Dit is de korte inhoudstafel, zelf zeggen waarover het vak gaat, het is voor mij (op dit moment) vrij onmogelijk

.
Introductie
1. Plaatsing sociologie
a. Sociologische zienswijze
b. Rol van instituties – primaire en secundaire instituties
c. Status en origine mediasociologie
d. Wat is sociologie niet: (a) sociale cognitie en (b) sociale psychologie
2. Relatie tussen media en maatschappij
a. Vormende invloed
b. Afspiegeling
c. Circulaire wisselwerking
3. Bouwstenen van blik op relatie media en maatschappij
a. Mediatechnologie
i. Optimistisch: McLuhan
ii. Pessimistisch: Postman
iii. Kritiek technologisch determinisme
iv. Concept ‘affordances’ als middenweg
b. Media-industrie
i. Samenvatting van wat later volgt in politieke economie
ii. Kritiek op economisch determinisme
c. Media-inhoud
Studiewijzer Mediasociologie
i. Semiotiek: kernconcepten en kritiek/beperking
ii. Alternatieve vormen: narratieve analyse, genreanalyse, discoursanalyse
iii. Kwantitatieve inhoudsanalyse
d. Media-publiek
i. Kritiek op loutere blik op media-inhoud (i.e. voorgaande puntje), alsook
noodzaak aan analyse van de consequenties van media-inhouden bij een
publiek
ii. Effect: korte termijn (Bandura)
iii. Effect: lange termijn (Gerbner)
iv. Alternatieve zienswijze vanuit culturele studies (Hall)
Focus: Informatiemaatschappij (Les 2-3)
1. Basiselementen definitie informatiemaatschappij:
a. Technologie – basisargument + kritiek
b. Economie – basisargument + kritiek
c. Professioneel/arbeid – basisargument + kritiek
d. Ruimtelijk – basisargument + kritiek
e. Cultureel – basisargument + kritiek
2. Kritiek op de informatiemaatschappij: kwantiteit versus kwaliteit
3. Wat is informatie?
a. Vanuit informatiekunde: in bits
b. Vanuit economie: in euro’s
c. Vanuit sociale theorie: nood aan inhoudelijke benadering + implicaties (rol theorie in
hedendaagse samenleving)
4. Denkers informatiemaatschappij:
a. Daniël Bell
i. Introductie en situering ideeën
ii. Postindustriële maatschappij
iii. Kritiek op denken: waarom problematisch?
iv. Nog steeds relevant: rol theorie hedendaagse samenleving
b. Nico Stehr
i. Onderverdelingen kennismaatschappij
c. Anthony Giddens
i. Introductie en situering ideeën
ii. Status informatie, gelinkt aan reflexiviteit en surveillance
1. Moderniteit, reflexive modernization
2. Rol van informatie in moderne samenleving
iii. Status natiestaat, gelinkt aan geweld en surveillance
Studiewijzer Mediasociologie
1. Rol van natiestaat
2. Status van informatie in conflicten (informatieoorlog)
3. Moderne staat als panopticon
iv. Voorbij de staat: corporate surveillance
d. Manuel Castells
i. Concept netwerkmaatschappij en globalisering
ii. Impact globale informatienetwerken op ondernemingen
iii. Impact globale informatienetwerken op cultuur
iv. Specifieke hulpconcepten in vatten netwerkmaatschappij (Castells):
1. Space of flows
2. Timeless time
v. Castells’ visie op sociale stratificatie
1. Hedendaagse invulling volgens Castells
2. Mogelijke kritiek op die bewuste invulling
e. John Urry
i. Concept mobilities en relatie met tijd/ruimte
ii. Kritiek op visie Urry
5. Digitale kloof en digitale ongelijkheden
a. Theoretische overwegingen
i. Multiple divides (Van Dijk)
ii. Corresponding fields model (Helsper)
b. Kenniskloof en nieuwe versus traditionele media
c. Digitale kloof in Europa
d. Digitale kloof in de wereld, focus op Afrika
Focus: Politieke economie van media en communicatie (Les 4-5)
1. Algemene inleiding + verschillen in PE benaderingen
2. Focus op kritische politieke economie (KPE)
a. Traditionele liberale benadering
b. Radicale benadering (o.a. Herman & Chomsky)
