Demagogie bedreigt stadionproject
Vandaag komen de ministers uit de Vlaamse regering en de betrokken burgemeesters samen om een oplossing te vinden voor het stadiondossier van Club Brugge. De hamvraag voor onze beleidsmakers is: wie gaat dit project betalen? Stad en Vlaamse overheid hebben al gezegd hiervoor geen middelen te hebben. Ook Club Brugge heeft deze middelen niet. Een winkelcentrum als financieringsbron voor het nieuwe stadion van Club Brugge is dan ook een logische oplossing. Dit stuit echter op tegenstand van Unizo. Die beroept zich op steeds merkwaardiger argumenten, zoals het feit dat shoppingcentra zouden leiden tot minder fietsgebruik...
Unizo kant zich tegen elke vorm van buitenstedelijk winkelen maar snijdt daarmee in het vlees van diegenen die ze zegt te verdedigen, de zelfstandige handelaar. Handelaars zelf klagen over de grote schaarste aan winkelruimte. Het beperkte aanbod wordt daardoor peperduur. Bijkomende buitenstedelijke winkelruimte is daarom dé oplossing voor handelaars die een nieuwe zaak willen beginnen of willen uitbreiden. Waarom wil Unizo hier dan niet van weten? Met deze 'non'-politiek smoort ze de ambitie van elke startende, creatieve en innovatieve handelaar in de kiem. Bovendien krenkt ze de expansieambitie van bestaande handelaars die geen (betaalbare) plek vinden. Unizo bestrijdt haar eigen leden. Echte middenstanders schuwen trouwens de concurrentie niet. Ze hebben al lang begrepen dat concurrentie hen aanmoedigt om zichzelf heruit te vinden en hun product en service te verbeteren.
Voorbeelden van Waasland Shopping Center en Wijnegem Shopping Center weerleggen trouwens de onwetenschappelijke Unizo-demagogie. Zowel voor Wijnegem als Waasland is de complementariteit van buitenstedelijke winkels met winkels in de binnenstad bewezen, zowel door estudies als in de feiten. Het bezoekersaantal van de shoppingcentra neemt toe en de binnensteden floreren als nooit tevoren. De simpele reden hiervoor is dat ze beide beantwoorden aan een reële vraag van consument en handelaar. Antwerpen kent een zeer succesvol winkelcentrum (Wijnegem), 15 kilometer verwijderd van het mekka van de binnenstedelijke retail in Antwerpen. Onlangs concludeerde burgemeester Willockx van Sint-Niklaas dat de combinatie winkelcentrum en binnenstad werkt. Hij verklaarde: 'Het is niet of/of, het is een en/en verhaal.' Nog nooit was er zo weinig leegstand in de Stationsstraat van Sint-Niklaas.
Ook het winkelcentrum in stadionproject van Club Brugge beantwoordt aan de reële vraag van zowel consument als handelaar. Want in de regio Brugge is er geen groot overdekt winkelcentrum. De West-Vlamingen trekken niet voor niets massaal naar Zeeland en Noord-Frankrijk om inkopen te doen. Uit studies blijkt bovendien dat er meer dan 100.000 vierkante meter ruimte is voor extra winkels in de Brugse regio en dit zonder marktverstorend te zijn. Gezien de onbetwistbare marktruimte (en de dienstenrichtlijn die België dwingt te evolueren naar een vrije 'winkelmarkt') zal er zonder twijfel toch een winkelcentrum verrijzen in de Brugse periferie. Is het dan niet beter dat dit een winkelcentrum is dat het nieuwe stadion van Club Brugge financiert? Bovendien staan handelaars te springen om meer aanbod te kunnen creëren. In tien werkdagen schreven retailers in voor meer dan 53.000 vierkante meter retailoppervlakte (dus 30 procent meer dan de geplande 41.000 m² winkelruimte).
Unizo verdedigt derhalve zeer zeker niet de belangen van de ondernemende handelaars. Zij voert een protectionistische rempolitiek waarmee ze angstvallig en kunstmatig de bestaande vastgoedprijzen hoog wil houden (wellicht door mondige middenstanders die eigenaar zijn van hun winkelpand) en het marktaandeel van enkele bestaande middenstanders in stand wil houden. Bovendien staat Unizo alleen in haar discours. Vele andere maatschappelijk relevante organisaties, waaronder Voka West-Vlaanderen, dat tevens de belangen behartigt van de Vlaamse ondernemer, spreken zich openlijk uit voor het stadionproject van Club Brugge.
Het pleidooi van Unizo keert zich niet enkel tegen heel veel handelaars, maar bovendien tegen het algemeen belang, het belang van elke burger. Aan de burger wordt een belangrijk aanbod ontzegd. Nieuwe producten vinden geen plaats in België. Tienduizenden shoppers wensen wekelijks om naar winkelcentra te gaan. Met welke hoogmoed durft Unizo hen dit recht te ontnemen ? Bovendien kan de concurrentie niet voluit spelen en betaalt de consument hierdoor hogere prijzen voor goederen en diensten. Daarbij komt dat winkelcentra een belangrijke bron zijn van een duurzame jobcreatie.
Het protectionisme van Unizo is niet alleen strijdig met het algemeen belang, het is bovendien manifest in strijd met de richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt. Deze zogenaamde 'dienstenrichtlijn' moet tegen 28 december 2009 in het Belgisch recht geïmplementeerd zijn. De dienstenrichtlijn stelt duidelijk dat een handelsvestiging geenszins afhankelijk mag worden gemaakt van enige vorm van vergunningsstelsel tenzij via een transparante en ondubbelzinnige procedure waarbij criteria zoals 'economische behoefte aan nieuwe handelsactiviteit' en 'planning van de overheid' absoluut verboden zijn. De argumenten die Unizo inroept mogen niet de minste rol spelen.