vanaf het punt dat je het aanraakt, zelfs al is het in je handen naar beneden aan het gaan, ben je een kracht naar boven aan het leveren om de 20kg af te remmen.
Het moment dat ge het gewicht van 20 kilogram naar boven aan het duwen bent, ben je een extra kracht aan het leveren om de 20 kilogram te versnellen. Die kracht zal over de hele lijn netto minimum gelijk zijn aan het stil vasthouden van de 2x20kg.
Als je je afvraagt waarom men dat zo direct kan zeggen, volgt dat uit de wet van behoud aan energie. De minimum energie die je nodig hebt om de twee massa's over de brug te krijgen blijft gelijk, of je de gewichten nu draagt, of niet. In realiteit zul je zelfs veel meer energie verspillen doordat de gewichten constant op en neer gaan door je jongleerbewegingen. Maar het is nu vooral belangrijk om te weten dat het jongleren alleszins niet minder energie kan vragen.
Als je de kracht die je levert op een curve zet in functie van de afgelegde afstand, kun je daar de gebruikte energie uit berekenen (eigenlijk moet ik 'arbeid' zeggen, maar om het simpel te maken gebruik ik de term energie, het komt op hetzelfde neer)
Op de verticale as komt de kracht, op de horizontale as de afstand.
Als je nu de situatie bekijkt waarbij je de 2x20kg gewoon stil draagt, zou de curve eruit zien als een horizontale rechte lijn, de kracht die je extra levert op de grond blijft constant over de volledige wandeling over de brug.
Om daar de energie uit te halen moet je de oppervlakte onder de grafiek nemen. Waarom? Wel, dat is simpelweg één van de formules die je moet leren in de fysicalessen. Je kunt dat gaan bewijzen, maar da's hier niet nodig.
Het is in deze situatie makkelijk om de oppervlakte te nemen, want het is een vierkant, en je hoeft dus gewoon de lengtes van de zijden met elkaar te vermenigvuldigen. Kracht x afstand = energie
Laten we de situatie van het jongleren bekijken. We weten dat de oppervlakte onder de grafiek evengroot moet zijn als onder de vorige grafiek. Maar nu zal die er niet uitzien als een horizontale rechte. Omdat je constant gooit en opvangt, zal die kracht telkens verminderen en vermeerderen, de lijn ziet er dus uit als een golf die telkens op en neer gaat.
Nu is het simpel om een conclusie te trekken: je weet dat de oppervlakte onder de grafiek even groot moet zijn als bij de rechte lijn, maar hij gaat wel op en neer. Dus, als je de grafieken naast elkaar zet, kan het niet anders dat de op en neer gaande grafiek af en toe hoger moet komen dan de rechte lijn. Als hij er enkel onder zou blijven, zou de oppervlakte onder de op-en-neer gaande grafiek kleiner zijn.
Bijgevolg weet je dat er op bepaalde momenten meer kracht moet geleverd worden op de brug bij het jongleren dan als je de gewichten gewoon stil zou vasthouden. Door die bepaalde momenten zal de brug instorten.