstructuur? Leg uit a.d.h.v. de root en submappen in Windows.
3. Welke bestandskenmerken ken je? Hoe kan je deze wijzigen onder Windows?
4. Wat is FAT/NTFS?
5. Wat zijn clusters?
6. Wat is fragmentatie en defragmentatie?
7. Wat zijn verloren clusters? En kruiselings gekoppelde clusters?
8. Welke 3 achtervoegsels kunnen uitvoerbare bestanden hebben?
9. Wat zijn partities op een harde schijf?
10. Welke 5 zones onderscheid je op een vaste schijf? Leg uit wat erin staat. (partitietabel, bootrecord, directorystructuur, FAT, gegevens)
11. Wat is comprimeren? Geef een paar voorbeelden van het gebruik + programma.
12. Wat zijn computervirussen? Hoe worden ze verspreid? Wat kun je ertegen doen?
13. Wat is formatteren? (sector, spoor, cilinder, systeemdiskette, snelformatteren )
14. Leg uit: multitasking.
15. Wat is het klembord? Waarvoor wordt het gebruikt?
16. Leg uit: OLE
DEEL 2: Netwerken en internet
1. Welke voordelen biedt een servergestuurd netwerk?
2. Welke andere netwerk-configuraties ken je nog?
3. Welke hardware heb je nodig om een netwerk te installeren?
4. Wat is een HUB?
5. Welke voordelen heeft een netwerk t.o.v. een stand-alone gebruik?
6. Wat is een protocol?
7. Wat zijn cache geheugens? Wat is hun nut? Hoe groot zijn ze ongeveer?
8. Wat zijn Lan en Wan netwerken?
9. Internet: wat is het in feite? Hoe is het ontstaan? Waarvoor wordt het vooral gebruikt?
10. Wat zijn hackers?
11. Hoe krijg je toegang tot het internet? (soort verbinding: analoog/ ADSL/ TELENET/ISDN/Huurlijn)
12. Leg uit: WWW, FTP, E-mail,Newsgroup, IRC,http,HTTPS,…
13. Welke hardware en software heb je allemaal nodig om toegang te krijgen tot het internet of een netwerk?
14. In welke taal kunnen webpagina’s geschreven worden? Wat is de betekenis daarvan?
15. Verklaar de volgende begrippen:
a. Provider
b. Internet account
c. Pop
d. Chatten
e. Search engine
f. Html (tag, index.htm, lijsten, hoofdlettergevoeligheid, frames)
g. Hyperlink
h. Hostcomputer
i. TCP/IP
j. Browser (IE + versie, opera, netscape,…)
k. http
l. URL
m. Zoekrobot
n. Winzip
o. Zelfextractie
p. CC
q. BCC
r. Downloaden
s. Uploaden
t. Emoticon (smiley)
u. FAQ
v. Freeware
w. Gif/jpg/bmp
x. Intranet
y. Firewall
z. Netiquette
aa. Protocol
DEEL 3: Software
1. Welke zijn de onderdelen van MS-Office? Welk bedrijf is er de maker van? Wie heeft daar de algemene leiding?
2. Wat is normaliseren? Geef het nut.
3. Zeg wat er in elke fase van het normaliseren gebeurt. (verzamelen en typeren – herhalende groepen – samengestelde sleutels – afhankelijke velden)
4. Wat is een relationele database? Wat is het nut van het leggen van relaties tussen tabellen? Illustreer met een voorbeeld.
5. Uit welke onderdelen is een relationele database opgebouwd? Steun hierbij op het databasevenster van Acces?
6. Wat zijn macro’s in het algemeen? Geef een paar toepassingsprogramma’s waar ze kunnen gemaakt worden.
7. Wat is een procedure. En een functie? Verschil?
8. Welke zijn de basisstructuren in het programmeren?
9. Welke structuur is afgeleid van de selectie?
10. Welke drie vormen van iteratie (herhaling) zijn er? Vergelijk ze wat de vraagstelling en het gebruiksgemak betreft.
11. Noem een paar rekenbladen. Welk nut heeft een rekenblad?
12. Wat is een seriële datum? (excel)
13. Wat zijn draaitabellen? Wat is hun nut?
14. Wat is een vertaalprogramma? Welk soort wordt er gebruikt bij Visual Basic?
15. Wat is dynamische en statische gegevensoverdracht?
16. Wat is het verschil tussen absolute en relatieve adressering? (excel)
17. ADO? (Wat, wat kan je ermee doen, nut, objecten, toepassingen, voorbeelden, objectiërachie in VBA,…)
18. Wat is frontpage?
19. Wat is powerpoint?
20. Wat weet je over licenties?
Deel 4: Hardware
1. Printertypes: matrix, inktjet, laser. Leg uit.
2. Waarvoor wordt een tapestreamer gebruikt? Hoe werkt deze?
3. Wat zijn logische operatoren? Wat zijn relationele operatoren?
4. Afkortingen: RAM-ROM-CPU-CAD/CAM-IP-USB-UPS
5. Hoe is een computerconfiguratie samengesteld?
6. Leg uit: laptop, kloon, desktop, minitower
7. Wat is het verschil tussen een seriële en een parallelle poort?
8. Beeldscherm: verklaar resolutie, kleurschakeringen, beeldfrequentie.
9. Wat doen de bedrijven/merken Intel, Motorola, AMD, Duron,…
10. Waarvoor staat ASCII? Hoe is de code opgebouwd?
11. Verklaar de termen kilobyte, megabyte, gigabyte. Wat drukken ze uit?
12. Waar het grote verschil in snelheid van interne t.o.v. externe geheugens?
13. Wat is het verschil tussen systeemprogrammatuur en toepassingsprogrammatuur?
14. Verklaar de termen shareware en freeware.
15. Wat betekent het begrip server-client?
16. Wat betekent het woord modem? Waarvoor gebruiken we dit toestel? Over welke snelheden spreken we hierbij?
17. Wat is een ISDN-adapter?
18. Wat is een back-up?
19. Geef een aantal eigenschappen van CD-ROM-DVD-… Maak een overzicht van snelheden en richtprijzen. (schijven + toestellen)
Wish me luck
