WAS MATTHEUS EEN DEMOCRAAT ?
«Aan wie heeft zal worden gegeven, en hij zal overvloed hebben; maar van wie niet heeft zal ook ontnomen worden wat hij bezit.» (Mattheüs 13, 12)
Het Centrum voor Sociaal Beleid (Universiteit Antwerpen prof. Herman Deleeck) maakte in 198284 berekeningen waaruit het zogeheten Mattheüseffect bleek. In het onderwijs profiteren bijvoorbeeld de hogere sociaalprofessionele categorieën verhoudingsgewijs meer van het studiebeurzensysteem dan de lagere. De democratisering van het onderwijs werd dan ook in vraag gesteld.
Onlangs leverden de sociale diensten van de Gentse, Leuvense en Brusselse universiteiten ook al kritiek op het huidige systeem van de studiebeurzen. Studies wezen uit dat de arbeiders en bediendenkinderen zwaar ondervertegenwoordigd zijn bij de beursstudenten. Aan de K.U.L. krijgt 28 procent van de studenten een beurs. Hiervan gaat 52 procent naar studenten uit landbouwersgezinnen. Voorts maken vooral ondernemers, handelaars en vrije beroepen aanspraak op een beurs voor hun kinderen.
Studiebeurzen worden toegekend op basis van het netto belastbaar inkomen. Bij hun belastingaangifte geven landbouwers een inkomen aan dat minder is dan 250.000 frank per jaar. Uit het Gentse komt een ander voorbeeld : een apotheker met drie kinderen richtte een vennootschap op en keert zichzelf een minimumloon uit van 361.000 frank per jaar. Elk kind heeft bijgevolg recht op een volledige studietoelage van 82.500 frank. Aan andere dubieuze toestanden geen gebrek : hoe kan een zelfstandige een brutowinst maken van 6 miljoen per jaar en een netto belastbaar inkomen van 50.000 frank overhouden? Daartegenover staat dat een fabrieksarbeider met een inkomen van 733.000 frank geen beurs kan krijgen voor zijn enig kind.
Zelfstandigen en vrije beroepen trekken (toegelaten door de wet) allerlei bedrijfskosten af, maar het vermoeden rijst dat het reële inkomen aanzienlijk hoger ligt dan het netto belastbaar inkomen. Daarom luidt de vraag hoe het mogelijk is dat het Belgisch belastingssysteem een goedverdienende burger in staat stelt om zoveel bedrijfskosten af te trekken zodat hij haast niets meer moet bijdragen aan de gemeenschap.
Een beursstudent krijgt daarenboven bijkomende sociale voordelen zoals goedkope kamers en extra toelagen. De sociale diensten willen deze scheeftrekking bijsturen en de benadeelden positief discrimineren. Rijkere bursalen sluiten ze alvast uit van de bijkomende sociale voordelen. Voortaan brengen ze naast het belastbaar inkomen ook de werkelijke sociale toestand van het gezin in rekening. Maar voor de toekenning van de studietoelagen blijft alleen het officiële inkomen van de ouders gelden, zoals het bekend is bij het Ministerie van Financiën.