jaryd
Legacy Member
Hans Zbinden formuleerde 7 verliezen van onze tijd. Mij werd ooit gevraagd mijn mening te geven over deze verliezen. Ik deel die nu graag met jullie en wil jullie idee daaromtrent. Blijf serieus, fundeer uw mening. Als u geen argumenten hebt, blijf dan stil. Vindt u onderstaande tekst te lang, kies dan een titel en focus u daarop. Ik ben niet perfect, u zal mij waarschijnlijk horen nuanceren of veranderen in delen van mijn mening. Dit noemt men discussie.
Het verlies van de persoonlijkheid.
Ik ben het ermee eens dat de mens zijn persoonlijkheid en individualistisch denken er op achteruit gegaan is. De psychologie toont ons aan dat een puur individualistisch denken niet bestaat en ons hele ik, een resultaat is van impulsen uit onze omgeving. Er rijst pas een probleem als het individu alleen nog maar de richting volgt van zijn omgeving, zonder op zoek te gaan naar alternatieven.
In de hedendaagse maatschappij zien wij dat de mens zijn persoonlijkheid verliest, omwille van zijn drang te behoren tot de massa, de grote groep. Het "mainstream" - effect is één van de verschrikkelijkste verschijnselen die ik ken. Ik kan echter niet beweren dat het gebonden is aan onze maatschappij. Er hebben altijd al sterke figuren en minder sterke figuren bestaan. Mensen van het "dominante" type en van het "volgzame" type. Het probleem aan mainstream volgelingen is dat ze niet meer nadenken vooraleer ze hun leider kiezen. Men heeft schrik om overrompeld te worden door de grote meute en sluit zich uit angst aan bij de grootste groep.
De mainstream wordt spijtig genoeg niet geleid door de meest bekwame dominante typen, maar eerder door hen die zelf het meest onzeker zijn. Die 80 % volgzame typen zijn op zoek naar een leidersfiguur waaraan ze zich kunnen optrekken en er zijn verschillende mogelijkheden. De dominante personen die het zekerst zijn van hun zaak, zullen deze mensen de keuze laten en niet op hun volgzame natuur in spelen. Zij zullen als het ware geen reclamebord uithangen voor hun zaak, maar vertrouwen op het inzicht van de persoon. Mocht deze zich dan niet bij hen aansluiten, is dit geen ramp, mits men overtuigd is van zijn zaak en geen nood heeft aan een grote groep mensen die dit bevestigen, maar tevreden is met een selecte groep, overtuigde mensen.
De onzekere, dominante typen echter zoeken zoveel mogelijk aansluiting en bevestiging van hun leiderskwaliteiten en doen dus alles om duidelijk te maken dat zij een mogelijke optie zijn, dit door opvallend gedrag te vertonen, zich groot voor te doen en veel aandacht te trekken. De angstige groep volgelingen zal zich snel laten intimideren door dit gedrag en zal zich aansluiten bij dit individu. Dan breekt het ogenblik aan dat de zaak misloopt.
We onderscheiden op dit moment, de zelfzekere dominante, de niet-zelfzekere dominante, een grote groep niet-angstige volgelingen en een kleine groep angstige volgelingen. De niet-zelfzekere dominante en de groep angstige volgelingen sluiten zich bij elkaar aan en vormen de grootste groep in het begin, omdat de niet-angstige volgelingen nog in hun keuzeproces zitten.
En nu treedt het mainstream effect op. De groep van niet-angstige volgelingen splitst zich in twee: een deel behoudt zijn persoonlijk inzicht en zal zich aansluiten bij een leider in wie hij vertrouwen heeft en achter wiens ideeën hij staat, maar het andere deel wordt plots bevangen door de angst voor die grote groep die zich daar bevindt en ziet geen andere uitweg dan zich aan te sluiten bij deze groep mensen, om zo te behoren tot de groep die de minste kans heeft om aangevallen te worden en dus, in hun ogen, een grotere zekerheid en veiligheid biedt.
Daarom dat het anti-mainstream zijn een grote persoonlijkheid vergt. Vele mensen beweren zich te distantiëren van de meute door zich aan te sluiten bij een zelfzekere leider, maar schijnen in tijden van "oorlog" toch te deserteren naar de grote groep, waarin ze zich veiliger voelen. Dit zorgt ervoor dat de grootste groepen mensen vaak geleid worden door de minst bekwame leiders. De enige zelfzekere leider die een grote groep achter zich weet te krijgen, is hij die het principe door heeft en dus de meute de illusie geeft dat hij hen zekerheid en veiligheid kan waarborgen. Eenmaal dat hij een grote groep mensen achter zich aan krijgt, gaat de sneeuwbal aan het rollen en groeit deze aan. Eenmaal deze macht verkregen, kan hij dan terugkomen op zijn ideeën en zal hij de groep in een ijzeren handgreep houden. Mits hij de grootste groep volgelingen heeft, kan hij de andere leiders vernietigen en een alleenheerschappij beginnen (=dictator).
Dit is allemaal heel theoretisch uitgelegd en dus zal ik enkele praktische gevolgen hieruit afleiden.
We zien vaak dat het gedrag van mensen verandert naargelang ze zich in een groep bevinden of alleen zijn. Stel, je komt in contact met een groep mensen en de leidende figuren beginnen je te beschimpen en bespotten. In de groep volgelingen zit een kennis van je. Mits zijn persoonlijkheid niet opweegt tegen de groepsdruk zal hij meedoen om zo zijn positie in de groep te behouden. Kom je diezelfde kennis echter op straat tegen, zal hij je begroeten en je aangenaam behandelen.
Het klinkt hypocriet en dat is het ook. In wezen heeft die kennis niets tegen je, maar als de onzekere leiders van zijn groep hun macht willen laten tonen ten opzichte van jou, voelt hij zich genoodzaakt hen hierin te steunen uit angst uit de groep gegooid te worden en zijn zekerheid kwijt te spelen. Zijn persoonlijkheid weegt niet op tegen zijn angst.
Iemand met een sterke persoonlijkheid zal zich echter op dat moment distantiëren en zijn eigen ideaal volgen. Dit moet hem niet noodzakelijk zuur opbreken, want het kan gezien worden als een teken van zelfzekerheid, wat een leiderskwaliteit is, waardoor de angstige groep zich niet tegen hem zal keren, maar het een patstelling wordt tussen de volgeling met persoonlijkheid en de leider van de groep.