c. Radicaal pluralisme als gulden middenweg
3. Mediaproblemen in relatie tot KPE-vraagstukken
a. Marketisation
i. Marktdenken en neoliberalisme als probleem
ii. Kritiek op marketisation en neoliberalisme:
1. Vanuit sociale-markt perspectief
2. Vanuit radicale KPE perspectief
3. Met focus op de rol van de staat
b. Concentratie, conglomeratie, commercialisatie
i. Overschouwen van trends: globalisering en groei
Studiewijzer Mediasociologie
1. Horizontale integratie
2. Verticale integratie
3. Economies of scope
4. Economies of scale
ii. Tegenbewegingen/bedenkingen m.b.t. concentratie, conglomeratie
4. Politieke economie van de advertentiemarkt
a. Rol van reclame
i. Commodificatie en commercialisering
1. Publiek als commoditeit (Dallas Smythe)
2. Kijkcijfers in Vlaanderen/België
ii. Invloed van reclame op media
1. Instrumentalistische verklaring
2. Structuralistische verklaring
5. Politieke economie van digitale media
a. Tegenstellingen in positief en negatief discours
b. Originele discussie en evolutie naar Web 2.0: focus op dot.com bubble
c. Politieke economie van privacy op Facebook: internet prosumer commodity (Fuchs)
d. van Dijck’s Culture of Connectivity: PE gecombineerd met technologisch perspectief
Focus: Media & Democratie (Les 6-8)
1. Algemene beschouwing: afname engagement
a. Observaties m.b.t. teruglopend engagement in (representatieve) democratie
b. Visies op burgerengagement in (representatieve) democratie
c. Socio-culturele factoren die betrokkenheid burgers ondermijnen
2. Regeneratie van burgeractiviteit
a. Beweging 1: neiging naar populisme
b. Beweging 2: gepersonaliseerde ‘new politics’
3. Rol van media in spanningen
a. Veranderingen mediasector
b. Veranderingen in politieke communicatie
4. Conceptualisatie burgerschap
a. Onderscheid civieke en politieke
b. Dimensies burgerschap + citizenship received/achieved
c. Wordingsproces van burgerschap
d. Rol vaardigheden in burgerschap
e. Tradities van burgerschap: liberalisme, communitarisme, republicanisme
5. Concept publieke sfeer (Habermas)
a. Oorsprong, klassieke invulling en evolutie
Studiewijzer Mediasociologie
b. Herformulering in formeel en informeel traject
c. Bijstellingen opgemerkt door Lunt & Livingstone (artikel zelf niet te kennen)
6. Relatie media en politiek
a. Dahlgren’s civic cultures concept: kennis, waarden, vertrouwen, ruimten, praktijken,
identiteiten; toegepast op televisie:
i. Eigenheid televisie: visuele aspect
ii. Representatie van civic agency
iii. Verglijding populaire cultuur en politiek
b. Bijdrage van media repertoire aan civic participation (Livingstone & Markham)
i. Drie modellen van participatie
1. Civic Voluntarism model
2. Equity-fairness model
3. Sociaal capital model (Putnam)
ii. Beschouwing empirische data en interpretatie
c. Modellen van online politieke discussie (Freelon)
i. Kritiek op beperkte deliberatieve model, gebaseerd op Habermas
ii. Discussiemodellen:
1. Liberaal model
2. Communautair model
3. Deliberatief model
7. Specifieke focus op digitale/sociale media
a. Logic of connective action (Bennett & Segerberg)
i. Concept A: collective action: organizationally-brokered (collective action frames)
ii. Concept B: connective action
1. Prominentie personal action frames binnen connective action
2. Vorm I: Crowd-enabled connective action
3. Vorm II: Organizationally-enabled connective action
iii. Toepassing binnen G20-protest
1. Case A: Put the people first
2. Case B: G20 meltdown
3. Kritische appreciatie gepersonaliseerde communicatie, middels drie
problemen en bevindingen
4. Machtsverdeling van connective action
b. Beschouwing Arab Spring
i. Inleiding
1. Voedingsbodem en grondstromen
