Rustdag in Saló.
Een filmmaker werd vermoord, omwille van de inhoud uit een film die hij maakte in 1975.
We zitten nog met vier deftige kanshebbers binnen de minuut van elkaar:
Landa, de hertog, sadistisch tegenover zijn benen en enorm hongerig naar zijn eerste winst in een GT;
Almeida, de bisschop, een verre broer van Landa en Joao laat bewust los op de bergen, om de opgeschreven namen van in de ochtend in het vizier te houden;
Hindley, de magistraat, geniet ervan om zijn concurrenten te pesten met onverwachte aanvallen;
Carapaz, de President, laat de pijn in zichzelf penetreren door de ademende poriën in zijn huid om zijn zwakte weg te werken.
Deze heren hun sadisme kent geen grenzen. De organisatoren evenmin van de beginjaren van de Giro.
1936. Eenentwintig ritten verspreid over 3766km. Een 'moderne' Giro (twaalf bergritten), die afscheid nam van oude rot Girardengo.
Bartali reed op relatieve economie naar de eindzege in een met Italianen gevulde editie (Mussolini-tijd).
Amper drie ritten gewonnen, zou dit de toekomst zijn van GT-winnaars? Démare zou het graag gezien hebben.
Olmo won er negen en werd tweede op de korte afstand van tweeënhalve minuut.
Hij won ook de eerste TT ooit in de Giro op een berg (20km), de Terminillo.
Het jaar daar op won Bartali zijn tweede Giro, met onder meer de eerste Giro-TTT van 60km.
Gino Bartali - Il Pio (de vrome) was een katholiek aanhanger en had een afkeer van de fascisten, die zeiden: "Katholieke gezichten hebben we hier genoeg, we moeten overtuigde fascisten sturen (naar de Tour). Gino de vrome mag thuisblijven van ons."
Il Duce wou het buitenland veroveren met de koers, die hij in de jaren twintig links liet liggen, maar toch aanzag hoe het volk buiten kwam voor koers in eigen land en erover sprak bij het ontbijt en op café. Hij drukte zijn stempel door op de sport, door zich te laten fotograferen in een sportieve outfit op de fiets en het prijzengeld te verhogen. Daar tegenover stond dat Benito beval om op zijn nieuw aangelegde snelwegen te fietsen.
1938 was de kans voor andere Italianen om de prestigieuze Giro te winnen.
Bartali reed niet mee. Hij mocht niet van de Italiaanse regering. Hij moest en zou Frankrijk veroveren en het geel aantrekken in Parijs.
Dat deed hij met verve dankzij een uitgeregende rit met minuten voorsprong.
Een fascistische generaal riep uit: "Raak hem niet aan, het is een God."
Het doel van Mussolini was bereikt en gans Italië moest het weten.
Ze lieten wel na te vermelden dat Gino weigerde de fascistengroet te brengen bij zijn ereronde in het Parc des Princes.
Het stond in de sterren geschreven dat Valetti - eerder tweemaal top-vijf in de Giro - zou winnen en deed het voor het eerst.
Een jaar later moest hij opboksen tegen de Tourwinnaar van 1938 en beide heren speelden haasje-over in het tweede deel van de Giro.
Twee dagen voor het einde stond Bartali aan de leiding met bijna vier minuten.
Door regen, wind, sneeuw en andere helse omstandigheden waarin Cerberus liever kajietend in zijn hok blijft, was het Valetti, die alles of niets speelde. Resultaat was een voorsprong van zeven minuten, op een dag van het einde.
Bartali veerde recht, zoals alleen onbreekbare coureurs dat kunnen en won de slotrit, maar kon 'maar' vier minuten terugwinnen.
Valetti trok het laken dus naar zich toe en mocht deze overwinning de grootste in zijn carrière noemen.
'Un uomo solo é al comando'. Nog negen jaar te vroeg, maar deze slagzin is even legendarisch als Frans Verbeeck zijn: "Hij rijdt vijf per uur te snel voor ons."
Pavesi, ploegbaas van Legnano verdeelde het land in bartaliani en coppiani door Fausto Coppi te laten rijden bij Gino Bartali.
Gino bad tot God voor winst; Fausto vertrouwde op zijn lichaam om te zegevieren.
De eerste grote rivaliteit tussen twee legendes van de wielersport was geboren.
Coppi nam voor het eerst deel aan zijn thuiskoers in 1940; won de elfde rit en bleef leider tot in Milaan.
De jongste winnaar ooit, op een honderdtal dagen van zijn 21e verjaardag. Merckx was iets meer dan twee jaar ouder bij zijn eerste GT-winst.
Bartali eindigde op meer dan 45 minuten.
Op 1/09/1939 vielen de Duitsers Polen binnen. Gevolg was dat in 1940 en door de verdere ontwikkelingen in Europa, heel wat koersen werden geannuleerd. De Ronde van Vlaanderen was een van de uitzonderingen die bleef doorgaan.
Net als Philippe Thys werden Fausto Coppi en Gino Bartali gehinderd door een wereldoorlog. Hun palmares had ongetwijfeld een pak groter geweest zijn. Wie weet spraken we niet over Van Looy en De Vlaeminck als nummers twee en drie naast Merckx van de Belgen, maar had Thys erop gestaan.
Er gaan stemmen op dat Coppi zonder WOII de grootste aller tijden zou geweest zijn.
Hij won 3/5 monumenten (9x). Bij de andere twee (RVV en L-B-L) nam hij nooit deel.
Hij won 2/3 GT (7x) en miste 12 deelnames aan de Giro en Tour door WOII.
Mocht de Vuelta eerder werden georganiseerd en dus interessanter zijn geweest voor buitenlanders, dan stond de Spaanse koers ook op zijn rekest. Hetzelfde kon gezegd worden over Bartali.
Wat als...
Er zou met zekerheid voor altijd over die twee gesproken worden als de ultieme koersrivalen, ongeacht ze wonnen of niet. Naast rivaliteit in het woordenboek zou een foto van hun getweeën geplaatst zijn.
Niemand zou hen van die plek gestoten hebben. Geen Roglic / Pogacar; geen Merckx / De Vlaeminck; geen Rik I / Rik II; geen Armstrong / Ullrich;...
Zo eindig ik de vooroorlogse geschiedenisles van de Giro tot en met 1940 met Fausto Coppi, die zeventig jaar geleden voor de tweede keer tot dan in de geschiedenis van het wielrennen de dubbel Giro-Tour lukte. Hij won bijna een kasseiklassieker dat jaar met P-R.
Kan Pogacar hem nadoen met de Tour-Vuelta en de vierde plek in de RVV?