De leerplicht gaat in op 1 september van het burgerlijk jaar waarin het kind 6 jaar wordt en duurt 12 volle schooljaren. Bij aanvang van de leerplicht is een kind dus minimaal 5 jaar en 8 maanden (namelijk, als het nog op 31 december van dat jaar verjaart) en maximaal 6 jaar en 8 maanden (als het al op 1 januari van dat jaar verjaard is). Op één september 2010 vatten dus in de regel alle leerlingen geboren in 2004 het eerste leerjaar aan. Van die regel kan worden afgeweken door een vervroegde of verlate instap, na overleg met het Centrum voor Leerlingenbegeleiding.
Hoewel leerplicht nog een federale bevoegdheid is voegde de Vlaamse minister van onderwijs vanaf schooljaar 2008-2009 een bijkomende voorwaarde toe: alvorens in het eerste leerjaar te kunnen starten, moet de leerling minstens één jaar (Nederlandstalig) kleuteronderwijs gevolgd hebben, tenzij men op een taalproef kan aantonen het Nederlands voldoende onder de knie te hebben. Formeel wordt de leerplichtdatum niet gewijzigd; in de praktijk komt het er wel op neer dat iedereen een jaartje eerder naar school moet beginnen gaan.
Alle kinderen die in België verblijven zijn leerplichtig. Vanaf 15 of 16 jaar kan een jongere deeltijds leren en deeltijds werken en zo aan de leerplicht voldoen in DBSO of in de leertijd. De leerplicht eindigt op het einde van het schooljaar (op 30 juni dus) van het jaar waarin de leerling 18 jaar wordt of wanneer het diploma secundair onderwijs wordt behaald (ongeacht de leeftijd van de jongere). (1)
Leerplicht is geen schoolplicht. Huisonderwijs is ook mogelijk. Ouders die hiervoor kiezen moeten dit aan het departement onderwijs meedelen. De Vlaamse overheid zorgt voor een leerplichtcontrole, om na te gaan of alle leerplichtige leerlingen wel aan de leerplicht voldoen. De leerplichtcontrole betreft zowel: is elke leerling ingeschreven in een school (of erkend als huisonderwijs)? als: volgt elke leerling regelmatig de lessen?. Onder deze leerplichtcontrole valt dus ook het begeleiden van spijbelaars. Waar de inspectie eerder bestraffend optreedt naar ouders, zal het CLB trachten de leerling (en zijn ouders) te begeleiden, m.a.w. iets te doen aan de onderliggende oorzaak van het spijbelen.
De Belgische grondwet bepaalt voorts dat het onderwijs kosteloos is tot het einde van de leerplicht. (2) De toegang tot het kleuteronderwijs (een uitzondering, want geen leerplichtonderwijs), het lager onderwijs en het secundair onderwijs is gratis. Basis- en secundaire scholen die door de overheid gefinancierd of gesubsidieerd worden, mogen dus geen inschrijvingsgeld vragen. Voor het secundair onderwijs bestaat een stelsel van schooltoelagen voor ouders met een laag inkomen. Vanaf 2008-2009 wordt ook een schooltoelage voor kinderen van het lager onderwijs voorzien.