Archief - Netwerken

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

Mithrandix

Legacy Member
lo

omdat ik toch hier veel netwerk problemen zie staan zal ik is proberen een helpgids te schrijven :)

Netwerktermen en afkortingen

Bandbreedte: een aanduiding van het vermogen van een transmissiesysteem. Bandbreedte wordt in Hertz gemeten.

Bits per seconde: de frequentie waarmee data over een netwerk verzonden kan worden. Het aantal bits per seconde kan afwijken van de baudfrequentie, omdat in 1 baud meerdere bits kunnen gecodeerd worden.

Baud: het aantal wijzigingen in een signaal, per seconde. Elke wijziging kan 1 of meer bits informatie coderen.

Categorie 5-kabel: een type bekabeling voor een twisted-pair ethernet. De elektrische kenmerken van een cat.5 zorgen voor een lagere gevoeligheid voor elektrische interferentie dan bij lagere categorieën.

Cliënt: wanneer twee computers programma's via een netwerk communiceren, is het de cliënt degene die de communicatie begint; het programma dat eventueel contact afwacht is de server. Een bepaald programma kan voor de ene dienst als server en voor de andere als cliënt fungeren.

DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol): een protocol waarmee computers configuratie-informatie verkrijgen. Met DHCP kan een computer een IP-adres krijgen zonder dat een beheerder de informatie over de computer in de database van de server hoeft te configureren.

DNS (Domain Name Server): het geautomatiseerde systeem waarmee computernamen naar overeenkomstige IP-adressen vertaald worden. Een DNS-server antwoordt op een query door de naam op te zoeken en het adres te retourneren.

Domein: een deel van de computernaamhiërarchie, zoals deze op het ineternet wordt gebruikt. De namen van de commerciële organisaties worden bijvoorbeeld onder het domein .com geregistreerd.

Ethernet: een populair Local Area Network-technologie, die een gedeelde bustopologie gebrukt. Basic Ethernet werkt op 10 mbps; Fast Ethernet op 100 mbps; Gigabit ethernet op 1000 mbps.

FTP (File Transfer Protocol): een protocol voor het versturen van een volledig bestand van de ene naar de andere computer.

Hertz: een eenheid voor een escillatie (trilling) per seconde. Hardwarebandbreedte wordt in veelvouden van Hertz gemeten.

Host: een eendgebruikcomputer, verbonden met een netwerk. IN een internet is elke computer een host of een router.

Hub: een elektronisch apparaat dat een netwerk implenteert. Op een hub aangesloten computers kunnen communiceren alsof ze met een netwerk verbonden zijn.

IP (Internet Protocol): het protocol dat zowel het formaat van pakketten op een TCP/IP-internet als het mechanisme voor de routering van een pakket naar zijn bestemming beschrijft.

IP-adres: een 32-bits adres, dat wordt toegekend aan een computer die TCP/IP-protocollen gebruikt. De zender met het IP-adres van de doelcomputer kennen voordat een pakket verstuurd kan worden.

LAN (Local Area Network): Een netwerk dat gebruikt maakt van een technologie die speciaal voor geografisch kleine gebieden is ontworpen. Een thernet is bijvoorbeeld een LAN, geschikt voor 1 gebouw. LAN's hebben een lagere voortplantingsvertraging dan Wide Area Networks die op hun beurt een groot geografisch gebied kan omspannen.

NIC (Network Interface Card): Een netwerkkaart, die men in een computer steekt om deze met een netwerk te verbinden; ook wel netwerkadapter genoemd.

PING (Packet InterNet Groper): een programma voor het testen van netwerkberbindingen. PING stuurt een ICMP Echo Request-bericht naar een bestemming en rapporteert of het daarop een ECMP Echo Reply-bericht ontvangt.

RJ-45: het type connector dat men voor een twisted pair ethernet gebruikt.

Server: wanneer twee programma's via een netwerk met elkaar communiceren, is de client het programma dat de communicatie begint, en de sever het programma dat wacht totdat de client contact opneemt.

STP (Shielded Twisted Pair): een kabel die bestaat uit twee twisted-paris die door een zware metalen afscherming omringd worden, vergelijkbaar met de afscherming van een draad in een coax-kabel. De afscherming beschermt de binnenste draden tegen elektrische referentie.

TCP (Transimission Control Protocol): Het TCP/IP-protocol dat de applicatieprogramma's toegang tot een verbindingsgerichte communicatiedienst verschaft. TCP biedt een betrouwbare aflevering met stroomregulering. TCP regelt veranderende condities in het Internet door zijn hertransmissieschema toe te passen.

ik ga dit proberen geregeld te updaten en dingen toe te voegen dus er mag een sticky van gemaakt worden :woohoo:
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan