Ja, je moet sowieso een bewijs van pedagogische bekwaamheid halen (BPB) halen, dat kan via een aanvullende specifieke lerarenopleiding (SLO) als je al een master opleiding of bachelor in een andere discipline dan onderwijs hebt, of dat kan via een verkorte bachelor secundair onderwijs, zoals die aan de Karel De Grote Hogeschool. Als master krijg je in die laatste optie dan ook een lesbevoegdheid voor de eerste graad die je normaal gezien niet hebt, maar ook een lesbevoegdheid in de derde graad vanwege de combinatie van je BPB met je master. Dit is niet anders dan iemand met een bachelor secundair onderwijs die nadien nog een master bijhaalt na een schakeljaar aan de unief (de omgekeerde beweging weliswaar qua "niveau").
Wat qua opleiding misschien ook interessant zou kunnen zijn voor de threadstarter zijn de zogenaamde lio-trajecten (leeraar in opleiding) waarbij je je lerarenopleiding combineert met tewerkstelling in het onderwijs, natuurlijk alleen maar interessant als je minstens een halftijdse aanstelling in één school kan krijgen voor een volledig schooljaar. Voor wiskunde zou dat als burgerlijk ingenieur wel eens kunnen lukken natuurlijk.
Al moet ik er wel bij vermelden dat de mensen die ik ken die dit traject gedaan hebben, lieten weten dat de combinatie bij momenten zwaar viel.
Wat die vakbekwaamheidsbewijzen betreft, moet je dat nuanceren: die databank is wat VE-bewijzen betreft voor diploma's zoals burgelijk ingenieur eigenlijk achterhaald. Volgens die databank is alleen een master wiskunde praktisch de enige die een vereist diploma heeft om dat vak te geven. In de praktijk kan een burgerlijk ingenieur of een fysicus de inhoud van dat vak op het niveau van het secundair onderwijs zonder twijfel aan, en zien scholen die mensen graag komen. Zoals al aangehaald is er voor dat vak in die mate een tekort dat met veel minder geschikte diploma's dan burgerlijk ingenieur dat vak geven.
Ook voor fysica geldt dat, alleen is dat natuurlijk een vak waarvoor veel minder uren ingevuld dienen te worden. Het verschil VE/VO zal je hooguit een beetje parten spelen wanneer het op je vaste benoeming aankomt: je moet dan voor elk VO-vak apart benoemd worden, maar dat is voornamelijk een probleem als je maar een paar uur van een VO-vak zou geven (omdat je dan minder snel aan het totaal vereiste aantal uren komt). Als je een job die voor meer dan de helft uit uren wiskunde bestaat, kan vastkrijgen, is dat eigenlijk niet eens van tel.
Persoonlijk kan ik helaas ook alleen maar het advies dat al gegeven is: om er nog eens goed over na te denken onderstrepen. Begrijp me niet verkeerd: als je passie hebt voor de vakken die je moet geven, en je komt in een leuke school terecht - en de meeste scholen zijn ook zonder twijfel leuke scholen - dan is leerkracht een fantastisch beroep wanneer je voor de klas kan/mag staan. Met jongeren werken is/was wat mij betreft een voorrecht. Het onderwijs is echter een ellendige sector wanneer het aankomt op werkzekerheid, in sommige scholen qua (gebrek aan) collegialiteit en de manier waarop je als werknemer, zeker als niet-vastbenoemde leerkracht, door directies en overheid behandeld wordt. Ik ben in mijn loopbaan 4 keer moeten "schuiven" (lees (beloofde) job kwijt), voor een vastbenoemde, inclusief een moment waarop ik zelfs al aan de job gestart was (en de enige reden dat ik nog "loon" gekregen heb, door fraude van de directie was). Ik ben nu dus noodgedwongen bezig met me te heroriënteren, weg van het onderwijs.
Mocht je toch de sprong willen wagen, zou ik je toch sterk willen aanraden om zeker alleen maar een job aan te nemen als je voor minstens een heel schooljaar aan de slag kan, en niet alleen omwille van eventueel een lio-opleidng, maar de grootste ellende zowel emotioneel als financieel - inclusief de sociale rechten die je verliest - zijn vervangingsopdrachten. De overheid/het onderwijs maakt enorm misbruik van dat systeem, en een groot deel van het zogenaamde lerarentekort zijn net vervangingsopdrachten van slechte kwaliteit: onvrijwillig deeltijds werken (inclusief natuurlijk deeltijds loon), voor dusdanig korte periodes dat de degressiviteit van je werkloosheidsuitkering doorloopt en op zo'n manier dat je korte vakanties ook vaak al stempelend zal moeten doorbrengen. Omdat de vastbenoemde "titularis" natuurlijk nog snel even voor de vakantie terugkomt zodat hij/zij dan geen ziektedagen moet inzetten, maar jij hebt wel al het werk moeten doen in de (examen)periode daarvoor.