2. Beschouwing aanwezigheid mediatechnologie, Twitter als proxy
ii. Concrete cases
1. Case A: Tunesië
2. Case B: Egypte
Studiewijzer Mediasociologie
iii. Kritische beschouwing rol media
1. Rol van ICT
2. Spanningsveld met overheid: censuur
3. Internationale televisie: Al Jazeerah als factor
4. Spanningsveld traditionele journalistiek en social media (Ahy)
Focus: Media practices en mediatisering (Les 9-11)
1. Inleiding practices: vijf fundamentele kenmerken
2. Bourdieu: Field Theory
a. Habitus
i. Habitus als overstijging agency/structure
ii. Habitus als structuur
iii. Habitus in relatie tot veld en kapitalen
b. Field (veld)
i. Als voetbalveld
ii. Als ‘science fiction’ krachtveld
iii. Als magnetisch veld
c. Capitals (kapitalen)
i. Economisch kapitaal
ii. Sociaal kapitaal
iii. Cultureel kapitaal
iv. Symbolisch kapitaal
3. Giddens: Structuration Theory
a. Dualiteit structure/agency
b. Invulling van agency
c. Invulling van structure, drie elementen:
i. Signification
ii. Domination
iii. Legitimation
d. Relatie met tijd en ruimte
e. Relatie met practice concept
4. Couldry: Media as practice
a. Beschouwing media & communicatie als paradigmatisch versplinterd veld
b. Argument om voorbij mediatekst te gaan
i. Reeds voorgangers
ii. Vruchtbaar op drie niveaus
c. Theoretische uitdagingen
i. Voorbij functionalisme
Studiewijzer Mediasociologie
ii. Vatten variëteit in media practices
iii. Ordenen van media practices
5. Mediatisering
a. Relevantie van mediatisering als sensitizing concept
i. Kwalitatieve versus kwantitatieve dimensie
ii. Conceptueel onderscheid mediatie en mediatisering
b. Twee benaderingen:
i. Benadering 1: Institutionaliseringsbenadering (Hjarvard)
1. Situering van mediatisering volgens Hjarvard
a. Mediatisering als middle-range theory
b. Heuristische waarde van mediatisering
c. Gevat als proces binnen hoge moderniteit
d. Gevat als gematigde positie in relatie tot postmodernisme
2. Mediatisering uitgewerkt:
a. Media logic als centraal concept
b. Types mediatisering
i. Directe mediatisering
ii. Indirecte mediatisering
c. Transformatie van media als instituties
d. Impact/gevolgen van mediatisering:
i. Rol van affordances
ii. Veranderen van interactie
iii. Herstructureren van sociale normen
iv. Transformatie van sociale geografie
v. Transformatie van gedeelde ervaring
ii. Benadering 2: Sociaal-constructivistische invulling (Hepp)
1. Situering van mediatisering volgens Hepp
a. Linken met voorgaande, belendende perspectieven
b. Fundamentele kritiek op media logic
c. Mediatisering als meta-proces
2. Media als moulding forces
iii. Illustratie mediatisering: smartphone (Miller) (artikel zelf niet te kennen)
1. Observatie omnipresentie van smartphones
2. Drie conceptuele paden om mediatisaisering d.m.v. smartphone te
volgen
Studiewijzer Mediasociologie
Focus: Identiteit (Les 12-13)
1. Vroege denkbeelden:
a. Origine: dualiteit lichaam en geest
b. Cooley’s looking-glass self
c. Mead’s ‘I’ en ‘Me’
2. Decompositie zelf, zelf-concept, identiteit
3. Identiteit als multidisciplinair onderzoeksthema
a. Psychologie: Erikson en Marcia
b. Sociologie: bredere benadering:
i. Goffman: dramaturgisch perspectief
1. Front stage versus back stage
2. Give versus give off
3. Kenmerken van publieken
4. Goffman toegepast online:
a. Ideale zelf in online front stages (vb. Ideal Elf)
b. Beperking dramaturgische metafoor online
i. Sexting als voorbeeld van context collapse
ii. Social media screening als voorbeeld van context
collapse
ii. Identity politics als concept
iii. Giddens: self-identity in moderniteit
1. Sociale orde door sociale reproductie
2. Self-identity in post-traditionele samenleving
