31/03/2006 - Moeskroen v Standard (einde)
Gisteren berichtten we reeds over de beslissing van de Evocatiecommissie van de KBVB omtrent de klacht die Standard indiende naar aanleiding van de heenwedstrijd tegen Moeskroen. En meer bepaald de twee parameters die volgens de club aantoonden dat scheidsrechter Gumienny een beslissing maakte die ingaat tegen de Regels van het Spel.
Een eerste parameter betrof de opmerkelijke tegenstelling tussen het feit van duidelijk een voordeel te geven na de fout op Karel Geraerts, en het affluiten voor buitenspel van Mémé Tchité, nadat deze balbezit kreeg en de doelman kon verschalken. In haar beslissing van 2 februari antwoordde de Beroepscommissie dat het zich baseerde op de mening van de scheidsrechter, de heer Gumienny, die de "wait and see" regel toepaste omdat andere spelers, eerder dan onze nummer 25, voordeel hadden kunnen halen uit deze nieuwe spelsituatie.
Een tweede parameter betrof de schending van spelregel 5, waarbij de betrokken scheidsrechter bijgevolg een stap terug hadden moeten maken, en de fout op Karel Geraerts had moeten fluiten, en dus een vrije trap in het voordeel van Standard had moeten toekennen. De Beroepscommissie liet deze parameter echter onbeantwoord en de Evocatiecommissie besloot daarom, vrij logisch, dat de motivatie van de Beroepscommissie onvolledig was, en dat de klacht van Standard opnieuw behandeld diende te worden, maar dan met een andere samenstelling van de Beroepscommissie.
Opmerkelijk is echter dat het achterwege blijven van de motivatie normaal moet leiden tot de vernietiging van het besluit van de Beroepscommissie. Hier geeft de Evocatiecommissie echter reeds aan welke die motivatie eventueel kan zijn, door specifiek een paragraaf toe te voegen waarin staat : "Uit de verschillende elementen van het dossier blijkt dat het elftal, tegen wie een fout werd begaan, het voordeel uit die situatie verloor doordat de speler die balbezit kreeg zich in een buitenspelsituatie bevond, maar waar eventueel andere spelers voordeel hadden kunnen uit halen."
De Evocatiecommissie suggereert dus aan de Beroepscommissie om de tweede parameter, ingeroepen door Standard, met dezelfde reden, ongrondig te verklaren. Waardoor dus de toepassing van de regel "wait and see" en de eventuele mogelijkheid waar andere spelers hadden kunnen profteren van een nieuwe spelsituatie elkaar opheffen.
Het lijdt dan ook geen twijfel dat de Beroepscommissie de suggestie van de Evocatiecommissie eenvoudigweg zal volgen, om zo een nieuw beroep af te wenden. Spijtig genoeg kan de bewering van de scheidsrechter, die dus verklaarde dat andere spelers voordeel hadden kunnen halen uit die nieuwe spelsituatie, niet getoetst worden aan de realiteit door middel van videobeelden. Iedereen kan echter constateren dat de scheidsrechter van dienst duidelijk met de armen een voordeelsituatie aanduidt, zonder dat Mémé Tchité in balbezit kwam. Op dat moment was geen enkele Standardspeler in de mogelijkheid om in balbezit te komen. Spijtig genoeg mogen beelden echter niet gebruikt worden bij de federale instanties. Zowel de Beroepscommissie als de Evocatiecommissie herinneren er iedereen dan ook graag aan dat ze zich enkel kunnen beroepen op de mening van de scheidsrechter.
Indien we er nog aan toevoegen dat de volgende vergadering van de Beroepscommissie staat geprogrammeerd op 28 april, en dat geen enkele andere hypothese wordt overwogen, lijkt het ondenkbaar dat er een gunstig gevolg zal worden gegeven aangezien dit zou veronderstellen dat er een bijkomende vergadering dient georganiseerd te worden met het Sport Comité om te analyseren of de Regels van het Spel al dan niet correct werden toegepast, en al dan niet een determinerende invloed hadden op de einduitslag van de wedstrijd. Indien dit toch het geval zou zijn, zou de wedstrijd herspeeld moeten worden na de vergadering zou plaatsvinden (ten vroegste 28 april) en voor ... 5 mei.
De affaire wordt dan ook afgesloten en laat een wrange nasmaak.
Onze Algemeen Directeur besloot bijgevolg om zijn klacht in te trekken. Wegens de belangrijkheid van de bewering van de scheidsrechter en het feit dat ze duidelijk tegengesproken worden door de beelden, stuurde Standard een brief naar de Centrale Scheidsrechters Commissie, tesamen met een copie van de videobeelden, waarin het haar vertrouwen in het scheidsrechterscorps bevestigt, maar dat het vertrouwen in de heer Gumienny geschonden is doordat deze laatste zijn beslissing baseert op een onwaarheid. Er wordt dan ook aan de Scheidsrechterscommissie gevraagd om deze arbiter niet langer aan te duiden voor wedstrijden van Standard de Liège, en dit zolang de commissie dit zelf nodig acht.