DekadeZ zei:
tha_Non:
1)Het diagnostisch proces heeft een inhoudelijke en een relationele component. Leg uit waarom de inhoudelijke component een onmogelijkheid bevat. (R)
2)Het diagnostisch proces heeft een inhoudelijke en een relationele component. Leg uit waarom de relationele component een onmogelijkheid bevat. (R)
Wat heb je voor beide? inhoudelijk slaat toch op de categorisatie en relationeel op de machtsverhouding? Maar nu twijfel ik of dit de onmogelijkheid/onvermogen termen zijn van Lacan zijn discourstheorie.
O, en deze ook:
1)Is een diagnose binnen het diagnostisch proces vanuit het Meesterdiscours een S1 of een S2? Waarom? Verklaar daarbij ook S1 en S2. (R)
Dat vind ik nergens letterlijk terug. Ik vermoed dat het een S2 is, aangezien we een weten over de ander gaan uitgieten.
in plek van mij gewoon is op msn die documenten vragen door te sturen? kga ik ni bijten ze
DekadeZ zei:
Tha non mag ik die antwoorden op de vragen please please pretty please.
'de eerste die op studentenpublicaties de antwoorden op de voorbeeldvragen van kl psd publiceert, wint een bak bier !!!'
Ge krijgt den helft!
geen geduld?

ik kan ni altijd online zijn voor u!
en ik drink dus geen bier (en ik heb die vragen via via, en de eerste via is een vriendin die ni zo graag doorgeeft dus kga da ni aan jan en alleman geven)
3. Het diagnostisch proces heeft een inhoudelijke en relationele component. Leg uit waarom de inhoudelijke component een onmogelijkheid bevat.
Inhoudelijk aspect: de diagnosticus probeert een bepaalde psychische toestand, afwijking, gedrag te identificeren en correct te benoemen.
Relationele aspect: er ontstaat telkens een verhouding tussen de benoemer (diagnosticus) en wie benoemd wordt (patiënt.). Deze verhouding blijft vaak verbogen en krijgt in de literatuur veel te weinig aandacht. Voorzover dit wel gebeurde, had het alles te maken met het maatschappijkritische beweging, niet met interene aandacht voor het diagnostisch proces op zich.
Dit inhoudelijke en relationele aspect komen samen op het punt waar de benaming verwijst naar iets van de orde van de afwijking – de stap met afwijzing is nooit veraf. Ze vormen ook twee kanten van de diagnostische medaille en spelen steeds samen een rol bij elk psychodiagnostisch proces.
Een categoriserende psychodiagnostisch proces draagt een bepaalde mislukking in zich op inhoudelijk vlak. Ten eerste zijn er zowel in de vroegere als in de hedendaagse psychodiagnostiek geen algemene, elkaar uitsluitende categorieën die als dusdanig isoleerbaar zijn. Dergelijke categorieën kunnen slechts beschouwd worden als dusdanig ideaal gedachte types, waarvan de praktijk steeds afwijkt. Ten tweede leveren de voorgestelde categorisaties geen interbeoordelaarsresultaten op. Deze twee mislukkingen worden vaak als schoonheidsfoutjes beschouwd, die in de toekomst nog zouden verdwijnen. Deze fouten zijn echter structureel van aard en in die zin blijvend. Elke oplossingspoging moet minstens rekening houden met deze steeds herhaalde mislukking inzake categorisatie.
De terugkerende inhoudelijke mislukking inzake categorisatie maakt dit relationele aspect des te belangrijker.
4. Het diagnostisch proces heeft een inhoudelijke en relationele component. Leg uit waarom de relationele component een onmogelijkheid bevat.
Inhoudelijk aspect: de diagnosticus probeert een bepaalde psychische toestand, afwijking, gedrag te identificeren en correct te benoemen.
Relationele aspect: er ontstaat telkens een verhouding tussen de benoemer (diagnosticus) en wie benoemd wordt (patiënt.). Deze verhouding blijft vaak verbogen en krijgt in de literatuur veel te weinig aandacht. Voorzover dit wel gebeurde, had het alles te maken met het maatschappijkritische beweging, niet met interene aandacht voor het diagnostisch proces op zich.
Dit inhoudelijke en relationele aspect komen samen op het punt waar de benaming verwijst naar iets van de orde van de afwijking – de stap met afwijzing is nooit veraf. Ze vormen ook twee kanten van de diagnostische medaille en spelen steeds samen een rol bij elk psychodiagnostisch proces
De inhoudelijke mislukking inzake categorisatie maakt het relationele aspect des te belangrijker. Dit laatste wordt helaas heel vaak quasi-uitsluitend een machtsverhouding, die precies in werking treedt en gebruikt wordt om de inhoudelijke mislukking tegen te gaan. Een diagnostische uitspraak wordt niet zozeer aanvaard omdat ze correct is (ze kan nooit volledig correct zijn), wel omdat ze gepresenteerd wordt door een gevestigde autoriteit. Komt de diagnostische uitspraak van een zwakke autoriteitsfiguur, dan zal die niet aanvaard worden, onafhankelijk van de graad van (in)correctheid van de uitspraak.
edit: ze heeft dus zelf een beke de antwoorden op de vraag gerecycleerd, anyway kheb die vragen ook nog ni nagekeken, maar ze komen via een meiske da veel had voor da vak en da graag doet, dus da zal best goed zijn vermoed ik, nu nog volgende vraag zoeken (volgende keer hoofdstuk vermelden!)
8. Is een diagnose binnen het diagnostisch proces vanuit het meesterdiscours een S1 of een S2? Waarom? Verklaar daarbij ook S1 en S2.
De diagnose is een S2.
De spreker of het agens van het meesterdiscours neemt de meesterpositie in (S1) en spreekt en handelt vanuit deze positie. Dit is gericht naar een ander, die daardoor het weten (S2), de diagnostische uitspraak van de meester over zich heen krijgt. De verhouding agens -> ander die we in elk discours aantreffen krijgt in het meesterdiscours derhalve de vorm: S1 -> S2. de meester, op de plaats van de ander reduceert de ander tot zijn weten. De diagnosticus is het agens dat als meesterbetekenaar S1 het in betekenaars gevatte weten S2 moet produceren over de ander. (eer is een onoverbrugbare kloof, de disjunctie van de onmogelijkheid. Deze kan conceptueel begrepen worden en behoort tot wat iedereen intuïtief weet: geen enkele boodschap bereikt de ander zoals de boodschapper bedoelt. Elke communicatie bevat minstens gedeeltelijk een interne mislukking.