Diod
Legacy Member
Ik heb morgen examen wiskunde en een hoofdstuk gaat over afgeleiden van goniometrische functies.
Hier is een stuk van de oefening waar ik een vraag over heb:
Op mijn formularium staat dat cos x = cos a <=> x = a + 2kpi met k een element van Z.
In de bovenstaande oefening wordt er nochtans kpi gebruikt, waarom?
En op de achterkant van dat blad waar de oefening opstaat, wordt k=-1 en k=0 gebruikt om t te vinden. Hoe weet ik dat ik -1 en 0 moet gebruiken en niet bijvoorbeeld 1?
Hier is een stuk van de oefening waar ik een vraag over heb:
Op mijn formularium staat dat cos x = cos a <=> x = a + 2kpi met k een element van Z.
In de bovenstaande oefening wordt er nochtans kpi gebruikt, waarom?
En op de achterkant van dat blad waar de oefening opstaat, wordt k=-1 en k=0 gebruikt om t te vinden. Hoe weet ik dat ik -1 en 0 moet gebruiken en niet bijvoorbeeld 1?
dus ik kan mij wel vergissen.
<=> x = y + 2.k.pi of x = -y + 2.k.pi.
