vervolg
bron: Knack:be
De waarheid over het labyrint
29/08/2008 16:00
Knacks coververhaal van deze week over het Egyptische labyrint werd door De Standaard van zijn geloofwaardigheid beroofd. Iets te snel, zo blijkt.
De queeste van kunstenaar Louis De Cordier naar het vergeten labyrint bij de piramide van Hawara naderde haar ontknoping. Dat was het onderwerp van een reportage in Knack van 26 maart 2008. Andere media zagen er geen nieuwswaarde in - vrijheid blijheid. Het coververhaal van Knack vorige week, 27 augustus 2008, openbaarde dat Egyptische geofysici, gefinancierd door De Cordier, tussen 8 en 10 meter onder het zand een reusachtige labyrintstructuur hadden gescand.
Hun officiële rapport maakte melding van de treffende gelijkenissen met de waarneming van de Griekse geschiedschrijver Herodotus 2400 jaar geleden.
Knack bracht dit verhaal van een 'weergaloze ontdekking'. De sleutelpassages uit het rapport van het NRIAG (National Resarch Institute of Astrononomy and Geophysics) in Cairo werden letterlijk geciteerd. De volgende stappen - de geplande tweede scanning, de drooglegging van de site, de opgravingen - werden beschreven. De kapitale rol van een Vlaamse kunstenaar in een wetenschappelijke expeditie werd in het licht gezet. De andere media zagen er nieuwswaarde in, en brachten op dezelfde dag, 27 augustus 2008, een verhaal.
Zo ook de krant De Standaard, met een vervolgje een dag later. De zelfverklaarde kwaliteitskrant zaaide het zaad van de twijfel, gekruid met de saus van de ironie. Een giftig mengsel. Maar niet dodelijk. Daarvoor was De Standaard-story te weinig onderbouwd en een beetje te veel verdraaid. In de richting van, 'ach het is komkommertijd voor iedereen'. De krant maakte melding van het NRIAG-rapport. Maar in plaats van te schrijven dat het team van Dr. Abbas Mohamed Abbas zelf de frappante parallellen in structuur en oriëntatie tussen de gescande sites en het labyrint van Herodotus had waargenomen, deed de redacteur het voorkomen alsof dat louter de hypothese van De Cordier was. Ach ja, een kunstenaar. De cruciale bron, Dr. Abbas die het onderzoek voerde, ontbrak in dit verhaal. Ach ja, Egyptenaren.
De Standaard-redacteur informeerde zijn lezers aan de hand van twee secundaire bronnen. De eerste was de curator van de kunstgalerie van de Universiteit Gent, Guy Bovyn. Hij nam het project van De Cordier op in zijn tentoonstellingsprogramma voor dit najaar Meer nog. De labyrintqueeste is een onderdeel van Bovyns doctoraatsthesis-in-voorbereiding over processen van grensoverschrijdende kunst. Tegenover De Standaard , later aan de telefoon herhaald tegenover Knack, bezweert Bovyn dat het louter om een kunstproject gaat, de artistieke verbeelding als stimulans voor de wetenschap. Kennelijk is daar niet in verrekend dat een kunstenaar direct betrokken raakt bij een wetenschappelijke ontdekking zelf, van wereldbelang nog wel. Want dan is het misschien geen kunst meer?
De tweede Standaard-bron, gehanteerd als het godsoordeel over het labyrint, is professor Morgan De Dapper, geograaf, verbonden aan de UGent. Hij werd door de universiteit bereid gevonden om wetenschappelijke feed back te geven aan het kunstproject. Niet om aan het wetenschappelijk labyrintonderzoek deel te nemen, zelfs niet om het te analyseren. Zijn specialisatie is immers de geomorfologie.
Die werkt met bodemstalen, niet met geofysische profielen, legt hij uit aan Knack. Werd hij dan misschien verondersteld om de resultaten van de Egyptische scanners door te spelen aan zijn collega's-geofysici aan de UGent? Helemaal niet, de reputatie van het NRIAG, is zo groot dat niemand het in zijn hoofd krijgt om de bevindingen van het Egyptische instituut nog eens te controleren, aldus de professor.
De Standaard stelt de Gentse geograaf één vraag, en met zijn antwoord in vier zinnetjes moet de lezer het stellen. 'Is er sprake van een archeologische vondst?'
