Archief - Perpetuum mobile B

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

Nooby007

Legacy Member
kickass88 zei:
ik ben blij dat gij mij gered hebt! Als toon van mijn dank zal ik u slaaf zijn voor 24 uur..

*werpt zichzel op zijn knieën voor nooby*

Als het zo zit...

*Trekt broek af*

Do Your Thang Bitch :cool:

kickass88

Legacy Member
TRING!!

ja, en de 24 uren zijn voorbij... eb kik hier keer efkes sjans zeg

lttuvix

Legacy Member
mij op nen kernbom gooien he??

Een atoombom (ook wel kernbom, kernwapen of atoomwapen) is een type wapen dat gebruik maakt van de energie die is opgeslagen in de kernen van atomen om een ontploffing te veroorzaken.

Hoewel alle atoombommen gebaseerd zijn op het in korte tijd ontketenen van nucleaire reacties, is er een aantal soorten te onderscheiden.

Het belangrijkste verschil is dat tussen bommen die gebruikmaken van kernsplijting in een kettingreactie (A-bom) en bommen die gebruikmaken van kernfusie (H-bom). Voor beide typen kunnen verschillende isotopen worden gebruikt.

Kernsplijtingsbommen
Een uraniumbom is gebaseerd op het bijeenvoegen en lang genoeg bij elkaar houden van een voldoende massa verrijkt uranium, d.w.z. uranium waar kunstmatig de isotoop 235U in veel grotere mate voorkomt dan in de natuur het geval is. Na reactie van een atoomkern van deze isotoop met een vrij neutron ontstaat 236U, dat direct uiteenvalt, waarbij naast een grote hoeveelheid energie ook enige neutronen vrijkomen, die weer kunnen reageren met andere 235U-kernen. Mits er voldoende 235U aanwezig is (meer dan de kritische massa, dat is een massa waarin gemiddeld per splijtingsreactie precies één nieuwe splijting ontstaat), en er daardoor per splijting gemiddeld meer dan één nieuwe splijting wordt opgewekt (een superkritische hoeveelheid), ontstaat er dan door de uit de hand lopende kettingreactie een ontploffing. Bij deze ontploffing wordt de dichtheid van het materiaal snel kleiner, waardoor de benodigde dichtheid om de kettingreactie in stand te houden ook (zeer) snel weer verloren gaat.


Als geen speciale maatregelen worden genomen, wordt slechts een klein percentage van de aanwezige splijtbare kernen ook daadwerkelijk gespleten gedurende de ca. 1000 nanoseconden dat de kritische massa bij elkaar is. Het zo hoog mogelijk maken van dit percentage en daarmee gerelateerd het zo lang mogelijk bij elkaar houden van de kritische massa is een van de belangrijkste technische problemen bij het ontwerp van een atoombom. De eerste atoombommen hadden een rendement van slechts 2%. Door inzet van beryllium als neutronenreflector en door het inspuiten van een klein beetje deuterium of tritium in het te splijten materiaal (bij de zo geïnduceerde kernfusie komen ook geschikte neutronen vrij) wordt in modernere atoombommen een veel hoger rendement (in de orde van 20%) gehaald, waardoor bovendien de benodigde hoeveelheid splijtbare isotoop kleiner wordt.

Een plutoniumbom werkt volgens hetzelfde principe als een uraniumbom, maar men gebruikt daarvoor sommige isotopen van het element plutonium, dat verkregen wordt door in een kernreactor een andere natuurlijke uraniumisotoop 238U aan neutronen bloot te stellen.

Het bereiken van de kritische massa kan op verschillende manieren. Eén manier is het inschieten van een kogel bestaande uit een subkritische hoeveelheid splijtstof in een andere subkritische massa waardoor de kritische massa wordt bereikt. Deze methode is alleen mogelijk met uranium. Bij plutonium zou de kettingreactie namelijk te vroeg op gang komen en daardoor uiteindelijk veel minder krachtig zijn (predetonatie), namelijk zodra de kogel voldoende dicht bij het doel is om samen een kritische massa te vormen. Dit komt doordat in plutonium meer spontane kernsplijtingen voorkomen, die het proces starten.

Een andere methode is de implosie: een subkritische massa wordt door een conventionele explosie van explosief materiaal dat om die massa heen is geplaatst sterk samengedrukt waardoor de neutronen-efficiency toeneemt en de massa superkritisch wordt. Door het aanbrengen van een neutronen-reflecterende laag van ijzer of kobalt om de bom heen wordt zowel de kritische massa langer bij elkaar gehouden als de benodigde splijtmassa kleiner gemaakt. De efficientie en het succes van de reactie hangen in dit type bom in hoge mate af van de gelijkmatigheid waarmee de conventionele comprimerende ontploffing plaatsvindt. Hiervoor zijn een groot aantal zeer nauwkeurige elektrische ontstekers (detonators) met exact gelijke en bekende vertragingstijden nodig en springstoffen van nauwkeurig bepaalde vorm en explosieve eigenschappen.

Kernfusiebommen
De waterstofbom werkt volgens een ander principe. Hier is niet kernsplijting maar kernversmelting van waterstofisotopen zoals deuterium en tritium tot zwaardere elementen de drijvende kracht. Dit is niet hetzelfde proces dat de zon doet stralen: daar is waterstof het uitgangspunt; ook is dat proces te traag voor een bom. Overigens is de enige bekende manier om een voldoende hoge druk en temperatuur te bereiken om in een bom tot kernfusie te komen het ontsteken van een kernsplijtingsbom als detonator.

