Daar zit hij dan, Koen Daerden, in de C-kern. De overbodigheid geofficialiseerd. Op een dood spoor gezet in het kille rangeerstation van Sclessin. Van Brugge naar Luik, van de regen in de drop. Of erger, want in het Club Brugge van Adrie Koster had Daerden dan wel geen toekomst meer, hij werd er met respect behandeld. Maar aan de Maas is people management geen prioriteit. Benteke wist het al, Daerden nu ook. Vrijdagavond nog snel even koud meegedeeld door de hulptrainer.
Acht maanden geleden zat toen nog technisch directeur Dominique D'Onofrio te glunderen met zijn nieuwe aanwinst. 700.000 euro voor de man van vier miljoen, Luciano had het weer voor mekaar. Want Daerden zou één van de hoekstenen worden van het nieuw te bouwen Standard. Zo zei hij. Nu nam de hoofdtrainer niet eens de moeite om zijn speler persoonlijk in te lichten. Met een woordje uitleg. Want met de mededeling 'we zijn met te veel' stuur je zelfs geen hond het asiel uit. Een bedenkelijke houding voor iemand die zelf al zijn hele trainerscarrière jammert over gebrek aan respect.
En het tijdstip, drie dagen na het einde van de transferperiode. Een mogelijke verklaring is deze. Tot in de laatste uren werd Sébastien Pocognoli zwaar onder druk gezet om naar Turkije te verhuizen. Ook die moest weg uit Luik na zijn balorig gedrag op Sint-Truiden, maar hij weigerde. Daardoor lag ook de weg voor de komst van Pierre Womé wat minder open.
En zo ligt Daerden nu vastgeketend aan zijn trieste lot, alvast tot januari. De koele zakenman D'Onofrio rekent wellicht op een uitputtingsslag. Daerden heeft nog een stevig contract voor drie jaar en daar wil de vice-voorzitter snel van af. En geen betere manier om een voetballer wat inschikkelijker te maken dan het deprimerende isolement van de C-kern. Dat heeft er al menig gekraakt. Dat zoiets ook nog perfect legaal is, is eigenlijk ongelooflijk.
Dat Daerden in Luik uit de gunst gleed, viel al op. In Lier in de basis, tegen Lokeren bij de rust vervangen, op Staaien en tijdens de galamatch tegen Real Madrid de hele tijd opgewarmd en tegen Kortrijk in de tribune. Medegedeeld op een blad aan de muur.
Op zoek naar oorzaken hoor je in Luik: ruzie met de trainer. Bizar. Eén keer heeft Daerden zich naar verluidt op training laten verleiden tot een discussie over het nut van een volgens een waarnemer overigens ook volstrekt idiote oefening. Bij de rust van een wedstrijd had assistent-brulboei Conceiçao Daerden al een keer voor de hele kleedkamer uitgescholden na een volgens ploegmaats goed bedoelde opmerking aan een andere speler. Tja. In een kleedkamer waar het vruchteloos zoeken is naar sterke persoonlijkheden en waar jongens als Carcela nog altijd ongestraft hun wispelturige gang mogen gaan, zouden opmerkingen over gebrek aan discipline of respect voor de trainer en ploegmaats toegejuicht moeten worden. In Luik valt zoiets slecht bij een trainer die uiteraard niet de natuurlijke autoriteit heeft om deze groep te managen.
Voor een goed begrip: Standard mag best vinden dat Daerden niet meer voldoet, dat is een sportieve keuze, het gaat om de manier van handelen. En dat het uitgerekend Koen Daerden moet overkomen: modelprof, harde werker, alles voor de ploeg, bescheiden en eerlijk in de omgang. Zijn trieste lot maakt mij opstandig. Zou hij 19 juni 2006 al vaak vervloekt hebben? Die dag werd hij de man van vier miljoen, een absurd bedrag omdat Club Brugge zich liet opjagen door die andere toptransfer: Boussoufa naar Anderlecht. Maar wel één met honderd procent kans op slagen, Club paste Daerden als gegoten. Hij was top toen en international. Daarna begon de calvarietocht, het gevecht met het lichaam en met zijn ondankbare rol als peperdure herinnering aan het sportieve bewind van Marc Degryse. En midden de mentaal zware revalidatie deed Club plots moeilijk over zijn contract. Pijnlijk en hoogst ongelukkig, maar Daerden had onderweg de medische begeleiding lichtjes in vraag gesteld en dat is (was) in Brugge nog meer dan bij andere clubs not done. En ook de geboorte van zijn tweeling speelde hem een paar maanden fysiek en mentaal parten.
Het is niet anders. Het niveau van zijn topjaren in Genk heeft hij niet meer gehaald, ook niet bij Standard. Maar dat zijn rol is uitgespeeld - Koen is pas 28 - dat weiger ik te geloven. Het wordt doorbijten, op het bijveldje van Sart Tilman. Maar daarna weer de onstuitbare rush langs de lijn, de één-twee en een bal in de hoek. Dat wens ik hem toe. Het mag tegen Standard zijn