Goh, ik dacht, 't is vrijdag, er zal hier al wel volk aan den balk hangen. Maar het is hier volledig leeg. Net mijn stamcafé.
't Is kermis bij ons in't dorp jongens, dan kan ik mijn skills in het kamelenracen nog eens tentoonstellen. De aankondigingen van de foorkramer, het opzwepende ritme van the mexican hat dance. De gierende adrenaline en vijandigheid tussen de 14 spelers, en het gejoel van het publiek op de achtergrond. Geweldig. Die sfeer is onbeschrijfelijk. Dan zit ik daar weer, op m'n gemak, met een blikje jupiler in de ene hand, rollend met dat rode balletje met de andere, alsof het me allemaal niet zoveel kan schelen. Maar ik beslis wie wint of verliest. Als ik goed gezind ben, laat ik iemand anders winnen. Soms zelfs 2 keer op rij, zodat iedereen het gevoel heeft dat de kaarten gelijk verdeeld zijn. Maar dat is niet zo, en alleen ik weet het.
Plots sla ik toe, mijn balletje volledig onder controle, de eerste keer raak in het rode gat, een tweede keer, en ja, zelfs een derde. Mijn kameel schiet als een pijl naar voren en laat de anderen in het stof bijten. De foorkramer verslikt zich haast. Hij kan geen zinnig woord meer uitbrengen. "De 7, oh la la de 7 jongens en meisjes, de 7 aan kop en hij wint! Ja ja, de 7." Of met welk nummer ik op dat moment ook speel. Ik heb geen favoriet, ik ben niet bijgelovig.
Ik kijk de andere spelers aan, en trek m'n schouders op alsof ik niet weet wat er aan de hand is. Ze beseffen het nog niet, maar het is gedaan voor hen, het spel is gespeeld. 10 euro weggesmeten. Vanaf nu win ík alle rondes. Tot mijn metertje met te spelen beurten de 0 aantikt.
De foorkramer haalt opgelucht adem. De plaag van de kamelenrace vertrekt, sust hij zichzelf. Maar ik kom terug, en dat weet hij verdomd goed. Ik koop snel nog wat prul voor m'n maten met de gewonnen punten. Vorig jaar kreeg iedereen een roze cowboyhoed van me. Waarna ik triomfantelijk over de rest van de kermis paradeerde, met een bende roze cowboys in mijn zog.