Een speciaal soort waterstofbom is de neutronenbom.


Effecten
De explosie van een kernwapen heeft gevolgen op korte tijd: het ontstaan van een luchtdrukgolf, krachtiger en langduriger dan van een gewone bom; de hittestraling die gebouwen in brand zet, en bij mensen brandwonden veroorzaakt; en de neutronen- en gamma-straling, die op organismen waaronder de mens een dodelijke werking heeft. Op lange termijn veroorzaakt een atoombom een fall-out die tot op grote afstand van de explosie de omgeving radioactief maakt. De straling (zowel direct als indirect) zorgt voor een verhoogde kans op kanker of afwijkingen in het nageslacht.

De schade veroorzaakt door een kernexplosie hangt in grote mate af van de sterkte van het wapen.

De sterkte van een kernwapen
De sterkte van een kernwapen, de energie die vrijkomt bij de explosie, wordt uitgedrukt als de massa springstof (TNT) die nodig is om een even grote energie te laten vrijkomen. De bom die boven Hiroshima werd afgeworpen, had een sterkte die te vergelijken is met een hoeveelheid van 15000 ton (vijftien miljoen kilo) TNT, oftewel 15 kiloton.

Later werden kernwapens met een veel grotere explosieve kracht ontwikkeld. Hiervoor wordt de megaton gebruikt om de kracht aan te duiden. De zwaarste bom ooit getest, de Tsar Bomba, had een kracht van 50 megaton, dus 50 000 000 ton TNT.


Test van een atoombom in de VS, 1951De eerste kernsplijtingsbommen werden gemaakt in de VS, waar in 1939 een project (het Manhattanproject) was gestart om ze te ontwerpen en om voldoende splijtbaar materiaal te produceren. Het Los Alamos-laboratorium, of Project Y, werd begin 1943 voor slechts één doel opgezet: een atoombom ontwerpen en bouwen. Amerikaanse wetenschappers haastten zich om de kracht van het atoom te ontsluiten. Er werd gevreesd dat ook nazi-Duitsland aan een kernbom werkte. Dit project is, hoewel er aanzetten toe waren gedaan, echter nooit goed van de grond gekomen.

De eerste testontploffing (met de Trinity) vond op 16 juli 1945 om 5:29:45 plaats in de woestijn van New Mexico. De explosieve kracht bedroeg 20 tot 22 kiloton. In het team dat de bom ontwierp werkten de allerbeste wetenschappers, onder wie veel die ook bij een groter publiek bekend raakten, zoals Enrico Fermi, Robert Oppenheimer, Richard Feynman, John von Neumann, Murray Gell-Mann en Edward Teller. Een twintigtal medewerkers aan het Manhattanproject heeft ooit (voor de oorlog of erna) een Nobelprijs gewonnen. Behalve deze kern van geniale wis- en natuurkundigen was het Manhattanproject ook een enorme industriële onderneming; de benodigde opwerkingsfabrieken en de investeringen daarvoor waren kolossaal.

[bewerk]
Eerste gebruik
Het eerste kernwapen dat in oorlogstijd werd ingezet was de uraniumbom Little Boy, die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Verenigde Staten op 6 augustus 1945 boven de Japanse stad Hiroshima tot ontploffing werd gebracht. Het vliegtuig waarmee de bom naar Hiroshima werd gevlogen heette Enola Gay. De bom had een explosieve kracht die equivalent was aan ongeveer 15 kiloton TNT en maakte 70.000-80.000 slachtoffers. Op 9 augustus 1945 werd Nagasaki aangevallen met een plutoniumbom: Fat Man. De explosieve kracht van deze tweede bom was groter (21 kiloton). Er vielen 35.000-40.000 doden. Dat was minder dan bij de eerste bom, doordat de bom wegens teveel bewolking niet boven het oorspronkelijk geplande punt was afgeworpen.
Bij beide explosies kwam ook een grote hoeveelheid radioactiviteit vrij, die nog tot lang na de Tweede Wereldoorlog stralingsziekten veroorzaakte, waardoor vele doden zijn gevallen. Het aantal doden door deze bommen wordt overigens sterk verschillend opgegeven: het aantal doden in eerste instantie in Hiroshima b.v. wordt ook wel opgegeven als 140.000, en het aantal secundaire slachtoffers na maanden tot jaren als nog eens zoveel.

[bewerk]
Verdere ontwikkeling
De later ontwikkelde waterstofbom heeft een nog veel grotere vernietigende kracht. Bovendien komt bij de ontploffing veel radioactiviteit vrij in de vorm van directe radioactieve straling, maar ook in de vorm van langlevende isotopen die zeer schadelijk voor de gezondheid zijn. Dit zijn de redenen dat de beide supermogendheden, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, bij de wapenwedloop tijdens de koude oorlog wel veel atoombommen produceerden, maar afzagen van het voeren van een directe oorlog. Dit noemt men de afschrikkende werking van kernwapens.
Volgens voorstanders van kernwapens is door deze dreiging het gevaar van een grote oorlog sterk verminderd. Anderen vrezen echter dat er ooit een kernoorlog uitbreekt, met de vernietiging van de mensheid tot gevolg.

