Cultuurbewaker
Wie op Kortrijk nietsvermoedend naar de perszaal stapt, ondergaat eigenlijk een gratis harttest. Zeker als Lierse tijdens de warming-up op doel trapt. De perszaal bevindt zich immers achter een van de doelen, je stapt er achter manshoge reclameborden die het veld aan het oog onttrekken, en Lierse is nu niet meteen de meest trefzekere ploeg van België. Dus vliegen er veel ballen met een enorme knal tegen de reclamepanelen, en da’s echt behoorlijk schrikken. Boem doet de bal, boem boem het hart.
Gelukkig zonder averij, dus zat ik tot kort voor de match in de Kortrijkse perszaal, waar een prachtige flatscreen hangt. Daarop richtte Bart Raes zich vanop zijn Belgacom TV-positie in Anderlecht tot zijn collega Niko Lainé in Kortrijk, met de op zich niet onlogische vraag: “Niko, Kortrijk-Lierse is niet meteen een topmatch, waarom moeten we toch kijken?”
Het antwoord is even verrassend als simpel: omdat Kortrijk thuis knap voetbal speelt. Beter dan Anderlecht thuis. Als u daarvan schrikt, wil ik het best nog eens herhalen: in het Guldensporenstadion is dit seizoen meer te zien dan in het Astridpark. U denkt nu misschien: jaja, een boutade, de zaken een beetje scherp stellen, dat hoort zo in een column, maar niks is minder waar. Kortrijk voetbalt mooier dan Anderlecht, als we mooi definiëren volgens de schaal van Barcelona.
Let wel, Anderlecht eindigt straks gewoon met een straat voorsprong op Kortrijk. Eigenlijk is dat een mysterie. Of toch niet: scoren in Anderlecht is weinigen gegeven, de defensie is echt wel solide, en vooraan loopt kwaliteit genoeg om met een flits toch het verschil te maken. Maar een stramien? Nauwelijks. Champagnevoetbal? Al helemaal niet.
Het wordt tijd dat Anderlecht opnieuw een smoel krijgt, dat er een soort Johan Cruijff opstaat die zegt waar het op staat. Iemand met présence die verder durft kijken dan puntenoogst. Iemand die, anders dan een coach en een manager, voorbij de waan van de dag kan kijken. Iemand die onafhankelijk is, met een groot hart voor de club. Iemand die bijvoorbeeld durft te zeggen: weg met Polak, Sven Kums is op die positie drie keer zo goed. Een cultuurbewaker, zo noemen ze dat bij onze noorderburen.
Paul Van Himst is te lief, te braaf. Robbie Rensenbrink te rijk. Juan Lozano kan het niks schelen. Luc Nilis nog minder. Jan Mulder mag je ’t niet aandoen. Charly Musonda zeult met materiaalkisten. Franky Vercauteren is verbrand. Marc Degryse ook. Johan Boskamp past niet meer in een kostuum.
Geen idee dus wie het moet worden, maar hij (een ‘zij’ wordt echt wel moeilijk) is broodnodig. Nu zijn er ronkende uitslagen, 5-0 tegen KV Mechelen, 3-0 tegen Kortrijk, 4-1 tegen Eupen en tegen Charleroi, 4-0 tegen Germinal Beerschot, maar, en ik besef dat het raar klinkt voor wie deze wedstrijden niet heeft aanschouwd: geen van die matchen kon Anderlecht zijn supporters echt verwennen.
Zesduizend fans verlieten zondagavond laat kraaiend van de pret het barkoude Guldensporenstadion. Ik reed net als zij blij huiswaarts, dacht na, en kwam een kwartier later bibberend van de kou in een verlaten tankstation tot een verrassende conclusie: Racing Genk had overschot van gelijk toen het vorig seizoen Hein Van Haezebrouck koos als coach, ook al mislukte het daar deerlijk. Toptrainer.
Voor de aftrap van Kortrijk-Lierse kregen de thuisspelers een halfuur beelden van Barcelona te zien. Eén telefoontje naar Prime, en Anderlecht krijgt die dvd ook opgestuurd. Het zou alvast een begin zijn.