3. Rol van consumentisme en lifestyle
4. Toepassingen op media
a. Media als ankerpunten voor individuele identiteit
b. Media als middel voor sociale categorisatie
c. Media als socialisatieagent
iv. Foucault:
1. Machtsconcept
2. Ethics
3. Technologies of the self
4. Toepassing op marketingcommunicatie
v. Rolmodellen in media
1. Archetypes rolmodellen
2. Visies proces rolmodelering
vi. Media als bronnen voor ‘zelfhulp’
c. Methoden voor vatten identiteit
Studiewijzer Mediasociologie
i. Kwantitatief: specifieke operationalisatie van identiteitsfacet
ii. Kwalitatief: meer holistisch, mogelijkheid creatieve methoden (vb. Gauntlett:
Lego Meaningful Play)
Structuur gastcollege:
1. Identiteit: algemeen
a. Spanningsvelden
b. Niveaus van identiteit
2. Social Identity benadering
a. Situering
b. Historiek
c. Definiëring
d. Processen
i. Social categorization
ii. Social identification
iii. Social comparison
e. Gevolgen
f. Self-categorization theory
3. Gamer identiteit
a. Algemeen onderzoekskader PhD
i. Agency en structure
ii. Sociale netwerkanalyse
iii. Individuele karakteristieken
iv. Sociale relaties en attributen
b. Onderzoek Gamer Identity
i. Voorgaand onderzoek
ii. Social identity benadering en gamers
1. Gamer identiteit en sociale context
2. Gamer identiteit en culturele context
iii. Methode
iv. Resultaten
v. Besluit
4. #Gamergate
a. Introductie
b. Situering
c. Link met Social Identity theory en onderzoek naar gamer identity
Studiewijzer Mediasociologie
Focus: Media, generaties, familie (Les 15-16)
1. Sociologie van de levensloop
a. Duidelijk verschil met (ontwikkelings)psychologische benaderingen
b. Maatschappelijke veranderingen als grondstromen
c. Maakt gebruik van specifieke terminologie
2. Sociologie van de kindertijd
a. Traditionele invulling van sociologie van de kindertijd
b. New sociology of childhood
i. Kindertijd als sociaal construct
ii. Kind als zelfstandige sociale actor/agent
iii. Implicaties voor ouders
c. Rol van consumptie in de kindertijd
i. Bedroom culture
ii. (Nieuwe) media
d. Transformatie van gezinnen
e. Parental mediation
i. Parental mediation strategieën
ii. Sociologische verklaring van spanning
f. Mediatisering van spel
i. Algemene toepassing van mediatisering op spel
1. Directe mediatisering
2. Indirecte mediatisering
ii. Case study: mediatisering van Lego
1. Imaginarization
2. Narrativization
3. Virtualization
3. Sociologie van de jeugd
a. Plaatsing van jeugd in sociologisch perspectief
b. Gezin als nog steeds relevante factor in acceptatie ICTs in het huishouden
i. Moral economy
ii. Double articulation
1. Primaire articulatie: technologische dimensie
2. Secundaire articulatie: symbolische dimensie
iii. Triple articulation
1. Toevoeging tertiaire articulatie: socio-spatiale dimensie
iv. Empirische test triple articulation + discussie implicaties
4. Sociologie van ouderdom
5. Een omvattend generatieperspectief (Westlund)
Studiewijzer Mediasociologie
Focus: Sociale relaties (Les 16-17)
1. Sherry Turkle: Alone Together
a. The Robotic Moment
b. In Intimacy, New Solitude
2. Lee Rainee & Barry Wellman: Networked
a. Networked individualism
i. Strong ties vs. Weak ties
ii. Briding vs. Bonding Social Capital
b. The triple revolution
i. The Network Revolution
ii. The Internet Revolution
iii. The Mobile Revolution
c. Toepassing mobile media: Campbell & Kwak
d. Impact op sociale relaties
i. Dunbar’s number
ii. Heterogene netwerken
3. Case: media en romantische relaties
a. Mediatisering van romantiek
b. Historiek media & dating
c. Online dating
i. Diversiteit
ii. Het stigma
iii. Sociodemografische achtergrond (Sauter et al.)
iv. Profiel en gebruiksdynamiek
v. Ervaringen gebruikers
vi. Wetenschappelijke propositie
Focus: Sociale relaties (Les 18-19)
1. Introductie
a. Geslacht versus gender
b. Feminisme (waves) en postfeminisme
2. Perspectieven en analytische kaders
a. Semiotiek
b. Psychoanalyse
c. Ideologische kritiek
d. Discours
e. Postmodernisme
Studiewijzer Mediasociologie
f. Queer theory
3. Representaties
a. Introductie: representaties in media (Collins)
b. Case: gender en reclame
i. Historische NOW studie
ii. Inzichten Goffman
iii. JEP als sectorwaakhond
iv. Evolutie feminisme en reclame
1. Het erkennen feministische woede
2. Het gebruik van meer authentiek-uitziende modellen
3. De verschuiving van seksuele objectivering naar seksuele
subjectivering
4. Focus op zichzelf zijn en zichzelf plezieren
5. Articulatie van feminisme en vrouwelijkheid in reclame
6. Erotiseren van mannelijke lichamen
7. Ontwikkeling van ‘queer chic’
8. Omkeren van genderrollen in reclame
9. Wraakthema’s
10. Plezierig maken van genderverschillen
4. Tewerkstelling en rol van mannen/vrouwen in media
a. Vrouwen in het journalistieke veld
i. Cijfers in België: journalistenenquête
ii. Journalistieke stijl
iii. Bronnen en experten
1. Initiatief: Straffe Madammen
5. Receptie/effect van mediarepresentaties op mannen/vrouwen in media
a. Socialisatie van Gender
b. Romantiek als populair genre
i. Reading with a vengeance: Modleski
ii. Reading the romance: Radway
iii. Watching Dallas: Ang
iv. Postfeminisme en hedendaagse romantiek:
1. Bridget Jones
2. Ally McBeal
3. Sex and the city
c. Ambiguïteit van magazines: vrouwenbladen
6. Gebruik van mediatechnologieën door mannen/vrouwen
a. A-theoretische, essentialistische benadering van genderverschillen
b. Internet als gendered medium (Helsper)
Studiewijzer Mediasociologie
Focus: Sociale relaties (Les 20)
1. Inleiding
a. Media en migratie
b. Ras en racisme
2. Representatie
a. Kwantiteit: onder-representatie
b. Kwaliteit: stereotypering
i. Impact stereotypische representaties
ii. Positieve beeldvorming: omkering
iii. Positieve beeldvorming: succesvol en geïntegreerd
iv. Representatie als molensteen; Tokenism
3. New ethnicities (en representaties)
4. Diaspora (en representaties)
5. Publiekssegregatie
a. Typologie media integratie (cf. slide 34)
6. Cases:
a. Receptie fictie uit gastland (Dhoest & Simons)
b. Receptie fictie uit regio origine (Georgiou)
i. Afstand
ii. Proximiteit
iii. Kritische proximiteit
(let wel , als je puur naar de inhoudstafel kijkt dan lijkt het nog wel mee te vallen, en er zijn stukken die interessant en/of haalbaar zijn, maar alles samen is gewoon te veel, reken per les minstens 55 pagina's ppt en een tekst of twee uit de reader, dan valt het (dik) tegen.