[bewerk]
Vuile bom (dirty bomb)
Een dirty bomb is een wapen dat voor zijn explosie niet van kernsplitsing of -fusie gebruik maakt, maar met behulp van een conventioneel explosief een hoeveelheid radioactief materiaal verspreidt. Omdat een dirty bomb veel eenvoudiger te construeren is dan een echt kernwapen wordt vooral van dit wapen gevreesd dat het door terroristen gebruikt zou kunnen worden.

Piekatsjoe

Legacy Member
lttuvix zei:
mij op nen kernbom gooien he??

Een atoombom (ook wel kernbom, kernwapen of atoomwapen) is een type wapen dat gebruik maakt van de energie die is opgeslagen in de kernen van atomen om een ontploffing te veroorzaken.

Hoewel alle atoombommen gebaseerd zijn op het in korte tijd ontketenen van nucleaire reacties, is er een aantal soorten te onderscheiden.

Het belangrijkste verschil is dat tussen bommen die gebruikmaken van kernsplijting in een kettingreactie (A-bom) en bommen die gebruikmaken van kernfusie (H-bom). Voor beide typen kunnen verschillende isotopen worden gebruikt.

Kernsplijtingsbommen
Een uraniumbom is gebaseerd op het bijeenvoegen en lang genoeg bij elkaar houden van een voldoende massa verrijkt uranium, d.w.z. uranium waar kunstmatig de isotoop 235U in veel grotere mate voorkomt dan in de natuur het geval is. Na reactie van een atoomkern van deze isotoop met een vrij neutron ontstaat 236U, dat direct uiteenvalt, waarbij naast een grote hoeveelheid energie ook enige neutronen vrijkomen, die weer kunnen reageren met andere 235U-kernen. Mits er voldoende 235U aanwezig is (meer dan de kritische massa, dat is een massa waarin gemiddeld per splijtingsreactie precies één nieuwe splijting ontstaat), en er daardoor per splijting gemiddeld meer dan één nieuwe splijting wordt opgewekt (een superkritische hoeveelheid), ontstaat er dan door de uit de hand lopende kettingreactie een ontploffing. Bij deze ontploffing wordt de dichtheid van het materiaal snel kleiner, waardoor de benodigde dichtheid om de kettingreactie in stand te houden ook (zeer) snel weer verloren gaat.


Als geen speciale maatregelen worden genomen, wordt slechts een klein percentage van de aanwezige splijtbare kernen ook daadwerkelijk gespleten gedurende de ca. 1000 nanoseconden dat de kritische massa bij elkaar is. Het zo hoog mogelijk maken van dit percentage en daarmee gerelateerd het zo lang mogelijk bij elkaar houden van de kritische massa is een van de belangrijkste technische problemen bij het ontwerp van een atoombom. De eerste atoombommen hadden een rendement van slechts 2%. Door inzet van beryllium als neutronenreflector en door het inspuiten van een klein beetje deuterium of tritium in het te splijten materiaal (bij de zo geïnduceerde kernfusie komen ook geschikte neutronen vrij) wordt in modernere atoombommen een veel hoger rendement (in de orde van 20%) gehaald, waardoor bovendien de benodigde hoeveelheid splijtbare isotoop kleiner wordt.

Een plutoniumbom werkt volgens hetzelfde principe als een uraniumbom, maar men gebruikt daarvoor sommige isotopen van het element plutonium, dat verkregen wordt door in een kernreactor een andere natuurlijke uraniumisotoop 238U aan neutronen bloot te stellen.

Het bereiken van de kritische massa kan op verschillende manieren. Eén manier is het inschieten van een kogel bestaande uit een subkritische hoeveelheid splijtstof in een andere subkritische massa waardoor de kritische massa wordt bereikt. Deze methode is alleen mogelijk met uranium. Bij plutonium zou de kettingreactie namelijk te vroeg op gang komen en daardoor uiteindelijk veel minder krachtig zijn (predetonatie), namelijk zodra de kogel voldoende dicht bij het doel is om samen een kritische massa te vormen. Dit komt doordat in plutonium meer spontane kernsplijtingen voorkomen, die het proces starten.

Een andere methode is de implosie: een subkritische massa wordt door een conventionele explosie van explosief materiaal dat om die massa heen is geplaatst sterk samengedrukt waardoor de neutronen-efficiency toeneemt en de massa superkritisch wordt. Door het aanbrengen van een neutronen-reflecterende laag van ijzer of kobalt om de bom heen wordt zowel de kritische massa langer bij elkaar gehouden als de benodigde splijtmassa kleiner gemaakt. De efficientie en het succes van de reactie hangen in dit type bom in hoge mate af van de gelijkmatigheid waarmee de conventionele comprimerende ontploffing plaatsvindt. Hiervoor zijn een groot aantal zeer nauwkeurige elektrische ontstekers (detonators) met exact gelijke en bekende vertragingstijden nodig en springstoffen van nauwkeurig bepaalde vorm en explosieve eigenschappen.

Kernfusiebommen
De waterstofbom werkt volgens een ander principe. Hier is niet kernsplijting maar kernversmelting van waterstofisotopen zoals deuterium en tritium tot zwaardere elementen de drijvende kracht. Dit is niet hetzelfde proces dat de zon doet stralen: daar is waterstof het uitgangspunt; ook is dat proces te traag voor een bom. Overigens is de enige bekende manier om een voldoende hoge druk en temperatuur te bereiken om in een bom tot kernfusie te komen het ontsteken van een kernsplijtingsbom als detonator.

Een speciaal soort waterstofbom is de neutronenbom.