De Dapper: 'Dat is het zeker niet. Collega's hebben er al gegraven en niets gevonden. Dit is een kunstproject. Het geofysisch onderzoek wees uit dat er iets in de grond zit, maar het kan evengoed een grafveld zijn.' Kort door de bocht, heet dat, maar De Dapper stond dan ook op het terrein in Noorwegen, waar hij in een kort telefonisch gesprekje de krant van antwoord diende. Uit zijn wat ruimere uitleg aan Knack, nog altijd vanuit Noorwegen over de telefoon, krijgt de lapidaire uitspraak van de geomorfoloog een context.
Vooreerst betreft het strikt genomen inderdaad geen archeologische maar een geofysische 'ontdekking', een afstandwaarneming, vergelijkbaar met röntgenstralen, zegt De Dapper. Dr. Abbas had de zes gebruikte technieken al voor Knack op een rijtje gezet: GPR (ground penetrating radar), VLF (very low frequency radio waves), ERT (electrical resistivity tomography), VES, (vertical electrical sounding), GEM (multiple frequency electro-magnetic), TEM (transient electro-magnetic). Daarmee komen geofysici tot bevindingen die archeologen nooit als een honderd procent sluitend bewijs van de aanwezigheid van welke archeologisch element in de bodem ook aanvaarden. Alleen wat zij materieel bovenhalen, bestaat. Van het beloftevolle huwelijk tussen geofysica en archeologie is voorlopig nog niet veel in huis gekomen.
De Dappers 'collega's', die 'er al gegraven hebben en niets hebben gevonden' zijn al heel lang dood. Ze passeerden in 1888, in het team van de Britse archeoloog Flinders Petrie. Deze meende het fundament van het volgens hem gesloopte labyrint te hebben ontdekt. Petrie liet de site achter als een slagveld, constateerde De Dapper toen hij twee maanden geleden met zijn Egyptische collega's het terrein bezocht. 'Dat er iets onder de grond zit', dat 'evengoed een grafveld kan zijn', herhaalt De Dapper niet letterlijk tegenover Knack , maar hij blijft bij zijn standpunt dat er geen honderd procent zekerheid bestaat dat het labyrint van Herodotus gevonden is.
Anderzijds beklemtoont hij dat de 'queeste van De Cordier correct is verlopen', en blijft hij zijn enthousiasme uitspreken..Alleen moet 'de kunstenaar met beide voeten op de grond blijven'. Kunstcurator Guy Bovyn is daar alvast mee begonnen. Uit het vervolgartikel (De Standaard 28 augustus) vernemen we dat aan de kunstenaar is gevraagd om zijn uitspraken over het labyrint op zijn website (
www.louisdecordier.com) van vraagtekens te voorzien. In de titel boven het vervolgstuk werd dat verdraaid tot: 'Kunstenaar zwakt uitspraken labyrint af'. Voor de vluchtige lezer stond de geloofwaardigheid van het verhaal nu helemaal op de helling. Maar Louis De Cordier is alsnog niet zinnens om wat dan ook aan zijn website te veranderen, zo verzekerde hij Knack.
Had de UGent zijn 'kunstproject' niet een wat gullere steun kunnen verlenen? Artistiek, wetenschappelijk, financieel? Het antwoord zou wel eens verrassend simpel kunnen zijn. Zoals een goede bron op de universiteit ooit opmerkte: 'De dag dat het labyrint gevonden wordt, hebben we pech gehad'. Pech omdat al de archeologische expertise van de UGent geconcentreerd is op Europa. In Egypte zijn ze niet aanwezig. Kunstenaar Louis De Cordier blijkt onderweg meer dan één grens te hebben overschreden. Gent organiseert op 28 oktober een conferentie over het labyrint. Alle betrokkenen zullen er het woord voeren. NRIAG-directeur Abbas zal er zijn resultaten presenteren. Hij ziet het als een open uitnodiging 'aan welke universiteit, welke stichting dan ook, om mee in zee te gaan,.' zegt hij. Een Amerikaanse stichting werkt al mee, binnen UNESCO wordt geijverd om de site tot werelderfgoed te verklaren. De zaak is iets groter geworden dan sommigen in dit land hadden gedacht, verhoopt of gevreesd. Maar honderd procent zeker ben je nooit, toch?
Jan Braet