"soms", zei de schrijver, "kan ik niet zeiken als er iemand anders naast mij staat. Soms kan ik ook niet zeiken als er niemand adners naast mij staat. Dan doe ik mijn ogen dicht en denk ik aan een grote groene vlakte. Een weide weet je wel. Zo'n Weide uit mijn jeugd. Met in de verte koeien, bijen die zoeken en de zon een gele bol hoog in de hemel en geen mens te bespeuren kilometers in het rond. Heel alleen sta ik middenin die grote groene weide. Een klein beetje wind is er. Een klein beetje wind. En één vliegtuig in de lucht mag ook. Als ik daaraan denk kan ik wel zeiken. Zalig zeiken."
...
"Met één vliegtuig in de lucht. Daar zit iedereen in waar ik van hou. Dat viegtuig stort neer, voor m'n ogen. En ondertussen sta ik te zeiken."
ik hoop dat het die passage is da ge bedoelt?