Afdeling VI. - <Ingevoegd bij W 1997-02-17/47, art. 6; Inwerkingtreding : 08-04-1998> Rusttijden.
Art. 38ter. <Ingevoegd bij W 1997-02-17/47, art. 6; Inwerkingtreding : 08-04-1998> § 1. De werknemers (...) hebben in elk tijdvak van vierentwintig uur tussen de beëindiging en de hervatting van de arbeid recht op ten minste elf opeenvolgende uren rust. <W 1998-12-04/31, art. 8, 1°, 019; Inwerkingtreding : 27-12-1998>
§ 2. Van het in § 1 bepaalde recht kan worden afgeweken :
1° in de gevallen bedoeld bij artikel 26;
2° voor werkzaamheden die gekenmerkt worden door opgesplitste werkperiodes;
3° in geval van continu-arbeid of van arbeid in opeenvolgende ploegen en uitsluitend in het geval van wisseling van ploegen; het is evenwel verboden om een werknemer in twee opeenvolgende ploegen tewerk te stellen;
4° in de gevallen bedoeld bij een bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.
(§ 3. De duur van de rusttijd toegekend krachtens § 1 komt bovenop de zondagsrust bedoeld in artikel 11 of bovenop de inhaalrust bedoeld in artikel 16 zodanig dat de werknemer geniet van een werkonderbreking van vijfendertig opeenvolgende uren.
Er kan worden afgeweken van hetgeen bepaald is door het eerste lid, in de gevallen bedoeld in § 2.
In afwijking van het eerste lid kunnen de werknemers tewerkgesteld aan werken van vervoer, hetzij een werkonderbreking overeenkomstig het eerste lid, hetzij een werkonderbreking van zeventig opeenvolgende uren gedurende een periode van twee weken genieten. Deze periode van twee weken kan bij een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst worden verlengd, op voorwaarde dat de werkonderbreking in dezelfde verhouding wordt verlengd.) <W 1998-12-04/31, art. 8, 2°, 019; Inwerkingtreding : 27-12-1998>
Afdeling 7. - (Pauzes). <Ingevoegd bij W 1998-12-04/31, art. 9; Inwerkingtreding : 27-12-1998>
Art. 38quater. <Ingevoegd bij W 1998-12-04/31, art. 9; Inwerkingtreding : 27-12-1998> § 1. De werknemers mogen niet zonder onderbreking werken gedurende meer dan zes uren.
De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de toepassing van artikel 34.
§ 2. Wanneer de arbeidstijd zes uren overschrijdt, wordt aan de werknemer een pauze toegekend. De duur en de nadere regelen voor toekenning van deze pauze worden vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités of door de Koning voor de werkgevers die niet onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
§ 3. Bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in toepassing van § 2 of van een koninklijk besluit, wordt aan de werknemer minstens een kwartier pauze toegekend ten laatste op het ogenblik waarop de duur der prestaties 6 uren bereikt.
Bron:
http://www.elfri.be/NL/Juridische informatie/wetboeken/arbeidswet.htm