Mr.Fingers
Legacy Member
De volle mep van de RVV is eigenlijk een rit van 100km en daarachter een rit van 160km. Die eerste 100km is gewoon afstand maken op een vlak (en saai) terrein tot je in de speeltuin van de Vlaamse Ardennen terecht komt. Als je de cyclo mee doet, dan is dat eigenlijk de moment om je gewoon ergens in een groepje te nestelen en vooral geen trap te veel te geven, zodat je opgewarmd maar nog fris ende vitaal aan de hellingen kunt beginnen. Als je dat gewoon op je eentje doet is er niets om je achter te verschuilen (in Belgie staat vaak een wind uit westelijke richtingen, dus met een vertrek in Antwerpen is dat de wind in het nadeel). Dus ja, de cyclo is makkelijker voor dat gebied. Ik zou gewoon beginnen met een tour van 160km vertrekkende en toekomend in Oudenaarde, die eerste 100km hebben weinig tot geen toegevoegde waarde buiten de afstand (en de Paddestraat in Zottegem). Bovendien is de cyclo belachelijk duur voor wat ze bieden, en vooral toegespitst op buitenlanders.
Dan de hellingen: kort en krachtig (en kasseien). Ze zijn kort genoeg om op brute kracht op te kunnen rijden, dus je gaat moeten werken aan je piekvermogen en recuperatie om die steile puisten te overwinnen. Je piek wattage moet dus vrij hoog liggen, maar je moet het niet lang kunnen volhouden (minuutje of 5 is door de band genomen al voldoende), en dan snel kunnen recupereren om de volgende helling die vaak maar een paar kilometer verder ligt weer op te knallen (want dat is het eigenlijk). Kasseien vergt een beetje handigheid en behendigheid ("please stay seated for the entire performance", zeker als ze nat liggen, je hebt iedere gram gewicht op je achterwiel nodig om grip te hebben), en da's iets wat je niet écht op de rollen kunt trainen. Dus gewoon regelmatig naar Oudenaarde of Ronse trekken, en daar drie, vier, vijf hellingen doen, om er de feel en de opvolging wat van te krijgen. Bijvoorbeeld de Molenberg is een berg die je het beste aan de linkerkant van de baan kunt oprijden. Dat kun je niet weten als je dat zelf niet eens ondervonden hebt hoe schabouwelijk de rechterkant erbij ligt (of iemand die het je zegt).
Materiaal is ook wel van belang: ga voor stevige banden met voldoende grip. Natte kasseien zijn erg glad, en vrij onvriendelijk voor het rubber. Dus een iets bredere band (28mm als je de plaats ervoor hebt is geen overbodige luxe, zeker niet voor de Muur & de Koppenberg) op niet al te hoge druk gaat erg veel doen ifv grip & comfort.
Dan de hellingen: kort en krachtig (en kasseien). Ze zijn kort genoeg om op brute kracht op te kunnen rijden, dus je gaat moeten werken aan je piekvermogen en recuperatie om die steile puisten te overwinnen. Je piek wattage moet dus vrij hoog liggen, maar je moet het niet lang kunnen volhouden (minuutje of 5 is door de band genomen al voldoende), en dan snel kunnen recupereren om de volgende helling die vaak maar een paar kilometer verder ligt weer op te knallen (want dat is het eigenlijk). Kasseien vergt een beetje handigheid en behendigheid ("please stay seated for the entire performance", zeker als ze nat liggen, je hebt iedere gram gewicht op je achterwiel nodig om grip te hebben), en da's iets wat je niet écht op de rollen kunt trainen. Dus gewoon regelmatig naar Oudenaarde of Ronse trekken, en daar drie, vier, vijf hellingen doen, om er de feel en de opvolging wat van te krijgen. Bijvoorbeeld de Molenberg is een berg die je het beste aan de linkerkant van de baan kunt oprijden. Dat kun je niet weten als je dat zelf niet eens ondervonden hebt hoe schabouwelijk de rechterkant erbij ligt (of iemand die het je zegt).
Materiaal is ook wel van belang: ga voor stevige banden met voldoende grip. Natte kasseien zijn erg glad, en vrij onvriendelijk voor het rubber. Dus een iets bredere band (28mm als je de plaats ervoor hebt is geen overbodige luxe, zeker niet voor de Muur & de Koppenberg) op niet al te hoge druk gaat erg veel doen ifv grip & comfort.


)
.

ad:
