StevenFM
Well-known member
Hoe Matthias Diependaele het recht op wonen uitholde
De harde aanpak van Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) zet sociale huurders in de wind.
Apache fileert het asociale beleid rond sociaal wonen van Vlaams minister voor Wonen Matthias Diependaele.
De nieuwe beleidsmaatregelen, maar ook de bijhorende communicatie van Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) komen hard binnen bij huurders van een sociale woning en de organisaties rondom hen. In de ene na de andere beleidsmaatregel die minister Diependaele nam, valt één constante te bespeuren: de toegang tot een sociale woning wordt beperkt én zittende huurders krijgen meer verplichtingen opgelegd.
In de ene na de andere beleidsmaatregel die minister Diependaele nam, valt één constante te bespeuren: de toegang tot een sociale woning wordt beperkt én zittende huurders krijgen meer verplichtingen opgelegd.
In Vlaanderen staan ruim 176.000 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning. Dat is een verdubbeling op vijftien jaar tijd. Er zijn ondertussen meer mensen die wachten op een sociale woning dan er sociale woningen zijn. Onderzoekers van KU Leuven schatten dat nog eens een kwart miljoen gezinnen recht heeft op een sociale woning, maar niet op een wachtlijst staat en dus (veel te duur) huurt op de private markt. Bijna de helft van die private huurders geeft maandelijks meer dan 40% van het inkomen uit aan ‘wonen’.
Maar kandidaat-huurders moeten sinds begin dit jaar een ‘lokale binding’ aantonen. Voor 80% van de toewijzingen moeten woonmaatschappijen huurders kiezen die in de laatste tien jaar minstens vijf jaar onafgebroken in dezelfde gemeente wonen. Dit maakt het niet alleen nieuwkomers quasi-onmogelijk, maar “met de nieuwe regels rond lokale binding kan ik nooit nog naar Gent verhuizen”, zegt ook Wesley.
Sinds half maart moeten nieuwe kandidaat-huurders zich centraal inschrijven en niet langer bij een specifieke woonmaatschappij. Alle reeds ingeschreven kandidaat-huurders moeten hun dossier ‘actualiseren’. Wie dat niet tijdig doet, wordt geschrapt van de lijst. Om op de wachtlijst te blijven, moeten ze dus zélf aantonen dat ze nog steeds aan alle – verstrengde – voorwaarden voldoen.
Zo mogen kandidaat-huurders ook geen eigendom hebben. Dat heeft verregaande gevolgen. Stel dat een van de ouders van een (kandidaat-)huurder overlijdt en de andere ouder krijgt het vruchtgebruik van de woning, dan komt die (kandidaat)-huurder als erfgenaam niet meer in aanmerking voor een sociale woning omdat die een gedeelde eigendom heeft. Zelfs al woont de (kandidaat-)huurder niet in de woning, zelfs al int die geen ‘huur’ voor die eigendom, en zelfs al kan die met de opbrengst van een eventuele verkoop zelf geen woning kopen.
En dan is er ook nog de ‘middelentoets’. Sinds 1 januari 2024 wordt het gezinsinkomen en het vermogen van kandidaat-huurders ‘getoetst’. Enkel bij wie dit onder de vastgelegde drempel ligt, krijgt een woning. En die drempel ligt zeer laag: 29.515 euro voor een alleenstaande of 44.270 euro voor een gezin (vermeerderd met 2.475 euro per persoon ten laste).
De oplossing van de enorme wachtlijsten lijkt dus niet te zijn om meer sociale woningen bij te bouwen en wonen aantrekkelijker te maken; wel om kandidaat huurders weg te pesten met allerlei nieuwe verplichtingen. Gecombineerd met stigmatisering van sociaal huren voor electorale profilering, het uitvergroten van uitwassen bij een zeer kleine minderheid en de sterke persoonlijke betrokkenheid van N-VA bij immobedrijven die vooral rendabele luxe-appartementen neerbouwen en het recht op wonen in Vlaanderen is in het laatste decennium N-VA beleid drastisch teruggeschroefd.
De mediacampagne bij een reeks opvallende beleidsvoorstellen bevestigt impliciet een discours dat Vlaams Belang al langer aanhoudt. Cijfers van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen tonen dat bijna de helft van de sociale huurders ouder is dan 60 jaar. Ongeveer 85% van de sociale huurders heeft de Belgische nationaliteit en bijna 5% is een EU-onderdaan. Dat maakt dat ongeveer een op de tien huurders van buiten de EU komt.
Netwerk tegen Armoede wijst erop dat het viseren van sociale huurders alles te maken heeft met de schaarste aan sociale huurwoningen. De noden blijven, maar door het moeilijker te maken om een sociale huurwoning te krijgen of te houden, zullen de wachtlijsten artificieel krimpen.
Het baart huurders zorgen. “De oorspronkelijke idee van sociale huur was ervoor zorgen dat mensen met te weinig geld in een betaalbare en kwaliteitsvolle woning kunnen wonen”, zegt Wesley. “Dit recht op wonen wordt nu steeds meer gekoppeld aan werk en allerlei andere voorwaarden die niets met wonen te maken hebben. Sociale huurders moeten zich steeds meer verantwoorden en allerlei zaken bewijzen. Het recht op wonen komt in het gedrang terwijl het echte probleem een tekort aan sociale woningen is.”
En toch. “Extra sociale woningen bouwen mag geen doel op zich zijn. Belangrijker is dat er doorstroom is naar de private markt.” Op sociale media promootte minister Diependaele begin maart deze uitspraak uit een Pano-reportage over de ellenlange wachtlijsten. Het vat zijn beleid van de voorbije jaren perfect samen.
Zo ziet ook Hugo Beersmans het. “Minister Diependaele zegt heel duidelijk dat hij niet meer sociale woningen wil. Van alle woningen in Vlaanderen is iets meer dan 5% bewoond door sociale huurders en daar moeten we het maar mee doen. Die woningen zijn ‘voor wie het écht nodig heeft’, alle anderen moeten zich maar beredderen op de private markt. Bovendien moet wie nog in een sociale woning terechtkomt, ook zo snel mogelijk werk zoeken om dan weer plaats te maken voor anderen. Beleidsmakers onderschatten hoeveel mensen dat absoluut niet kunnen.”
“Wonen is een op en top Vlaamse bevoegdheid en verschillende gemeentebesturen doen hun best om nieuwe paden te verkennen”, besluit Beersmans. “Jammer genoeg ervaren ze daarbij dat de Vlaamse Regering hen te weinig instrumenten en mogelijkheden biedt, terwijl het marktprincipe dominanter wordt. Woningen dienen niet meer om in te wonen, maar zijn een marktproduct geworden. Daar kunnen gemeenten niets aan doen, terwijl Vlaanderen wel de volle bevoegdheid heeft, ook over de private huurmarkt.”