Hulp aan het gepeste kind
1 Zeg de gepeste leerling niet te reageren op haatmailtjes of ongewenste mails. Als de pestkop geen respons krijgt, is de lol er snel af.
2 Stel hem gerust, ook al komen de boodschappen hard aan. Zeg dat hij de beledigingen of bedreigingen niet persoonlijk of ernstig moet nemen. Wijs erop dat hij geen schuld draagt.
3 Onderzoek samen de manier van pesten. Is dat vluchtig, voorbijgaand? Kan je het wat relativeren of gaat het om ernstige gevallen en moet gepast gereageerd worden (bv. stalken)?
4 Beloof geen snelle oplossing: «Ik zorg ervoor dat dat snel stopt.» Cyberpesten is complex.
5 Vraag hem om bewijsmateriaal te verzamelen en niet te deleten (via de archieffunctie van zijn gsm of de printscreen-functie van de computer).
6 Misschien kan je helpen het pesten op een technische manier te stoppen. In een chatroom breng je de administrator op de hoogte. Die kan de pestkop waarschuwen en zelfs verwijderen. Providers kunnen pestsites verwijderen. Bij ontvangst van ongewenste e-mails, sms'jes of berichten op msn kan je de zender blokkeren. Dat klinkt mooi in theorie, maar in de praktijk loopt dat wel wat minder vlot (providers doen stroef, pesters veranderen voortdurend van identiteit).
7 Bij ernstige gevallen (stalken, reële bedreigingen) kan je het Federal Computer Crime Unit (FCCU) van de politie inschakelen. Die kan bv. op zoek gaan naar het IP-adres van de computer van waaruit pestboodschappen vertrekken. Cyberpesters vinden altijd ontsnappingswegen. Maar alles is ook te traceren. Kinderen denken dat ze nooit gesnapt zullen worden. Maar zelfs aan een Worddocument hangt de naam van hun ouders. Eigenschappen van documenten verraden de geregistreerde eigenaar van het programma.
https://www.ecops.be/webforms/Default.aspx?Lang=NL