Effecten
De explosie van een kernwapen heeft gevolgen op korte tijd: het ontstaan van een luchtdrukgolf, krachtiger en langduriger dan van een gewone bom; de hittestraling die gebouwen in brand zet, en bij mensen brandwonden veroorzaakt; en de neutronen- en gamma-straling, die op organismen waaronder de mens een dodelijke werking heeft. Op lange termijn veroorzaakt een atoombom een fall-out die tot op grote afstand van de explosie de omgeving radioactief maakt. De straling (zowel direct als indirect) zorgt voor een verhoogde kans op kanker of afwijkingen in het nageslacht.

De schade veroorzaakt door een kernexplosie hangt in grote mate af van de sterkte van het wapen.

De sterkte van een kernwapen
De sterkte van een kernwapen, de energie die vrijkomt bij de explosie, wordt uitgedrukt als de massa springstof (TNT) die nodig is om een even grote energie te laten vrijkomen. De bom die boven Hiroshima werd afgeworpen, had een sterkte die te vergelijken is met een hoeveelheid van 15000 ton (vijftien miljoen kilo) TNT, oftewel 15 kiloton.

Later werden kernwapens met een veel grotere explosieve kracht ontwikkeld. Hiervoor wordt de megaton gebruikt om de kracht aan te duiden. De zwaarste bom ooit getest, de Tsar Bomba, had een kracht van 50 megaton, dus 50 000 000 ton TNT.


Test van een atoombom in de VS, 1951De eerste kernsplijtingsbommen werden gemaakt in de VS, waar in 1939 een project (het Manhattanproject) was gestart om ze te ontwerpen en om voldoende splijtbaar materiaal te produceren. Het Los Alamos-laboratorium, of Project Y, werd begin 1943 voor slechts één doel opgezet: een atoombom ontwerpen en bouwen. Amerikaanse wetenschappers haastten zich om de kracht van het atoom te ontsluiten. Er werd gevreesd dat ook nazi-Duitsland aan een kernbom werkte. Dit project is, hoewel er aanzetten toe waren gedaan, echter nooit goed van de grond gekomen.

De eerste testontploffing (met de Trinity) vond op 16 juli 1945 om 5:29:45 plaats in de woestijn van New Mexico. De explosieve kracht bedroeg 20 tot 22 kiloton. In het team dat de bom ontwierp werkten de allerbeste wetenschappers, onder wie veel die ook bij een groter publiek bekend raakten, zoals Enrico Fermi, Robert Oppenheimer, Richard Feynman, John von Neumann, Murray Gell-Mann en Edward Teller. Een twintigtal medewerkers aan het Manhattanproject heeft ooit (voor de oorlog of erna) een Nobelprijs gewonnen. Behalve deze kern van geniale wis- en natuurkundigen was het Manhattanproject ook een enorme industriële onderneming; de benodigde opwerkingsfabrieken en de investeringen daarvoor waren kolossaal.

[bewerk]
Eerste gebruik
Het eerste kernwapen dat in oorlogstijd werd ingezet was de uraniumbom Little Boy, die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Verenigde Staten op 6 augustus 1945 boven de Japanse stad Hiroshima tot ontploffing werd gebracht. Het vliegtuig waarmee de bom naar Hiroshima werd gevlogen heette Enola Gay. De bom had een explosieve kracht die equivalent was aan ongeveer 15 kiloton TNT en maakte 70.000-80.000 slachtoffers. Op 9 augustus 1945 werd Nagasaki aangevallen met een plutoniumbom: Fat Man. De explosieve kracht van deze tweede bom was groter (21 kiloton). Er vielen 35.000-40.000 doden. Dat was minder dan bij de eerste bom, doordat de bom wegens teveel bewolking niet boven het oorspronkelijk geplande punt was afgeworpen.
Bij beide explosies kwam ook een grote hoeveelheid radioactiviteit vrij, die nog tot lang na de Tweede Wereldoorlog stralingsziekten veroorzaakte, waardoor vele doden zijn gevallen. Het aantal doden door deze bommen wordt overigens sterk verschillend opgegeven: het aantal doden in eerste instantie in Hiroshima b.v. wordt ook wel opgegeven als 140.000, en het aantal secundaire slachtoffers na maanden tot jaren als nog eens zoveel.

[bewerk]
Verdere ontwikkeling
De later ontwikkelde waterstofbom heeft een nog veel grotere vernietigende kracht. Bovendien komt bij de ontploffing veel radioactiviteit vrij in de vorm van directe radioactieve straling, maar ook in de vorm van langlevende isotopen die zeer schadelijk voor de gezondheid zijn. Dit zijn de redenen dat de beide supermogendheden, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, bij de wapenwedloop tijdens de koude oorlog wel veel atoombommen produceerden, maar afzagen van het voeren van een directe oorlog. Dit noemt men de afschrikkende werking van kernwapens.
Volgens voorstanders van kernwapens is door deze dreiging het gevaar van een grote oorlog sterk verminderd. Anderen vrezen echter dat er ooit een kernoorlog uitbreekt, met de vernietiging van de mensheid tot gevolg.

[bewerk]
Vuile bom (dirty bomb)
Een dirty bomb is een wapen dat voor zijn explosie niet van kernsplitsing of -fusie gebruik maakt, maar met behulp van een conventioneel explosief een hoeveelheid radioactief materiaal verspreidt. Omdat een dirty bomb veel eenvoudiger te construeren is dan een echt kernwapen wordt vooral van dit wapen gevreesd dat het door terroristen gebruikt zou kunnen worden.