Als de leider een wijs persoon is zal hij misschien zijn fout inzien of er geen aanstoot aan nemen. Alleen een angstig en zelfingenomen leider zal zijn volgeling omwille van een vertoon van persoonlijkheid uit de groep zetten, omdat hij vreest dat dit een subversief effect kan hebben.
Het is dan ook typerend dat de beste leiders meestal een kleine groep volgelingen hebben. En dat, hoewel ze een volgeling zijn, hun volgelingen een sterkere persoonlijkheid hebben dan de andere. We zouden misschien zelfs kunnen stellen dat hun persoonlijkheid soms die van andere, angstige leiders overtreft.
Het vraagt in de huidige sfeer veel moed en persoonlijkheid om anti-mainstream te zijn door ofwel een anti-mainstream leider te volgen ofwel een anti-mainstream leider te zijn. Deze groepen blijven dan ook een kleine minderheid die voordurend moet opboksen tegen de meute om hun bestaan te verdedigen.
Ik zou echter wel duidelijk willen stellen dat een verlies van persoonlijkheid niet gepaard gaat met een totale overgave aan de groep. In tegendeel, men zal de groep volgen zolang deze het "ik" niet schaadt en een ander het slachtoffer is. Maar tezamen met dit verlies van persoonlijkheid gaat een toename van egoïstisch denken gepaard, maar daar kom ik later nog op terug.
Verlies van het kleine
De mens kan niet meer tevreden zijn met wat hij heeft, met de kleine deugden des levens. Nee, men wil alsmaar meer, meer en liefst daarna nog meer. Dat iets goed is omwille van zijn grootsheid, vind ik ook een slechte trend. Ik vind dat het niet is omdat de ene auto meer kost of er beter uitziet dan de andere, de andere sowieso slechter is.
Ik begrijp bijvoorbeeld niet waarom je jezelf een Porsche van 100.000 euro zou aanschaffen, om hier op de Belgische wegen aan 50km / u te rijden. Dat kan je met een wagen van 15.000 euro ook en daar verbruik je nog minder brandstof mee op de koop toe. Eveneens zie ik het nut niet in om je een dure Cabrio te kopen, alleen maar omdat het trendy, hip en cool is. Waarom met een brommertje van 2.000 euro naar school rijden, als je die vijf kilometer ook met de fiets kan afleggen?
Maar ik zou het ook een slechte trend vinden als iets goed is omwille van de mening van een beperkte groep mensen. Dit gevoel heb ik bijvoorbeeld bij boeken in de Nederlandse literatuur. We hebben de ene stroming die vindt dat iedereen Harry Potter moet hebben gelezen, want dat leest iedereen. Aan de andere kant hebben we een stroming die zegt dat we Kaas & Hersenschimmen moeten lezen, omdat de Germanisten dit de top vinden. Over smaken en kleuren valt niet te twisten, de ene groep moet zijn mening en smaak niet opdringen aan de andere.
Dat de mens niet meer gelukkig kan zijn, omdat hij niet meer van het kleine kan genieten, verbaast mij niets. Waarom droomt men niet om een kleine glimlach, een klein kusje of een schouderklopje? Nee, men wil een zaal vol applaudisserende mensen, een wilde nacht en aanbidders.
Wel heb ik het gevoel dat de mens streeft naar zijn grootheidswaanzin. We willen op andere planeten landen, maanbasissen installeren en duizend en één andere dingen. Maar in de tussentijd sterven er op onze eigen planeet duizenden mensen, omdat er geen geld is voor medicijnen. We hebben al 1 planeet half vernietigd, waarom moeten we die andere nu ook gaan besmetten?
De grootheidswaanzin van de mens, de gedachte dat hij het middelpunt van het universum is en dat er niets belangrijkers is dan zijn eigen grootsheid, is verkeerd. Zou het niet beter zijn, dat de mens zich bewust werd van zijn nietigheid en zich daarmee tevredenstelde? Vanuit dat standpunt zouden we veel gelukkiger zijn, want we zouden niet naar de zure druiven proberen te grijpen, die we toch niet kunnen bemachtigen.
Ik ben het er echter niet mee eens dat de mens zich niet mag laten leidden door organisaties en de staat. De staat, zoals Plato ze voorstelde, is iets waarvan de mens zich absoluut moet bewust zijn. De mens moet ophouden zijn eigen ik belangrijk te vinden, ten koste van zijn omgeving.
Er is een gouden regel waaraan de mens zich zou moeten houden: "Doe zo weinig mogelijk dat uw omgeving schaadt". De mens vindt zijn kleine ik zo belangrijk, dat alles ervoor moet wijken: het algemeen nut, naasten, vooruitgang. Het zou het doel van de groep moeten zijn, het individu te beschermen en gelukkig te maken en het zou het doel van het individu moeten zijn bij te dragen tot de groep en het algemeen nut.
Het idee dat het kleine "ik" belangrijker is dan het algemeen nut is fout. Dat betekent niet dat het algemeen nut het individu totaal moet overrompelen. Zoals bij alles is de gulden middenweg, de weg die we moeten bewandelen. Het individu moet proberen bij te dragen tot de groep, en de groep tot het individu. We zien dat beiden niet doen wat goed voor hen zou zijn. Het individu is zo belangrijk dat het algemeen nut tegengehouden wordt.
Verbeteringen die voor iedereen goed zouden zijn (verbetering van de sociale zekerheid, tegengaan van corruptie, controleren van ambtenaren, aanpakken van de fraude), mogen niet doorgevoerd worden, omdat ze misschien bepaalde individuen zouden kunnen schaden.
Aan de andere zijde hebben we dan de groep die de eigenheid van het individu opslokt. Zo mag men niet meer zijn eigen mening hebben, men mag niet meer op zijn eigenheid staan. Nee, men moet multicultureel zijn, men mag geen controversiële uitspraken doen, men mag de groep niet aanvallen, men moet het systeem verheerlijken, men mag de pijnpunten niet noemen en ga zo maar door.
De mens heeft inderdaad last van het verlies van het kleine, maar maakt van zichzelf, een mug, een olifant, die alle andere muggen mag verpletteren.
Het verlies van de wortelen
Hier onderscheid ik 3 gevallen aan de hand van Zbindens tekst. Het eerste is het verlies van de traditie, het tweede is de zucht naar het nieuwe en het derde is het verlies van de waarden.
