Zou ‘Bohemian Rhapsody’ dit jaar toch weer op de eerste plaats van de Top 2000 eindigen? Het zou niet misstaan, dertig jaar nadat de klassieker voor het eerst de top van de hitparades bezette en exact vijftien jaar na het overlijden van zijn schepper Freddie Mercury.
Mamma-mia; Mercury’s meesterwerk
DOOR JEROEN GEERTS
MUZIEK
Zijn medebandleden waren inmiddels wel wat gewend als het aankwam op de soms bizarre, muzikale ideeën van Freddie Mercury. Maar eind 1975 dachten ook zij dat de Queen-zanger doorsloeg toen hij vanachter de piano zijn nieuwe creatie presenteerde. Drie minuten onderweg in een ballade stopte hij plotseling met spelen, draaide zich om en meldde met een brede grijns: „Nou, schatjes. Hier komt het operastuk.”
Het opnemen van dat bewuste operagedeelte alleen al, maakte Bohemian Rhapsody destijds tot de duurste popproductie aller tijden. Drie volle weken, vaak twaalf uur per dag, sloten gitarist Brian May, drummer Roger Taylor en zanger/toetsenist Mercury zich op in de Londense Rockfield Studio 1, om schijnbaar eindeloos galileo’s, fandango’s en mamma-mia’s in te zingen.
Zeker, bands als The Byrds en The Beach Boys hadden al jaren eerder revolutionair werk verricht wat betreft koortjes en samenzang. Maar niemand had het ooit op zich genomen om met slechts drie stemmen - bassist John Deacon zong nooit - een 180-koppig koor na te bootsen. Met een 24-sporen recorder - wat destijds al heel wat was - betekende dat, dat dezelfde stukken tape talloze malen moesten worden hergebruikt om stemmetjes toe te voegen. Na afloop van de sessies waren sommige banden zo vaak over de opnameknop gegaan dat je er dwars doorheen kon kijken. Zwaar werk, zeker ook voor producer Roy Thomas Baker die in het analoge tijdperk alle fragmenten met scheermesjes en plakband tot een geheel moest smeden.
Een a capella intro, een pianoballade gevolgd door een gitaarsolo die door wederom tientallen lagen als een orkest klonk, een operagedeelte en een eruptie van stevige hardrock voor de finale. Bohemian Rhapsody was het eerste popnummer dat deze verschillende stijlen binnen het tijdsbestek van een singletje samenvoegde.
Het maakt de song, afgezien van muzikale smaak, hoe dan ook tot een van de meest grensverleggende in de West-Europese popmuziek. Bohemian Rhapsody creëerde eigenhandig een nieuwe standaard en alleen dat al verklaart waarom het nummer na dertig jaar in tientallen landen nog altijd genoemd wordt in de eindejaarslijstjes van ‘beste platen aller tijden’.
In Nederland prijkte Mercury’s opus magnum jarenlang op de eerste plaats van Veronica’s Top 100 Aller Tijden, totdat de Metallica-fanclub een actie startte om One, het grote epos van hún favorieten, op die plek te krijgen.
Hetzelfde gebeurde met de Radio 2 Top 2000. Door een campagne van presentator Frits Spits, die het nummer spuugzat was, werd Bohemian Rhapsody vorig jaar van de eerste plek verdrongen door Avond van Boudewijn de Groot. Vanavond om half negen wordt op Nederland 3 de top 10 van dit jaar bekendgemaakt.
In 1976 was het, ironisch genoeg, Mamma mia van Abba dat Queen van die hoogste notering van de hitlijst stootte.
Maar niet nadat de plaat daar negen weken had doorgebracht. In niet minder dan vijftien landen. In Engeland staat Bohemian Rhapsody nog altijd te boek als de op twee na best verkochte single in de geschiedenis, na Elton Johns Candle in the wind en Band Aid.
Vlak na het overlijden van Freddie Mercury, vandaag exact vijftien jaar geleden, gebeurde het nóg een keer. De heruitgave van de single stormde net zo hard opnieuw naar de eerste plaats in zeven landen. Ook in Nederland, waar Bohemian Rhapsody andermaal de platinastatus verdiende, en in Engeland, waar het de enige single ooit is die twee keer met kerst op nummer één stond. Deze keer ging zelfs de VS overstag; hoewel dat meer te danken was aan de bekende ‘headbangen in de auto’-scene uit de film Wayne’s World.
En dan te bedenken dat het maar weinig scheelde of de mini-opera had überhaupt nooit het levenslicht gezien. Met een speelduur van bijna zes minuten was het bijna twee keer zo lang als het gemiddelde liedje dat je halverwege de jaren zeventig op de radio hoorde. „Geen enkele zender gaat dat draaien”, beredeneerde platenmaatschappij EMI en weigerde het uit te brengen.
Maar met name Mercury was heilig overtuigd van zijn kindje. Hij gaf een testpersing mee aan BBC-Radio DJ Kenny Everett die het nummer op één dag niet minder dan veertien keer draaide. De beer was los: EMI kon de vraag van het publiek niet meer negeren.
Promotie van het plaatje, dat indertijd standaard gebeurde via optredens bij tv-programma’s, bracht een probleem met zich mee: Queen zag ook wel in dat ze het nummer nooit live zouden kunnen brengen. Besloten werd om een kant-enklaarfilmpje te fabriceren dat shows als Top of the pops zo uit konden zenden. Uit nood geboren gaf dit filmpje, nu beschouwd als een van de allereerste videoclips aller tijden, nóg een extra zetje naar de legendarische status van Bohemian Rhapsody. Een status die zelfs Queen zélf nooit meer heeft weten te overtreffen.