Gy zijt te slim voor deze wereld :cry: :cry:

lttuvix

Legacy Member
Nooby007 zei:
Idd, Lock And Load

*Gaat op lttuvix jagen met tweeloop*
nen tweeloop he, dan wist ge toch al dat

Een jachtgeweer verschiet hagel (vele kleine kogeltjes tegelijk) in plaats van een kogel. De bekende tweeloop is een typisch jachtwapen. Maar er zijn ook jachtwapens voor de persoonlijke verdediging, de zogenaamde riotguns. Dit zijn jachtgeweren die door middel van een pompactie doorgeladen en opgespannen kunnen worden. In militaire termen is een riotgun een aanvalshagelgeweer. Een hagelgeweer heeft een gladde loop en is dodelijk voor mens en dier op de gemiddelde afstand van 35 meter. Verder zijn er ook nog de afgezaagde jachtgeweren (meestal tweelopen waarvan men een stuk van de loop en de kolf heeft weggezaagd) die vaak door criminelen en guerillastrijders gebruikt worden, omdat zij makkelijker te verbergen vallen en dodelijker zijn dan pakweg een pistool op korte afstand.

lttuvix

Legacy Member
als je niks zegt gaat dit na beneden en da kunnen we nie doen,
ma ik heb net een stukske over Che Guevara gelezen, en ik vond da wel interessant

Ernesto Rafael Guevara de la Serna (14 juni 1928 te Rosario, Argentinië - 7 oktober 1967) was een Argentijns marxistisch revolutionair en Cubaans guerrillaleider. De bijnaam Che kreeg hij gedurende zijn verblijf in Guatemala. In Argentinië wordt de kreet Che gebruikt om iemands aandacht te trekken. In de rest van Latijns-Amerika wordt Che gebruikt als bijnaam voor iemand uit Argentinië.

'Che' was een lid van Fidel Castro's Revolutionaire Beweging van de 26e juli, die in 1959 in Cuba via een revolutie aan de macht kwam. Na verscheidene posten in de nieuwe Cubaanse regering te hebben bekleed, verliet 'Che' Cuba in 1966 om de revolutie in andere landen te verspreiden. Eerst in de Democratische Republiek Congo en later in Bolivia. Op 9 oktober 1967 werd 'Che' opgepakt tijdens een door de CIA georganiseerde militaire operatie van het Boliviaanse leger. Hoewel de CIA hem voor ondervraging in leven wilde houden, werd 'Che' door het Boliviaanse leger geëxecuteerd. In juni 1997 zijn de overblijfselen van 'Che' en zes van zijn kameraden naar Cuba overgebracht en op 13 juli met militaire eer bijgezet in een mausoleum in Santa Clara.


Jeugd
Che Guevara groeide op als oudste van vijf kinderen van Ernesto Guevara Lynch en Celia de La Serna. De geboortedatum op zijn geboortebewijs is 14 juni, 1928, er wordt echter aangenomen dat er met deze datum is gemanipuleerd om het feit te verbergen dat de moeder van 'Che' al voor het huwelijk drie maanden zwanger was.

Gedurende zijn tweede levensjaar kreeg 'Che' last van een zeldzame vorm van astma , de ziekte die hem de rest van zijn leven zou blijven plagen. Hierdoor dient het gezin meerdere malen te verhuizen opzoek naar de juiste atmosfeer voor Ernesto. Mede door deze ziekte en geholpen door de uitgebreide bibliotheek van zijn vader spendeert 'Che' veel van zijn tijd lezend. De astma is echter geen belemmering om ook veel tijd van zijn jeugd aan rugby te besteden, waar hij zijn jeugdvriend Alberto Granado ontmoet, die hij sinds hun ontmoeten Mial noemt (samentrekking van Mi Alberto).

In 1947 begint hij een studie medicijnen aan de universiteit van Buenos Aires.


Motorreis
In 1951 maakte 'Che' samen met zijn vriend Alberto Granado, een biochemicus en politiek radicaal, een rondreis op de motor (een Norton 500 CC bijgenaamd 'La Poderosa' ofwel 'De Machtige') door Latijns-Amerika met als uiteindelijk doel om een paar weken als vrijwilliger te werken in de leprozenkolonie aan de oevers van de Amazone in Peru. De reis, gestart vanuit hun woonplaats Cordoba, duurt meer dan een jaar en voert hun over een afstand van meer dan 12.000 km van Argentinië naar Chili, Peru, Colombia en uiteindelijk Venezuela. De reis maakte 'Che' bewust van de armoede en de machteloosheid van de lagere bevolkingsgroepen en deed hem beseffen dat een revolutie de enige remedie was voor de sociale ongelijkheden in Latijns-Amerika.

Gedurende deze tocht schreef 'Che' een dagboek "Diarios de motocicleta" dat later in het Nederlands is uitgegeven onder de titel "Op de motor door Latijns-Amerika" en in 2004 verfilmd is als The Motorcycle Diaries door Walter Salles.