Het verlies van traditie is betreurenswaardig en gaat gepaard met een verlies van respect voor het oude en het verleden. Traditie wordt gezien als iets dat absoluut niet moet gevolgd worden en waar men toch eerst eens goed moet over nadenken vooraleer men er aan meedoet.
Vele jongeren vinden de tradities van hun grootouders vergezocht of belachelijk en doen er alleen aan mee als hen dat opgedragen wordt. Maar waarom zouden we niet gewoon bepaalde tradities in ere houden, omdat het tradities zijn? Waarom zouden we oudejaar niet in familieverband blijven vieren, in plaats van naar luide disco's en dancings te gaan, om daar op te gaan in een massa mensen die al dronken zijn voor het 12 uur is? Waarom zouden we elke zondagochtend om negen uur al uit ons bed moeten om te gaan luisteren naar een murmelende pastoor? Waarom zouden we geregeld onze familie moeten bezoeken? Waarom zouden we op iemands verjaardag eens gedag moeten gaan zeggen? Waarom zouden we komen eten als het eten opgediend wordt? Waarom zouden we moeten bellen naar onze ouders om te zeggen waar we zitten?
Waarom zouden we? Veel van deze zaken zijn misschien niet meteen een echte traditie, maar eerder een gewoonte van vroeger, een opvoeding van vroeger. Met de afzwakking van het geloof kan ik de mensen begrijpen die zeggen dat ze niet hypocriet in de kerk willen gaan bidden op zondagochtend, maar vele andere gewoontes gaan gewoon uit van een soort respect voor de medemens.
Het is een trend bij de jeugd en het wordt hen ook ingepraat door de media, bepaalde opvoeders en zelfs door hun eigen ouders, het niet te nauw te nemen met de normale gang van zaken. Als die hen niet aanstaat, moeten ze zich er niet aan houden.
Dat is een bekrompen visie, want niet alles in het leven moet even aangenaam zijn. Ook onaangename zaken kunnen een bijdrage leveren aan het leven. Ik kan best begrijpen dat je niet staat te springen om bij iemand thuis een film te gaan kijken op zaterdagavond als je juist van plan was te gaan snookeren. En dan meld je die persoon dat gewoon en is er geen probleem.
Maar als er gevraagd wordt of je naar iemands verjaardagsfeest kunt komen, ligt dit toch anders. Dan vind ik dat je principieel (uit traditie misschien) moet gaan om je vriendschap met die persoon te accentueren. Misschien kan je dan één avond niet gaan snookeren, maar dan toon je tenminste aan die persoon dat je er staat voor hem.
Hetzelfde met nieuwjaar, of af en toe aandacht besteden aan je familie. Het spreekt ook van respect voor de persoon die kookt, om te komen eten als het eten opgediend wordt en niet, 30 minuten later, als de Simpsons afgelopen is en de tafel afgeruimd, te eisen dat er een bord voor je opgewarmd wordt.
Dat dergelijke zaken bemoeilijkt worden door de huidige gezinssituaties (samengestelde gezinnen, workaholics als ouders, onverantwoordelijke jongeren, etc.) begrijp ik ook wel. Maar ook daar zijn we onze wortels kwijt. Het verlies van trouw en respect, essentiële waarden voor een maatschappij, veroorzaakt een kettingreactie in de dagelijkse gedragingen van het individu.
Dit alles draagt bij tot een onverdraaglijke ergernis bij beide partijen, die zal leiden tot spanningen en stress, die dan weer zullen leiden tot depressies en inzinkingen, die dan weer zullen leiden tot onverdraagzaamheid, die dan weer zullen leiden tot onverdraaglijke ergernis en zo dalen wij af in een spiraal die onze maatschappij en onze sociale omgang ten gronde zal richten.
De zucht naar het nieuwe, het progressieve, begint stilaan af te nemen. Het probleem stelt zich nu elders. Men wil de fouten van het nieuwe systeem niet inzien en weigert te aanvaarden dat sommige zaken van vroeger, die men bij de veranderingen verworpen heeft, toch beter waren.
Men zal de fouten van de vernieuwing oplossen met nieuwe vernieuwingen die het probleem niet wezenlijk oplossen. Men weigert gewoon flagrant te aanvaarden dat men fout was bij het verwerpen van sommige zaken. De regering zal altijd beweren dat een spijtige samenloop van omstandigheden de enige reden is dat een probleem zich heeft kunnen voordoen. "Het systeem is wezenlijk goed, men zal het wat bijsturen en het zal wel weer in orde komen."
Bijvoorbeeld de problematiek van wegtrekkende bedrijven. Hoewel iedereen weet dat het systeem gewoon te duur is voor de bedrijven, blijft de regering het nieuws verspreiden dat het systeem wel deugt en dat, mits een aantal kleine vernieuwingen, het wel weer in orde zal komen. Men zal nooit toegeven dat men de loonkost inderdaad te hoog heeft gemaakt en dat men ze naar beneden zal moeten halen door enkele privileges in te trekken. "De vernieuwing is nooit slecht, ze heeft alleen wat aanpassingen nodig." De maatschappij wil zijn eigen fouten niet toegeven en weigert inderdaad om op zijn stappen terug te keren, waardoor het probleem hoogstens uitgesteld, maar nooit opgelost geraakt.
Het algemeen verlies van een stabiel waardenpakket is de wezenlijke oorzaak van de verzuring van onze maatschappij. Omdat we in een tijd opgroeien waarin aan wezenlijke waarden nog maar weinig belang gehecht wordt en dat de vooruitgang van het eigen "ik" ten koste van alles gaat, verliest het individu zijn maatschappelijke plicht uit het oog.
Algemene waarden als wederzijds respect, trouw, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en vertrouwen, worden als onderdanig belangrijk beschouwd aan het egocentrisme en het egoïsme. Ik zou hier dan ook een door mezelf geschreven traktaatje willen toevoegen over de teloorgang van trouw en zijn functie in de maatschappij:
Het concept trouw is misschien wel één van de waarden waarmee het de laatste tijd het meest bergaf gegaan is. We hebben verschillende vormen van trouw en spijtig genoeg zou een stijging in de waarden-hiërarchie van de maatschappij van trouw in al zijn vormen overal een stap vooruit zijn.
Zo hebben we trouw op vlak van relaties. Het is bekend dat onze maatschappij kampt met een stijgend aantal scheidingen en dat er ook steeds minder mensen trouwen, maar liever gaan samenwonen. Verder is er ook een stijgend aantal nieuw samengestelde gezinnen.
