Net iets plezieriger was laatst dan weer secretaressendag. Een kadootje van de baas, weet je wel. Maar wat hoor ik daar tussen de plooïen? Ze willen niet meer zo genoemd worden. Zeg nooit meer secretaresse maar zeg: management assistant. In plechtig Engels klinkt het allemaal net iets belangrijker. Niet dat het zo is maar kom. Als leuke meiden zich op deze manier net iets prettiger in hun vel voelen, is het aardig meegenomen. Een beetje gelijkaardig is het de poetsvrouwen vergaan. Zeg nooit meer kuisvrouw maar zeg: floor manager. Hoewel ze nog steeds met stoffer en blik en javel en een opneemvod rondhossen eisen ze hun titelrol ook al in het Engels. In zoverre dat je uit eenvoudige personeelsadvertenties tegenwoordig niet meer kunt opmaken wie of wat ze nu eigenlijk zoeken… De meeste jobs die aangeboden worden zijn zowaar onbegrijpbaar moeilijk en ingewikkeld denk ik dan. Gewoon werk voor gewone mensen lijkt bijna niet meer te bestaan.
Wat ik ook bijzonder knap vind zijn zoveel voorwaarden elke keer. Je moet én jong én knap zijn. Je moet én ondervinding hebben én liefst nog vier of vijf talen spreken ook. Russisch als het kan en Frans en Duits en Italiaans. En Engels plus nog wat Chinees. Om werk te vinden moet je een kei zijn. Een kanjer én een kampioen.
En als je dan na veel zweet en tranen toch een job hebt gevonden, zul je toevallig maar bij Volkswagen of bij General Motors werken. Perfecte mensen maken daar perfecte auto’s. Tot de aandeelhouders beslissen dat het ze niet zint. En dan sta je weer op straat… Saneren, besparen, inkrimpen want in Polen of Slovakije kan het stukken goedkoper. En daar is veel minder gezever, zeggen ze…
Een klein beetje gelijk hebben ze wel. Want wat willen wij allemaal niet als werkende luxepaardjes? Wij willen kinderopvang, flexibele arbeidsuren, extra opleiding, fitnessfaciliteiten tot zelfs (ja, val niet van uw stoel) enkele massagebeurten per week. Om de verhoogde stress te weren. En dat allemaal op kosten van ’t bedrijf.
In Polen en Slovakije bestaan dit soort verworvenheden niet. Daar komen mensen met de fiets naar hun werk, daar drinken ze nog koffie uit zo’n verzinkte drinkbus en daar staan plastic-boterhammendozen nog altijd op één. Elke vijf uur mogen ze efkens gaan pissen.
Ja, ik begrijp perfect waarom het hier hoe langer, hoe meer fout dreigt te lopen. Juist: te veel verworven rechten. Alleen durft niemand dat hardop te zeggen. Terwijl het nochtans een klein beetje waar is…
Verworven rechten! Prachtig allemaal. Maar wat als blijkt als niemand ze straks nog gaat willen betalen?
Terug naar een beetje af zeker. In plaats van altijd en overal maar te graaïen. Zegde Alice Nahon al niet lang geleden dat het goed is “af en toe in ’t eigen hert te kijken”…