Guatemala
Na te zijn afgestudeerd als medicus in 1953 reist 'Che' door Latijns-Amerika om uiteindelijk geruime tijd in Guatemala te verblijven, voornamelijk aangetrokken door het revolutionaire klimaat dat in die tijd in Guatemala heerste. 'Che' maakt daar kennis met een groep Cubaanse bannelingen onder wie zijn bijnaamgever Antonio 'Nico' Lopez. Van zeer dichtbij is 'Che' getuige van een door de CIA georkestreerde succesvolle coup tegen de regering van Jacobo Arbenz Guzman. Dit versterkt Che's politieke visie en overtuigt hem van het idee dat de Verenigde Staten altijd regeringen zou tegenwerken die de grove sociale ongelijkheden in Latijns-Amerika probeerden weg te werken.

Cubaanse revolutie
Na een tijdje in de Argentijnse ambassade in Guatemala te zijn verbleven, vertrekt 'Che' naar Mexico waar hij zich aansluit bij de Cubaanse ballingen. Deze introduceren hem vervolgens bij Raul Castro, de jongere broer van Fidel Castro, die hij enkele weken later ontmoet. Vrijwel meteen na de ontmoeting met Fidel wordt hij lid van Fidel's guerrillabeweging. Op 25 november 1956 voer 'Che' samen met Raul, Fidel en 80 Cubaanse strijders aan boord van het jacht de 'Granma' naar Cuba om daar de revolutie in gang te zetten. De landing van de guerrilla's op Cuba loopt uit op een grote mislukking, een groot deel van de voorraad moet worden achtergelaten en vervolgens loopt de groep in een legerhinderlaag na een aantal dagen door een moeras gedwaald te hebben. Slechts 12 man hergroeperen zich later in de bergen van de "Sierra Maestra".

In de "Sierra Maestra" worden de rebellen langzaam aan sterker, zowel in wapens als in aantal door rekruten uit de boerenbevolking en de intellectuelen van het land. Ook de steun onder de bevolking neemt toe.

Als gevolg van getoonde moed, niets ontziende wreedheid en militaire capaciteiten wordt Che al snel benoemd tot de hoogste rang "Commandante" in het revolutionaire leger en wordt als zodanig ook een van de vertrouwelingen van Fidel. Gedurende de revolutie was 'Che' onder meer verantwoordelijk voor de executie van informanten, deserteurs en spionnen in het revolutionaire leger. Hij voerde persoonlijk de executie van Eutimio Guerra uit, die werd verdacht een informant van Fulgencio Batista te zijn.

Aan het einde van 1958 leidt commandante 'Che' samen met Camilo Cienfuegos de beroemde tweede colonne in de opmars naar Havana. Een deel van deze colonne voert onder leiding van 'Che' de aanval op een militaire troepentransporttrein in Santa Clara uit. Deze aanval leidt tot de verovering van Santa Clara en is een directe aanleiding tot de vlucht van dictator Batista uit Cuba en de machtsovername door Fidel op 2 januari 1959.

Na de revolutie
Na de machtsovername werd 'Che' een prominent lid van de nieuwe socialistische regering. Op 9 februari 1959 werd hem de Cubaanse nationaliteit toegekend. Kort hierna scheidde 'Che' van zijn Peruviaanse vrouw Hilda Gadea, met wie hij samen een dochter had. Later trouwde hij met Aleida March, een lid van Castro's revolutionaire beweging, met wie hij vier kinderen zou krijgen.

In 1959 werd 'Che' aangesteld als commandant van het militaire gevangenisfort "La Cabana". Gedurende zijn tijd hier gaf hij leiding aan de haastige berechting en executie van talrijke leden van het regime van Batista, onder andere de leden van geheime dienst BRAC. Volgens sommige bronnen werden minstens 156 mensen hiervan het slachtoffer, andere bronnen beweren meer dan 500. Volgens dichter en mensenrechtenactivist Armando Valladares, voormalige gevangene van "La Cabana" bemoeide 'Che' zich persoonlijk met de ondervraging, marteling en executie van een aantal van de gevangenen.

Na dienst gedaan te hebben als commandant van het militaire gevangenisfort "La Cabana" gaf hij leiding aan het Nationale Instituut voor Agrarische Hervormingen en bekleedde daarna de functies van President van de Nationale Bank en Minister van Industrie. In deze hoedanigheid stond 'Che' voor de uitdaging om Cuba's kapitalistische agrarische economie om te vormen in een socialistische op de industrie gebaseerde economie. Na in 1960 leiding te hebben gegeven aan de onderhandelingen over een handelsovereenkomst met de Sovjet-Unie, vertegenwoordigde 'Che' Cuba op talrijke economische missies naar Sovjetgelieerde landen in Afrika en Azië.

'Che' gaf mede richting aan het linkse procommunistische pad van het Castro-regime. Als voorstander van de economische en sociale hervormingen ingevoerd door Castro's regering, werd hij in het Westen vooral bekend vanwege zijn felle aanvallen tegen de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten in Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

Gedurende deze periode definieerde hij Cuba's beleid en zijn eigen inzichten in talrijke toespraken, artikelen, brieven, essays en boeken. De belangrijkste daarvan zijn twee boeken over "Guerrilla Warfare" en socialistische ideologie.

Het boek "El socialisme y el hombre en Cuba" is een analyse van Cuba's nieuwe vorm van socialisme en communistische ideologie.