Of dit nu een positieve of negatieve trend is, moet u voor zichzelf uitmaken, maar neemt u toch volgende feiten even in overweging. Weegt het gevoel van ongebondenheid wel op tegen de onzekerheid betreffende trouw in een relatie? Werkt een gelofte van trouw niet meer druk uit op de relatie, om er toch iets van proberen te maken?
Als men de trouw in een relatie hoger zou schatten dan men nu doet, zou men waarschijnlijk meer moeite doen om ze te doen slagen. Men zou toleranter zijn en het minder snel opgeven om energie in de relatie te steken. Niet iedereen die een punt zet achter zijn relatie doet dit omwille van intolerantie en een tekort aan moeite, maar toch, als we minder snel in relaties zouden stappen en er meer waarde aan zouden hechten, omdat we zouden vinden dat eenmaal we met iemand een relatie beginnen, hem trouw moeten blijven, zouden er misschien sommige ongelukkige beslissingen met nog ongelukkigere einden kunnen vermeden worden.
Is de trend van minder snel een gelofte van trouw af te leggen (tegen over een staat of een god), een teken dat mensen misschien toch wel waarde aan trouw hechten, maar van zichzelf weten dat ze die niet kunnen nakomen en daarom geen gelofte afleggen, zodat ze die dan ook niet verbreken? De vraag is of je dan eigenlijk wel een relatie moet aangaan met dergelijke instelling.
Ik kan me inbeelden dat het een stuk geruststellender is te weten dat zowel jij als je partner alles willen doen om een relatie te doen slagen, dit kan weliswaar ook zonder zo'n gelofte, maar die gelofte opent toch altijd een nieuwe dimensie, het openbare en officiële. Mits het getrouwd of niet getrouwd, altijd een pijnlijke zaak is een relatie te moeten verbreken, zou onze doelstelling in het begin van een relatie moeten zijn om deze partner trouw te blijven en niet om te zien of het misschien wel eens op iets zou kunnen uitdraaien als het lot daarover zo zou beslissen.
Een tweede vorm van trouw is trouw aan het gegeven woord. Doorheen de geschiedenis blijkt de mens een schitterend wezen te zijn, als het aankomt op het breken van vertrouwen. Zowel in persoonlijke als zakelijke contacten is er nood aan een sterke basis van vertrouwen. De permanente angst waarin we moeten leven, omwille van het feit dat het gegeven woord even snel verbroken wordt als het gegeven wordt, maakt bepaalde levenssituaties meer stresserend dan ze al zijn.
Zal mijn baas mij dumpen als het in de economie slechter gaat? Zullen mijn werknemers geen vertrouwen meer hebben als ik in hun loon moet snoeien? Als ik na dit topseizoen, een slecht seizoen beleef, zullen de supporters en voetbalspelers dan mijn ontslag eisen? Zal mijn collega-vriend mij in de rug steken op het moment dat hem dat voordeel oplevert?
Azen die mensen, die zo vriendelijk doen tegen mij, niet gewoon op mijn positie? Wordt elke misstap door mijn medemens vergroot doorverteld naar hogerhand om mij te koeioneren? Dergelijke onzekerheden maken het leven én stresserend én hard om dragen. Een opwaardering van het begrip trouw, zodat men oprecht is wanneer men zijn woord geeft en er niet te licht mee omspringt, zou dit kunnen verhelpen.
Ook de teloorgang van respect heeft een negatieve invloed op onze maatschappij:
Respect is de basis voor een beleefde omgang met mensen. Wederzijds respect, respect voor ouderen, respect voor hoger geplaatsten, respect voor hen die respect verdienen. Men moet leren zijn positie te aanvaarden en zich respectvol te gedragen tegenover hen die boven hem staan.
Het gelijkheidsprincipe is zover doorgedrongen in onze maatschappij, dat mensen soms hun, misschien klinkt het ouderwets en dictatoriaal, plaats vergeten. Een leerling moet beseffen dat hij nog steeds onder de leerkracht staat, net als een bediende onder zijn baas en een kind onder zijn ouder. Daaruit moet een respect vloeien van de lagergeplaatste naar de hogergeplaatste, dit moet weerspiegeld worden in zijn houding, zijn gedrag en zijn handelingen.
Maar vandaag de dag zijn we zover gevorderd dat we wel stellen dat iemand wel hogergeplaatst mag zijn, maar daarom nog niet beter is. Het principe dat elke mens gelijk is, slaat inderdaad op het feit dat de positie van iemand niet noodzakelijkerwijze zijn kwaliteiten benadrukt, denk maar aan nepotisme en dergelijke malafide praktijken.
De hogergeplaatste moet ook duidelijk beseffen, dat hij alleen maar hogergeplaatst is omwille van de lagergeplaatsten en dat hij zonder hen, niet zo zou zijn, als hij nu was. Er moet van hem uit een respect vloeien naar de mensen onder hem. Ook dit moet hij via houding, gedrag en handelingen duidelijk maken. Hij moet deze mensen respecteren voor wat ze betekenen voor hem en hen niet minachten.
Er mogen gerust verschillen zijn in uiterlijke kentekenen, de baas mag gerust met een Mercedes rijden en de bediende in een Renault 4, de ouder mag gerust zijn kind berispen, de leerkracht mag een onbeleefde leerling straffen, maar nooit mogen die extra bevoegdheden gebruikt worden voor zelfwinst, ten koste van de mensen onder hem.
De leerling /het kind/ de bediende moet aanvaarden dat hij gestraft wordt, als dit terecht is, zoniet dan moet hij dit op een respectvolle manier aankaarten en het is dan de plicht van de leerkracht / ouder / baas, om zijn argumentering in overweging te nemen. Dit is wat we noemen wederzijds respect. Ken uw plaats en gebruik ze ten goede en respecteer de mensen om u heen voor wat zij zijn.
Deze waarden staan echter vaak loodrecht op het egoïstisch idee, dat het "ik" belangrijker is dan alles om hem heen. Het "ik" walst door zijn medemensen heen, niet ontziend. Zolang het "ik" geen nadelen ondervindt van bepaalde acties, zal het niet protesteren, maar op het moment dat het zelfbejag van het "ik" in gevaar komt, verliest het alle morele waarden en ziet het nog maar één ding voor ogen: "Ik".
Het wegvallen van een stabiel waardenpakket dat deze egoïstische houding moest afremmen, heeft het egoïsme vrije baan gegeven, om zich in de houding van de mens te vestigen, met alle gevolgen vandien. We zien dat een groeiende intolerantie zich meester heeft gemaakt van de mens en dat hij alsmaar minder de waarden, die tot een goede omgang en een stabiele samenleving moeten leiden, in acht neemt.
Dit is de essentiële oorzaak van de achteruitgang.
Het verlies van de persoonlijkheid.
Ik ben het ermee eens dat de mens zijn persoonlijkheid en individualistisch denken er op achteruit gegaan is. De psychologie toont ons aan dat een puur individualistisch denken niet bestaat en ons hele ik, een resultaat is van impulsen uit onze omgeving. Er rijst pas een probleem als het individu alleen nog maar de richting volgt van zijn omgeving, zonder op zoek te gaan naar alternatieven.
In de hedendaagse maatschappij zien wij dat de mens zijn persoonlijkheid verliest, omwille van zijn drang te behoren tot de massa, de grote groep. Het "mainstream" - effect is één van de verschrikkelijkste verschijnselen die ik ken. Ik kan echter niet beweren dat het gebonden is aan onze maatschappij. Er hebben altijd al sterke figuren en minder sterke figuren bestaan. Mensen van het "dominante" type en van het "volgzame" type. Het probleem aan mainstream volgelingen is dat ze niet meer nadenken vooraleer ze hun leider kiezen. Men heeft schrik om overrompeld te worden door de grote meute en sluit zich uit angst aan bij de grootste groep.
De mainstream wordt spijtig genoeg niet geleid door de meest bekwame dominante typen, maar eerder door hen die zelf het meest onzeker zijn. Die 80 % volgzame typen zijn op zoek naar een leidersfiguur waaraan ze zich kunnen optrekken en er zijn verschillende mogelijkheden. De dominante personen die het zekerst zijn van hun zaak, zullen deze mensen de keuze laten en niet op hun volgzame natuur in spelen. Zij zullen als het ware geen reclamebord uithangen voor hun zaak, maar vertrouwen op het inzicht van de persoon. Mocht deze zich dan niet bij hen aansluiten, is dit geen ramp, mits men overtuigd is van zijn zaak en geen nood heeft aan een grote groep mensen die dit bevestigen, maar tevreden is met een selecte groep, overtuigde mensen.
De onzekere, dominante typen echter zoeken zoveel mogelijk aansluiting en bevestiging van hun leiderskwaliteiten en doen dus alles om duidelijk te maken dat zij een mogelijke optie zijn, dit door opvallend gedrag te vertonen, zich groot voor te doen en veel aandacht te trekken. De angstige groep volgelingen zal zich snel laten intimideren door dit gedrag en zal zich aansluiten bij dit individu. Dan breekt het ogenblik aan dat de zaak misloopt.
We onderscheiden op dit moment, de zelfzekere dominante, de niet-zelfzekere dominante, een grote groep niet-angstige volgelingen en een kleine groep angstige volgelingen. De niet-zelfzekere dominante en de groep angstige volgelingen sluiten zich bij elkaar aan en vormen de grootste groep in het begin, omdat de niet-angstige volgelingen nog in hun keuzeproces zitten.
En nu treedt het mainstream effect op. De groep van niet-angstige volgelingen splitst zich in twee: een deel behoudt zijn persoonlijk inzicht en zal zich aansluiten bij een leider in wie hij vertrouwen heeft en achter wiens ideeën hij staat, maar het andere deel wordt plots bevangen door de angst voor die grote groep die zich daar bevindt en ziet geen andere uitweg dan zich aan te sluiten bij deze groep mensen, om zo te behoren tot de groep die de minste kans heeft om aangevallen te worden en dus, in hun ogen, een grotere zekerheid en veiligheid biedt.
Daarom dat het anti-mainstream zijn een grote persoonlijkheid vergt. Vele mensen beweren zich te distantiëren van de meute door zich aan te sluiten bij een zelfzekere leider, maar schijnen in tijden van "oorlog" toch te deserteren naar de grote groep, waarin ze zich veiliger voelen. Dit zorgt ervoor dat de grootste groepen mensen vaak geleid worden door de minst bekwame leiders. De enige zelfzekere leider die een grote groep achter zich weet te krijgen, is hij die het principe door heeft en dus de meute de illusie geeft dat hij hen zekerheid en veiligheid kan waarborgen. Eenmaal dat hij een grote groep mensen achter zich aan krijgt, gaat de sneeuwbal aan het rollen en groeit deze aan. Eenmaal deze macht verkregen, kan hij dan terugkomen op zijn ideeën en zal hij de groep in een ijzeren handgreep houden. Mits hij de grootste groep volgelingen heeft, kan hij de andere leiders vernietigen en een alleenheerschappij beginnen (=dictator).
Dit is allemaal heel theoretisch uitgelegd en dus zal ik enkele praktische gevolgen hieruit afleiden.
We zien vaak dat het gedrag van mensen verandert naargelang ze zich in een groep bevinden of alleen zijn. Stel, je komt in contact met een groep mensen en de leidende figuren beginnen je te beschimpen en bespotten. In de groep volgelingen zit een kennis van je. Mits zijn persoonlijkheid niet opweegt tegen de groepsdruk zal hij meedoen om zo zijn positie in de groep te behouden. Kom je diezelfde kennis echter op straat tegen, zal hij je begroeten en je aangenaam behandelen.
Het klinkt hypocriet en dat is het ook. In wezen heeft die kennis niets tegen je, maar als de onzekere leiders van zijn groep hun macht willen laten tonen ten opzichte van jou, voelt hij zich genoodzaakt hen hierin te steunen uit angst uit de groep gegooid te worden en zijn zekerheid kwijt te spelen. Zijn persoonlijkheid weegt niet op tegen zijn angst.
Iemand met een sterke persoonlijkheid zal zich echter op dat moment distantiëren en zijn eigen ideaal volgen. Dit moet hem niet noodzakelijk zuur opbreken, want het kan gezien worden als een teken van zelfzekerheid, wat een leiderskwaliteit is, waardoor de angstige groep zich niet tegen hem zal keren, maar het een patstelling wordt tussen de volgeling met persoonlijkheid en de leider van de groep.
Als de leider een wijs persoon is zal hij misschien zijn fout inzien of er geen aanstoot aan nemen. Alleen een angstig en zelfingenomen leider zal zijn volgeling omwille van een vertoon van persoonlijkheid uit de groep zetten, omdat hij vreest dat dit een subversief effect kan hebben.
Het is dan ook typerend dat de beste leiders meestal een kleine groep volgelingen hebben. En dat, hoewel ze een volgeling zijn, hun volgelingen een sterkere persoonlijkheid hebben dan de andere. We zouden misschien zelfs kunnen stellen dat hun persoonlijkheid soms die van andere, angstige leiders overtreft.
Het vraagt in de huidige sfeer veel moed en persoonlijkheid om anti-mainstream te zijn door ofwel een anti-mainstream leider te volgen ofwel een anti-mainstream leider te zijn. Deze groepen blijven dan ook een kleine minderheid die voordurend moet opboksen tegen de meute om hun bestaan te verdedigen.
Ik zou echter wel duidelijk willen stellen dat een verlies van persoonlijkheid niet gepaard gaat met een totale overgave aan de groep. In tegendeel, men zal de groep volgen zolang deze het "ik" niet schaadt en een ander het slachtoffer is. Maar tezamen met dit verlies van persoonlijkheid gaat een toename van egoïstisch denken gepaard, maar daar kom ik later nog op terug.
Verlies van het kleine
De mens kan niet meer tevreden zijn met wat hij heeft, met de kleine deugden des levens. Nee, men wil alsmaar meer, meer en liefst daarna nog meer. Dat iets goed is omwille van zijn grootsheid, vind ik ook een slechte trend. Ik vind dat het niet is omdat de ene auto meer kost of er beter uitziet dan de andere, de andere sowieso slechter is.
Ik begrijp bijvoorbeeld niet waarom je jezelf een Porsche van 100.000 euro zou aanschaffen, om hier op de Belgische wegen aan 50km / u te rijden. Dat kan je met een wagen van 15.000 euro ook en daar verbruik je nog minder brandstof mee op de koop toe. Eveneens zie ik het nut niet in om je een dure Cabrio te kopen, alleen maar omdat het trendy, hip en cool is. Waarom met een brommertje van 2.000 euro naar school rijden, als je die vijf kilometer ook met de fiets kan afleggen?
Maar ik zou het ook een slechte trend vinden als iets goed is omwille van de mening van een beperkte groep mensen. Dit gevoel heb ik bijvoorbeeld bij boeken in de Nederlandse literatuur. We hebben de ene stroming die vindt dat iedereen Harry Potter moet hebben gelezen, want dat leest iedereen. Aan de andere kant hebben we een stroming die zegt dat we Kaas & Hersenschimmen moeten lezen, omdat de Germanisten dit de top vinden. Over smaken en kleuren valt niet te twisten, de ene groep moet zijn mening en smaak niet opdringen aan de andere.
Dat de mens niet meer gelukkig kan zijn, omdat hij niet meer van het kleine kan genieten, verbaast mij niets. Waarom droomt men niet om een kleine glimlach, een klein kusje of een schouderklopje? Nee, men wil een zaal vol applaudisserende mensen, een wilde nacht en aanbidders.
Wel heb ik het gevoel dat de mens streeft naar zijn grootheidswaanzin. We willen op andere planeten landen, maanbasissen installeren en duizend en één andere dingen. Maar in de tussentijd sterven er op onze eigen planeet duizenden mensen, omdat er geen geld is voor medicijnen. We hebben al 1 planeet half vernietigd, waarom moeten we die andere nu ook gaan besmetten?
De grootheidswaanzin van de mens, de gedachte dat hij het middelpunt van het universum is en dat er niets belangrijkers is dan zijn eigen grootsheid, is verkeerd. Zou het niet beter zijn, dat de mens zich bewust werd van zijn nietigheid en zich daarmee tevredenstelde? Vanuit dat standpunt zouden we veel gelukkiger zijn, want we zouden niet naar de zure druiven proberen te grijpen, die we toch niet kunnen bemachtigen.
Ik ben het er echter niet mee eens dat de mens zich niet mag laten leidden door organisaties en de staat. De staat, zoals Plato ze voorstelde, is iets waarvan de mens zich absoluut moet bewust zijn. De mens moet ophouden zijn eigen ik belangrijk te vinden, ten koste van zijn omgeving.
Er is een gouden regel waaraan de mens zich zou moeten houden: "Doe zo weinig mogelijk dat uw omgeving schaadt". De mens vindt zijn kleine ik zo belangrijk, dat alles ervoor moet wijken: het algemeen nut, naasten, vooruitgang. Het zou het doel van de groep moeten zijn, het individu te beschermen en gelukkig te maken en het zou het doel van het individu moeten zijn bij te dragen tot de groep en het algemeen nut.
Het idee dat het kleine "ik" belangrijker is dan het algemeen nut is fout. Dat betekent niet dat het algemeen nut het individu totaal moet overrompelen. Zoals bij alles is de gulden middenweg, de weg die we moeten bewandelen. Het individu moet proberen bij te dragen tot de groep, en de groep tot het individu. We zien dat beiden niet doen wat goed voor hen zou zijn. Het individu is zo belangrijk dat het algemeen nut tegengehouden wordt.
Verbeteringen die voor iedereen goed zouden zijn (verbetering van de sociale zekerheid, tegengaan van corruptie, controleren van ambtenaren, aanpakken van de fraude), mogen niet doorgevoerd worden, omdat ze misschien bepaalde individuen zouden kunnen schaden.
Aan de andere zijde hebben we dan de groep die de eigenheid van het individu opslokt. Zo mag men niet meer zijn eigen mening hebben, men mag niet meer op zijn eigenheid staan. Nee, men moet multicultureel zijn, men mag geen controversiële uitspraken doen, men mag de groep niet aanvallen, men moet het systeem verheerlijken, men mag de pijnpunten niet noemen en ga zo maar door.
De mens heeft inderdaad last van het verlies van het kleine, maar maakt van zichzelf, een mug, een olifant, die alle andere muggen mag verpletteren.
Het verlies van de wortelen
Hier onderscheid ik 3 gevallen aan de hand van Zbindens tekst. Het eerste is het verlies van de traditie, het tweede is de zucht naar het nieuwe en het derde is het verlies van de waarden.
Het verlies van traditie is betreurenswaardig en gaat gepaard met een verlies van respect voor het oude en het verleden. Traditie wordt gezien als iets dat absoluut niet moet gevolgd worden en waar men toch eerst eens goed moet over nadenken vooraleer men er aan meedoet.
Vele jongeren vinden de tradities van hun grootouders vergezocht of belachelijk en doen er alleen aan mee als hen dat opgedragen wordt. Maar waarom zouden we niet gewoon bepaalde tradities in ere houden, omdat het tradities zijn? Waarom zouden we oudejaar niet in familieverband blijven vieren, in plaats van naar luide disco's en dancings te gaan, om daar op te gaan in een massa mensen die al dronken zijn voor het 12 uur is? Waarom zouden we elke zondagochtend om negen uur al uit ons bed moeten om te gaan luisteren naar een murmelende pastoor? Waarom zouden we geregeld onze familie moeten bezoeken? Waarom zouden we op iemands verjaardag eens gedag moeten gaan zeggen? Waarom zouden we komen eten als het eten opgediend wordt? Waarom zouden we moeten bellen naar onze ouders om te zeggen waar we zitten?
Waarom zouden we? Veel van deze zaken zijn misschien niet meteen een echte traditie, maar eerder een gewoonte van vroeger, een opvoeding van vroeger. Met de afzwakking van het geloof kan ik de mensen begrijpen die zeggen dat ze niet hypocriet in de kerk willen gaan bidden op zondagochtend, maar vele andere gewoontes gaan gewoon uit van een soort respect voor de medemens.
Het is een trend bij de jeugd en het wordt hen ook ingepraat door de media, bepaalde opvoeders en zelfs door hun eigen ouders, het niet te nauw te nemen met de normale gang van zaken. Als die hen niet aanstaat, moeten ze zich er niet aan houden.
Dat is een bekrompen visie, want niet alles in het leven moet even aangenaam zijn. Ook onaangename zaken kunnen een bijdrage leveren aan het leven. Ik kan best begrijpen dat je niet staat te springen om bij iemand thuis een film te gaan kijken op zaterdagavond als je juist van plan was te gaan snookeren. En dan meld je die persoon dat gewoon en is er geen probleem.
Maar als er gevraagd wordt of je naar iemands verjaardagsfeest kunt komen, ligt dit toch anders. Dan vind ik dat je principieel (uit traditie misschien) moet gaan om je vriendschap met die persoon te accentueren. Misschien kan je dan één avond niet gaan snookeren, maar dan toon je tenminste aan die persoon dat je er staat voor hem.
Hetzelfde met nieuwjaar, of af en toe aandacht besteden aan je familie. Het spreekt ook van respect voor de persoon die kookt, om te komen eten als het eten opgediend wordt en niet, 30 minuten later, als de Simpsons afgelopen is en de tafel afgeruimd, te eisen dat er een bord voor je opgewarmd wordt.
Dat dergelijke zaken bemoeilijkt worden door de huidige gezinssituaties (samengestelde gezinnen, workaholics als ouders, onverantwoordelijke jongeren, etc.) begrijp ik ook wel. Maar ook daar zijn we onze wortels kwijt. Het verlies van trouw en respect, essentiële waarden voor een maatschappij, veroorzaakt een kettingreactie in de dagelijkse gedragingen van het individu.
Dit alles draagt bij tot een onverdraaglijke ergernis bij beide partijen, die zal leiden tot spanningen en stress, die dan weer zullen leiden tot depressies en inzinkingen, die dan weer zullen leiden tot onverdraagzaamheid, die dan weer zullen leiden tot onverdraaglijke ergernis en zo dalen wij af in een spiraal die onze maatschappij en onze sociale omgang ten gronde zal richten.
De zucht naar het nieuwe, het progressieve, begint stilaan af te nemen. Het probleem stelt zich nu elders. Men wil de fouten van het nieuwe systeem niet inzien en weigert te aanvaarden dat sommige zaken van vroeger, die men bij de veranderingen verworpen heeft, toch beter waren.
Men zal de fouten van de vernieuwing oplossen met nieuwe vernieuwingen die het probleem niet wezenlijk oplossen. Men weigert gewoon flagrant te aanvaarden dat men fout was bij het verwerpen van sommige zaken. De regering zal altijd beweren dat een spijtige samenloop van omstandigheden de enige reden is dat een probleem zich heeft kunnen voordoen. "Het systeem is wezenlijk goed, men zal het wat bijsturen en het zal wel weer in orde komen."
Bijvoorbeeld de problematiek van wegtrekkende bedrijven. Hoewel iedereen weet dat het systeem gewoon te duur is voor de bedrijven, blijft de regering het nieuws verspreiden dat het systeem wel deugt en dat, mits een aantal kleine vernieuwingen, het wel weer in orde zal komen. Men zal nooit toegeven dat men de loonkost inderdaad te hoog heeft gemaakt en dat men ze naar beneden zal moeten halen door enkele privileges in te trekken. "De vernieuwing is nooit slecht, ze heeft alleen wat aanpassingen nodig." De maatschappij wil zijn eigen fouten niet toegeven en weigert inderdaad om op zijn stappen terug te keren, waardoor het probleem hoogstens uitgesteld, maar nooit opgelost geraakt.
Het algemeen verlies van een stabiel waardenpakket is de wezenlijke oorzaak van de verzuring van onze maatschappij. Omdat we in een tijd opgroeien waarin aan wezenlijke waarden nog maar weinig belang gehecht wordt en dat de vooruitgang van het eigen "ik" ten koste van alles gaat, verliest het individu zijn maatschappelijke plicht uit het oog.
Algemene waarden als wederzijds respect, trouw, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en vertrouwen, worden als onderdanig belangrijk beschouwd aan het egocentrisme en het egoïsme. Ik zou hier dan ook een door mezelf geschreven traktaatje willen toevoegen over de teloorgang van trouw en zijn functie in de maatschappij:
Het concept trouw is misschien wel één van de waarden waarmee het de laatste tijd het meest bergaf gegaan is. We hebben verschillende vormen van trouw en spijtig genoeg zou een stijging in de waarden-hiërarchie van de maatschappij van trouw in al zijn vormen overal een stap vooruit zijn.
Zo hebben we trouw op vlak van relaties. Het is bekend dat onze maatschappij kampt met een stijgend aantal scheidingen en dat er ook steeds minder mensen trouwen, maar liever gaan samenwonen. Verder is er ook een stijgend aantal nieuw samengestelde gezinnen.
Of dit nu een positieve of negatieve trend is, moet u voor zichzelf uitmaken, maar neemt u toch volgende feiten even in overweging. Weegt het gevoel van ongebondenheid wel op tegen de onzekerheid betreffende trouw in een relatie? Werkt een gelofte van trouw niet meer druk uit op de relatie, om er toch iets van proberen te maken?
Als men de trouw in een relatie hoger zou schatten dan men nu doet, zou men waarschijnlijk meer moeite doen om ze te doen slagen. Men zou toleranter zijn en het minder snel opgeven om energie in de relatie te steken. Niet iedereen die een punt zet achter zijn relatie doet dit omwille van intolerantie en een tekort aan moeite, maar toch, als we minder snel in relaties zouden stappen en er meer waarde aan zouden hechten, omdat we zouden vinden dat eenmaal we met iemand een relatie beginnen, hem trouw moeten blijven, zouden er misschien sommige ongelukkige beslissingen met nog ongelukkigere einden kunnen vermeden worden.
Is de trend van minder snel een gelofte van trouw af te leggen (tegen over een staat of een god), een teken dat mensen misschien toch wel waarde aan trouw hechten, maar van zichzelf weten dat ze die niet kunnen nakomen en daarom geen gelofte afleggen, zodat ze die dan ook niet verbreken? De vraag is of je dan eigenlijk wel een relatie moet aangaan met dergelijke instelling.
Ik kan me inbeelden dat het een stuk geruststellender is te weten dat zowel jij als je partner alles willen doen om een relatie te doen slagen, dit kan weliswaar ook zonder zo'n gelofte, maar die gelofte opent toch altijd een nieuwe dimensie, het openbare en officiële. Mits het getrouwd of niet getrouwd, altijd een pijnlijke zaak is een relatie te moeten verbreken, zou onze doelstelling in het begin van een relatie moeten zijn om deze partner trouw te blijven en niet om te zien of het misschien wel eens op iets zou kunnen uitdraaien als het lot daarover zo zou beslissen.
Een tweede vorm van trouw is trouw aan het gegeven woord. Doorheen de geschiedenis blijkt de mens een schitterend wezen te zijn, als het aankomt op het breken van vertrouwen. Zowel in persoonlijke als zakelijke contacten is er nood aan een sterke basis van vertrouwen. De permanente angst waarin we moeten leven, omwille van het feit dat het gegeven woord even snel verbroken wordt als het gegeven wordt, maakt bepaalde levenssituaties meer stresserend dan ze al zijn.
Zal mijn baas mij dumpen als het in de economie slechter gaat? Zullen mijn werknemers geen vertrouwen meer hebben als ik in hun loon moet snoeien? Als ik na dit topseizoen, een slecht seizoen beleef, zullen de supporters en voetbalspelers dan mijn ontslag eisen? Zal mijn collega-vriend mij in de rug steken op het moment dat hem dat voordeel oplevert?
Azen die mensen, die zo vriendelijk doen tegen mij, niet gewoon op mijn positie? Wordt elke misstap door mijn medemens vergroot doorverteld naar hogerhand om mij te koeioneren? Dergelijke onzekerheden maken het leven én stresserend én hard om dragen. Een opwaardering van het begrip trouw, zodat men oprecht is wanneer men zijn woord geeft en er niet te licht mee omspringt, zou dit kunnen verhelpen.
Ook de teloorgang van respect heeft een negatieve invloed op onze maatschappij:
Respect is de basis voor een beleefde omgang met mensen. Wederzijds respect, respect voor ouderen, respect voor hoger geplaatsten, respect voor hen die respect verdienen. Men moet leren zijn positie te aanvaarden en zich respectvol te gedragen tegenover hen die boven hem staan.
Het gelijkheidsprincipe is zover doorgedrongen in onze maatschappij, dat mensen soms hun, misschien klinkt het ouderwets en dictatoriaal, plaats vergeten. Een leerling moet beseffen dat hij nog steeds onder de leerkracht staat, net als een bediende onder zijn baas en een kind onder zijn ouder. Daaruit moet een respect vloeien van de lagergeplaatste naar de hogergeplaatste, dit moet weerspiegeld worden in zijn houding, zijn gedrag en zijn handelingen.
Maar vandaag de dag zijn we zover gevorderd dat we wel stellen dat iemand wel hogergeplaatst mag zijn, maar daarom nog niet beter is. Het principe dat elke mens gelijk is, slaat inderdaad op het feit dat de positie van iemand niet noodzakelijkerwijze zijn kwaliteiten benadrukt, denk maar aan nepotisme en dergelijke malafide praktijken.
De hogergeplaatste moet ook duidelijk beseffen, dat hij alleen maar hogergeplaatst is omwille van de lagergeplaatsten en dat hij zonder hen, niet zo zou zijn, als hij nu was. Er moet van hem uit een respect vloeien naar de mensen onder hem. Ook dit moet hij via houding, gedrag en handelingen duidelijk maken. Hij moet deze mensen respecteren voor wat ze betekenen voor hem en hen niet minachten.
Er mogen gerust verschillen zijn in uiterlijke kentekenen, de baas mag gerust met een Mercedes rijden en de bediende in een Renault 4, de ouder mag gerust zijn kind berispen, de leerkracht mag een onbeleefde leerling straffen, maar nooit mogen die extra bevoegdheden gebruikt worden voor zelfwinst, ten koste van de mensen onder hem.
De leerling /het kind/ de bediende moet aanvaarden dat hij gestraft wordt, als dit terecht is, zoniet dan moet hij dit op een respectvolle manier aankaarten en het is dan de plicht van de leerkracht / ouder / baas, om zijn argumentering in overweging te nemen. Dit is wat we noemen wederzijds respect. Ken uw plaats en gebruik ze ten goede en respecteer de mensen om u heen voor wat zij zijn.
Deze waarden staan echter vaak loodrecht op het egoïstisch idee, dat het "ik" belangrijker is dan alles om hem heen. Het "ik" walst door zijn medemensen heen, niet ontziend. Zolang het "ik" geen nadelen ondervindt van bepaalde acties, zal het niet protesteren, maar op het moment dat het zelfbejag van het "ik" in gevaar komt, verliest het alle morele waarden en ziet het nog maar één ding voor ogen: "Ik".
Het wegvallen van een stabiel waardenpakket dat deze egoïstische houding moest afremmen, heeft het egoïsme vrije baan gegeven, om zich in de houding van de mens te vestigen, met alle gevolgen vandien. We zien dat een groeiende intolerantie zich meester heeft gemaakt van de mens en dat hij alsmaar minder de waarden, die tot een goede omgang en een stabiele samenleving moeten leiden, in acht neemt.
Dit is de essentiële oorzaak van de achteruitgang.
)

) hoor daar net niet bij 