Deze past hier wel, woensdag of donderdag in de Standaard gelezen:
Het zou de Franstalige elite sieren, schrijft GEERT BUELENS, mocht ze de historische schuld tegenover de Vlamingen alsnog willen erkennen. Een gebaar dat in de huidige impasse geen wonderen zal doen, maar wel wonden kan helen.
Waarom, zo vroeg Béatrice Delvaux zich gisteren af in deze krant, reageren zoveel Vlamingen afwijzend op de ‘goede wil, bewustwording, het verlangen en de nieuwsgierigheid' van de Franstaligen die Nederlands willen leren en kennis willen maken met de Vlaamse cultuur. ‘Het gevoel dat de Franstaligen niets goed kunnen doen, zelfs niet als het concreet en spontaan is, begint ergerlijk te worden.'
Deze hartenkreet van de hoofdredactrice van Le Soir deed me denken aan een lezersreactie op de Belgomaton-website van haar krant, onlangs: ‘Qui est responsable de la mauvaise image des francophones en Flandre et donc responsable de tout ce merdier?' Een zeer goede vraag, maar tegelijk ook onthullend in haar verbluffende naïviteit. Veel Franstalige landgenoten hebben na vier jaar communautaire crisis dus nog altijd geen idee van wat er psychologisch speelt.
Contraire nationalisten
Delvaux, die in Vlaanderen woont en de taal spreekt, probeerde in haar column een aantal verklaringen uit. Waarom vinden veel Vlamingen – De Wever uiteraard op kop – dat de inspanningen van de Franstaligen too little, too late zijn? ‘Omdat de wonde zo diep is en de misdaad niet goed te maken? Of omdat het gemakkelijker is om blind te zijn voor wat er aan de andere kant gebeurt en voor de nuances van wat er bij de ander leeft?'
Die laatste verklaring is voor Franstaligen natuurlijk het aantrekkelijkst. Ze past in het beeld van de Vlaming als koppige en contraire nationalist. We kennen vast allemaal Vlamingen die aan dat beeld beantwoorden, maar ik geloof nooit dat ze met zoveel zijn als het opgetelde electoraat van N-VA, Vlaams Belang, CD&V en LDD.
Als onze Franstalige landgenoten willen begrijpen wat er in Vlaanderen aan de hand is, zullen ze vooral die eerste suggestie van Delvaux ernstig moeten nemen. Een woord als ‘misdaad' is zo extreem dat de meeste Franstalige lezers vast denken dat ze dat enkel retorisch kan hebben bedoeld. Maar voor veel Vlamingen is het een realiteit. Zolang door leidinggevende Franstaligen niet wordt erkend dat Vlamingen tot diep in de twintigste eeuw als tweederangsburgers zijn behandeld (‘Et pour les Flamands la même chose'), hebben optochten en oproepen voor eenheid en solidariteit geen enkele zin.
Het gaat om meer dan de taal
Natuurlijk, in het licht van wat de Indianen is aangedaan door de Amerikanen of vergeleken met de uitbuiting in de kolonies, stelt het Vlaamse leed niet zo veel voor. Maar het is er wel geweest en het bepaalt veel meer dan Franstaligen denken de Vlaamse psyche. Ook Delvaux onderschat dit aspect, lijkt me. Typerend voor haar betoog is haar nadruk op het culturele: zie ons eens Lanoye lezen en naar de KVS en Loft gaan! Heel mooi, maar in het licht van de Vlaamse kwetsuur gaat dit niet naar de kern van de zaak. Taal speelde uiteraard een cruciale rol in de Vlaamse Beweging en het misprijzen waarmee lange tijd over le flamand werd gesproken is bepaald geen detail.
Maar dit waren slechts de uiterlijke manifestaties van een mentaliteit die de Franstalige elite in België heeft gekenmerkt en die kardinaal Mercier er ooit toe bracht tegenover een Vlaamse geestelijke te beweren: ‘Je suis né d'un peuple fait pour régner, vous êtes né d'un peuple fait pour servir.' Zelfs als dit een apocrief citaat is, is het veelzeggend dat het in het Vlaamse geheugen is blijven hangen. In het veelgelezen boekje De Vlaamse Beweging nu en morgen uit 1962 schreef Maurits van Haegendoren, de oprichter van de Lodewijk de Raet-stichting en latere Volksunie-senator: ‘De Walen willen uitsluitend denken in de verhouding knecht-meester.' Nagenoeg elke Vlaming kan uit de eigen familiegeschiedenis anekdotes oprakelen die deze houding illustreren.
De meeste Walen hebben hier helemaal niets mee te maken en hun zich in de mijnen en staalindustrie doodwerkende voorouders evenmin. Maar het zou de Franstalige elite van dit land sieren mocht ze deze historische schuld alsnog willen erkennen. Net de generatie van Delvaux en de uitstekend Nederlands sprekende Rudy Demotte kan deze stap zetten. Het is een illusie te denken dat de politieke impasse hierdoor als bij toverslag zal verdwijnen. Maar als we met elkaar verder willen, is dit een noodzakelijke stap. Voor een gemeend mea culpa is het nooit te laat.
GEERT BUELENS