Het boek "Guerrilla Warfare" is lange tijd gezien als het standaardwerk voor asymmetrische oorlogsvoering in ontwikkelingslanden. 'Che' geloofde dat een kleine groep opstandelingen, door gewelddadige acties tegen de overheid, revolutionaire gevoelens bij de boerenburgerbevolking kon opwekken. Hierdoor zou het niet nodig zijn om eerst een brede revolutionaire organisatie op te bouwen, in kleine stappen toewerkend naar een revolutie, alvorens een gewapende opstand te beginnen. Het falen van de op 'Cubaanse stijl' gebaseerde revolutie in Bolivia, over het algemeen toegeschreven aan het gebrek aan draagkracht bij de bevolking, heeft er echter toe geleid dat deze strategie tegenwoordig als ineffectief wordt beschouwd.

Spoorloos
Wanneer 'Che' op 14 maart 1965 na een rondreis van drie maanden door China , Egypte , Algerije , Ghana en Congo in Havana terugkeert is dat zijn laatste publieke optreden van dat jaar. Na april is 'Che' spoorloos verdwenen. Aangezien 'Che' wordt gezien als de plaatsvervanger van Castro in Cuba leidt deze verdwijning tot talrijke nationale en internationale speculaties.

Gedwongen door de speculaties over de verdwijning van 'Che' verkondigt Fidel op 16 juni van dat jaar dat het volk geïnformeerd zal worden over zijn locatie zodra 'Che' dat wenselijk acht.

Op 3 oktober van dat jaar openbaart Fidel een ongedateerde afscheidsbrief die hij enkele maanden daarvoor van 'Che' zou hebben ontvangen. In deze brief verklaart 'Che' zijn onvoorwaardelijk steun aan de Cubaanse revolutie en kondigt tevens aan Cuba te verlaten om te gaan vechten in dienst van de revolutie. Hij schrijft dat "andere landen een beroep doen op zijn bescheiden kwaliteiten" en dat hij, zich "altijd identificerend met de wereldwijde revolutie", heeft besloten om te vertrekken en te gaan vechten als een guerrilla in verschillende delen van de wereld. In de brief dient 'Che' zijn ontslag in voor alle posities in de regering, partij en leger die hij bekleedt en hij doet afstand van de Cubaanse nationaliteit die hem in 1959 was verleend als beloning voor zijn deelname aan de revolutie.

Tijdens een interview met vier buitenlandse correspondenten op 1 november, merkt Fidel op dat hij weet waar 'Che' zich bevindt maar dat hij deze locatie niet zal onthullen, en voegt er aan toe dat hij in uitstekende gezondheid verkeert, en ontkent hiermee berichten dat 'Che' zou zijn omgekomen.

Congo
April 1965 vertrekt 'Che' op aandringen van Fidel incognito naar Congo om daar leiding te geven aan de heimelijke Cubaanse operaties in Afrika. Cuba steunde de pro-Lumumba Marxistische Simba-beweging in het voormalige Belgisch Congo (Zaïre en tegenwoordig de Democratische Republiek Congo).

'Che' ondersteunt in Belgisch Congo het guerrilla leger van Laurent-Desiré Kabila. Door een gebrek aan leiderschap van Kabila, onderlinge politieke verdeeldheid, halsstarrig bijgeloof (in Dawa) van de Congolese rebellen en een gebrek aan motivatie wordt het rebellenleger nooit een macht van enige betekenis. Wantrouwen van Kabila maakt het 'Che' onmogelijk om echt de leiding van de operatie te nemen. Verder verhindert taalbarrière een goed contact met de lagere echelons en de burgerbevolking.

Wanneer legergeneraal Joseph Mobutu, die met steun van het westen de macht overnam in Congo, aankondigt het buitenlandse (witte) huurlingenleger te ontmantelen, brokkelt de steun voor de revolutie in de omringende Afrikaanse landen af. Met name de houding van Tanzania maakt een succesvolle revolutie onmogelijk.

In November van dat jaar trekt 'Che' zich verslagen en teleurgesteld terug met slechts een handvol overlevenden van de Cubaanse troepen.

'Che' verblijft drie maanden in de Cubaanse ambassade in Dar es Salaam (stad) Tanzania. Fidel verzoekt 'Che' om terug te keren naar Cuba, maar omdat Fidel net de afscheidsbrief van 'Che' geopenbaard heeft, is dit voor 'Che' niet langer een optie. Gedurende zijn verblijf in Dar-Es-Salaam werkt 'Che' aan zijn "Congoleese memoires". In deze memoires "Pasajes de la Guerra Revolucionaria (Congo)" beschrijft 'Che' zijn eigen tekortkomingen als revolutionair leider en concludeert dat werken onder de leiding van een getalenteerde revolutionair niet betekent dat je zelf een getalenteerd revolutionair leider bent.

Bolivia
Na een aantal maanden in de Tsjechische hoofdstad Praag te hebben verbleven, besluit 'Che' om zijn strijd voort te zetten in Bolivia. 'Che' keert in het geheim terug naar Cuba om daar de laatste voorbereidingen te treffen. Met een select gezelschap van mederevolutionairen, onder wie Juan Vitalio Acuña Núñez, Tamara Bunke (Tania) en andere Cubaanse strijders, vertrekt 'Che' in Augustus 1966 naar Bolivia. Een stuk door de Boliviaanse communistische partij verworven jungle in de buurt van Nancahazu wordt ingericht als basis en trainingskamp.

Che's strijders, ongeveer 50 in getal, boekten in Maart 1967 enige successen in schermutselingen met het Boliviaanse leger in de bergachtige omgeving van Cameri. Zij probeerden hun ervaringen uit het begin van de Cubaanse revolutie over te brengen op de Bolivianen.

Che's verwachting om het zaad van de revolutie te zaaien in Bolivia was gebaseerd op een aantal misvattingen. De verwachte steun van de Boliviaanse boerenbevolking voor de revolutie bleef grotendeels achterwege. Evenzo weigerde de Boliviaanse Communistische Partij de revolutie te ondersteunen. De grootste misvatting was echter de verwachte militaire tegenstand.

Omdat al vrij snel bekend werd dat 'Che' zich in Bolivia bevond en daar de revolutie tot leven probeerde te wekken, besloten de Verenigde Staten om ondersteuning aan het Boliviaanse leger te geven door middel van instructeurs van de Special Forces en CIA inlichtingenpersoneel. Bovendien hielp de CIA Anti-Castro bannelingen met het opzetten van ondervragingslocaties voor die Bolivianen die er van verdacht werden 'Che' en zijn rebellen te ondersteunen. Sommige van deze Bolivianen werden door middel van marteling gedwongen tot het geven van informatie.

In het midden van 1967 worden de guerrilla's verder en verder teruggedrongen. Tegen het eind van augustus wordt de rebellen een vernietigende slag toegebracht: de leiders van de tweede guerrillagroep, Juan Vitalio Acuña Núñez en Tamara Bunke (Tania), lopen in een hinderlaag van het Boliviaanse leger bij Vado de Puerto Mauricio en komen daarbij om het leven. 'Che' blijft over met een groep van 14 medestrijders.

Na door een deserteur te zijn verraden wordt 'Che' op 6 oktober in de buurt van La Higuera tijdens een patrouille overvallen door het Boliviaanse leger. Na een korte strijd wordt 'Che' verwond aan zijn been en overmeesterd. De Boliviaanse president Barientos geeft, na op de hoogte te zijn gebracht van Che's arrestatie, het bevel om 'Che' onmiddellijk te executeren. Op 7 oktober 1967 wordt 'Che' naar een oud schoolgebouw gebracht en geëxecuteerd door een sergeant van het Boliviaanse leger. Zijn laatste woorden waren "Schiet lafaard, het enige wat je doodt is een man". De CIA medewerker en anti-Castro Cubaan Felix Rodriguez, die eerder 'Che' had ondervraagd, neemt een van Che's rolexen en zijn tabakszak mee. Ter identificatie en als bewijs van zijn dood worden Che's handen van het lichaam verwijderd en worden wassen doodsmaskers van zijn gezicht gemaakt. Om een officiële begrafenis te voorkomen wordt het lijk van 'Che' in een geheim graf gedeponeerd.

In 1997 worden de resten van 'Che's lichaam na lang zoeken opgegraven en naar Cuba getransporteerd waar 'Che' op 13 juli 1997 met een staatsbegrafenis wordt bijgezet in het mausoleum in Santa Clara.

Persoonlijkheidscultus

Che op een rode vlagRond de persoon van Che Guevara is een persoonlijkheidscultus ontstaan die zijn grondslagen heeft op drie factoren, die logisch uit elkaar voortvloeiden. Ten eerste de foto van Alberto Korda, misschien wel de bekendste portretfoto ooit, waarop hij afgebeeld is. De hiernaast afgebeelde kleurendruk is van de Ierse graficus Jim Fitzpatrick. Deze foto, genomen op een begrafenis in Cuba in 1960 is pas in 1967, het jaar van Che's executie, uitgebracht. De verspreiding van deze foto door de jaren heen heeft voor een enorme bekendheid gezorgd.

De tweede reden voor de persoonlijkheidscultus is zijn voortijdige dood, als gevolg van een executie. Hierdoor werd Che een icoon van de communistische revolutie en een symbool voor de strijder tegen onrecht, waarbij velen zijn daden als militair en voltrekker van executies afdeden als noodzakelijk. Zowel de communisten als de armen van Zuid-Amerika zagen in hem nu een soort Messias.

Tot slot speelde de hippiebeweging een belangrijke rol. De groeiende weerstand tegen de Vietnamoorlog en de roep om sociale veranderingen maakten de mensen gevoelig voor charisma en bovendien op zoek naar propagandamateriaal, of op z'n minst een icoon. Een vijand van de VS, geliquideerd door een door de CIA georganiseerde legereenheid was met het toenemende antiamerikanisme een geliefd symbool van de mensen.

Tegenwoordig is de politieke lading van Che Guevara voor een groot deel ondergeschikt geworden aan zijn sociale betekenis als modefiguur. Daardoor wordt hij op allerhande voorwerpen afgebeeld, terwijl sommige mensen uit de jongere generaties niet meer weten waar hij voor staat. Vlaggen, mokken, ansichtkaarten, T-shirts en baseballpetjes dragen allemaal zijn beeltenis.

Als gevolg van de persoonlijkheidscultus rond Che Guevara zijn er ook allerlei mythen rond zijn persoon ontstaan. Zo zou hij verraden zijn door Fidel Castro, omdat die voor hem vreesde, of in ruil voor minder politieke druk van de VS. Ook zou hij nog in leven zijn. Dit soort verhalen berusten echter zelden op bewijzen.

iaw
it was a mess

GenesisX

Legacy Member
Kan mij da nu schelen da jij mij negeert, wat een leuke sfeer toch! :niceone: :D

En reageer dan niet, zelfs al zie je dit bericht niet...

Hmgrwngd

Legacy Member
Ik hoor stemmen...

Ze geven me allerlei opdrachten ...

Naja, daar kijk je wel eens van op.
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan