Dying Light 2: Stay Human was teleurstellend degelijk. Op zich had de game wel alle puzzelstukjes om een erg competente open world zombiegame te zijn, maar de extra vonk ontbrak jammer genoeg. Techland gaf het echter niet op en bleef schaven. De game kreeg een paar quality of life-aanpassingen die Dying Light 2 nu een stuk amusanter maken dan het op release was; en de geplande uitbreiding? Die ging stevig op de schop. Dat maakt van Dying Light: The Beast een raar beestje. Technisch gezien is het de Dying Light 2-uitbreiding die tijdens het ontwikkelingsproces wat uit haar voegen is gebarsten tot een op zichzelf staande release, maar het is tegelijk nu ook het derde deel in de reeks en een volwaardige sequel op het eerste deel. Dat klinkt allemaal vrij verwarrend voor een spel dat eigenlijk vrij simpel qua opzet is.
Dying Light: The Beast is, in essentie, exact wat The Lost Legacy en New Dawn waren voor respectievelijk Uncharted 4 en Far Cry 5. Het is een project dat initieel gestart werd als een uitbreiding voor een bestaande game, waarbij de makers tijdens het maken zo loco gingen met hun ideeën en ambities dat het ding gewoon niet meer haalbaar was als DLC. Het is altijd spannend wanneer zoiets gebeurt, omdat het meestal games oplevert die creatieve dingen bouwen op een bestaand fundament. Vaak komt het neer op ontwikkelaars die goed gekeken hebben naar wat er wel en niet werkte met een titel, en vervolgens hun best deden om iets anders te brengen.
Klein detail echter: onze favoriete parkour-enthousiasteling zag tijdens jaren aan experimenten zijn DNA gefuseerd met dat van de ondoden, waardoor Kyle Crane behoorlijk wat extra krachten heeft opgedaan. Crane is door toedoen van The Baron deels man en deels beest, en dat vraagt uiteraard om een terugbetalingsplan dat enkel voldaan kan worden in ledematen en liters bloed. Het plan is simpel qua opzet: jacht maken op de meest wansmakelijke zombies die ontstonden uit de experimenten van The Baron, hun bloed vermengen met dat van Crane en zo steeds wat beestachtiger en sterker worden om het blauwe bloed van The Baron uiteindelijk te laten vloeien. Het is een simpel plan, waarbij de enige echte keerzijde is dat je steeds wat van je menselijkheid opoffert in je zoektocht naar kracht. Wat kan er misgaan?
Je kan weliswaar met wat geluk een jeep nemen en een meute zombies doodgewoon rammen, maar te voet zijn deze relatief lege vlaktes een behoorlijke sleur om over te navigeren. Het is echter een probleem dat zich maar op enkele plaatsen stelt, want Castor Woods is grotendeels een absolute speeltuin. Castor Woods barst dan ook van de sfeer: met haar kabbelende beekjes, ruige bossen en postkaartwaardige bergen heb je een visueel erg aantrekkelijke spelwereld die dan nog eens gevuld is met een oude stad, een psychiatrische instelling en meer van dat leuks. Het voelt allemaal erg cliché aan, maar Techland buigt het om in het voordeel van de game en levert zo een map af waar het uiterst amusant is om te vertoeven. Bij daglicht dan toch.
Je krijgt dus nog steeds genoeg huis-tuin-en-keukenwapens om zombies het rottende hoofd mee in te slaan. Gewoon zorgen dat je niet omsingeld wordt en je stamina wat onder controle houdt, en je komt er wel. Ook geinig is dat je je favoriete wapens zoals de machete of de knuckleduster kan repareren en zelfs modden om ze efficiënter te maken. En tenslotte zijn er uiteraard nog de vuurwapens. Deze komen in dit deel een stuk beter uit de verf dan ze in Dying Light 2 deden. Het afvuren ervan voelt potenter aan, en ook thematisch gezien houden vuurwapens meer steek in Castor Woods. Je merkt dat melee de grote focus blijft, maar vuurwapens vallen dit keer niet uit de toon. Ze zijn gewoon een extra tool in je arsenaal om de hordes van The Baron de baas te kunnen.
Dying Light: The Beast is, in essentie, exact wat The Lost Legacy en New Dawn waren voor respectievelijk Uncharted 4 en Far Cry 5. Het is een project dat initieel gestart werd als een uitbreiding voor een bestaande game, waarbij de makers tijdens het maken zo loco gingen met hun ideeën en ambities dat het ding gewoon niet meer haalbaar was als DLC. Het is altijd spannend wanneer zoiets gebeurt, omdat het meestal games oplevert die creatieve dingen bouwen op een bestaand fundament. Vaak komt het neer op ontwikkelaars die goed gekeken hebben naar wat er wel en niet werkte met een titel, en vervolgens hun best deden om iets anders te brengen.
Terug naar de bloederige roots
In het geval van Dying Light: The Beast komt het grotendeels neer op een terugkeer naar het begin. Techland probeerde behoorlijk wat nieuwe dingen uit met hun sequel op het bejubelde Dying Light, die helaas niet goed uitpakten. Daarom kiezen ze in deze kleine sequel dus om terug te grijpen naar de essentie. Dit betekent dat de originele protagonist Kyle Crane wederom zijn opwachting maakt, voor een ervaring die opnieuw veel meer de allure heeft van een horrorgame. Narratief gezien is het heerlijk simpel. Kyle is jarenlang onderworpen aan experimentele martelingen door de grote slechterik The Baron, maar weet uiteindelijk te ontsnappen. Het natuurreservaat van Castor Woods waar Kyle zich in bevindt, ontpopt zich als het nieuwe strijdtoneel waar ons behoorlijk pissed-off hoofdpersonage zijn bloedige wraak zweert.Klein detail echter: onze favoriete parkour-enthousiasteling zag tijdens jaren aan experimenten zijn DNA gefuseerd met dat van de ondoden, waardoor Kyle Crane behoorlijk wat extra krachten heeft opgedaan. Crane is door toedoen van The Baron deels man en deels beest, en dat vraagt uiteraard om een terugbetalingsplan dat enkel voldaan kan worden in ledematen en liters bloed. Het plan is simpel qua opzet: jacht maken op de meest wansmakelijke zombies die ontstonden uit de experimenten van The Baron, hun bloed vermengen met dat van Crane en zo steeds wat beestachtiger en sterker worden om het blauwe bloed van The Baron uiteindelijk te laten vloeien. Het is een simpel plan, waarbij de enige echte keerzijde is dat je steeds wat van je menselijkheid opoffert in je zoektocht naar kracht. Wat kan er misgaan?
Amusante clichés
Het eenvoudige narratief is in elk geval een sterke hefboom voor de op dit punt alom gekende gameplay. Parkour is nog steeds een grote funfactor, en het klimmen en springen van dak naar dak, sporadisch een zombie tegen de rotte tanden schoppend, gaat nooit vervelen. Alleen kun je dat niet overal in Castor Woods even vlot doen, want het reservaat bevat een paar verrassend open vlaktes. Het idee lijkt bedoeld om extra spanning te creëren door bepaalde plekken te hebben waar je niet zoals een gedreven Michael Scott “PARKOUR!” kan roepen om de zombies te ontwijken. Het enige nadeel is dat die omgevingen vrij saai zijn om te doorkruisen.Je kan weliswaar met wat geluk een jeep nemen en een meute zombies doodgewoon rammen, maar te voet zijn deze relatief lege vlaktes een behoorlijke sleur om over te navigeren. Het is echter een probleem dat zich maar op enkele plaatsen stelt, want Castor Woods is grotendeels een absolute speeltuin. Castor Woods barst dan ook van de sfeer: met haar kabbelende beekjes, ruige bossen en postkaartwaardige bergen heb je een visueel erg aantrekkelijke spelwereld die dan nog eens gevuld is met een oude stad, een psychiatrische instelling en meer van dat leuks. Het voelt allemaal erg cliché aan, maar Techland buigt het om in het voordeel van de game en levert zo een map af waar het uiterst amusant is om te vertoeven. Bij daglicht dan toch.
Tocht door het donker
Wat Dying Light: The Beast eveneens erg goed doet, is je wederom bang maken voor het donker. Al je nieuwe krachten ten spijt, voelt de loden duisternis van de inktzwarte nacht hier zo mogelijk nog intenser aan dan in de eerste Dying Light. Niet alleen ziet Castor Woods er oprecht sinister uit in het donker, maar ook het sounddesign doet haar onheilspellende duit in het zakje. Je voelt je oprecht al ongemakkelijk nog voor de Volatiles achter je aan komen. Deze overpowered zombies lijken wel een mix van bloed en Golden Power van de Aldi te hebben gegorgeld en komen genadeloos achter je aan. Je hart bonst ongenadig achter je ribbenkast terwijl je frenetisch probeert weg te rennen in de hoop je organen te behouden. De Volatiles zijn een angstaanjagend hoogtepunt in de game, maar uiteraard heb je nog genoeg normaal kanonnenvoer waar je vlotter tegenop kan.Dying Light: The Beast zet stappen terug, maar voelt tegelijk als een sprong voorwaarts.
Je krijgt dus nog steeds genoeg huis-tuin-en-keukenwapens om zombies het rottende hoofd mee in te slaan. Gewoon zorgen dat je niet omsingeld wordt en je stamina wat onder controle houdt, en je komt er wel. Ook geinig is dat je je favoriete wapens zoals de machete of de knuckleduster kan repareren en zelfs modden om ze efficiënter te maken. En tenslotte zijn er uiteraard nog de vuurwapens. Deze komen in dit deel een stuk beter uit de verf dan ze in Dying Light 2 deden. Het afvuren ervan voelt potenter aan, en ook thematisch gezien houden vuurwapens meer steek in Castor Woods. Je merkt dat melee de grote focus blijft, maar vuurwapens vallen dit keer niet uit de toon. Ze zijn gewoon een extra tool in je arsenaal om de hordes van The Baron de baas te kunnen.
Beastmode
Dat brengt ons naadloos bij het laatste trucje dat Kyle Crane achter zijn mouw heeft zitten: die Beast Powers. De hele crux van de game is het feit dat Crane deels een beest is en met het verslaan van bosses ook sterker wordt daarin. In de praktijk komt het neer op een soort berserkmode waarin de razernij van Kyle Crane het overneemt en hij genadeloos een meute zombies kan verscheuren. Het is extreem amusant en extreem goor, maar het is tegelijk ook geen overpowered trucje dat je ten allen tijde kan inzetten. Het komt erop neer dat er tijdens het vechten gestaag een metertje vult, en zodra het gevuld is … go-time. Het geeft je krachten iets onvoorspelbaars, als een soort nuttige aandoening die je gewoon overvalt. Soms komt het wanneer je het totaal niet nodig hebt, soms net op het juiste moment en als je veel geluk hebt, net wanneer je oog in oog staat met een Volatile. Het is tekenend voor Dying Light: The Beast. Op zich brengt de game enkel puzzelstukjes op tafel die we al eerder hebben gezien, alleen klikken ze dit keer wel op amusante wijze samen.Conclusie
Dying Light: The Beast brengt niks nieuws, maar brengt het wel met gusto. De rechtlijnige focus op een simpel narratief en de actie die daaruit voortvloeit, gecombineerd met een erg sfeervolle setting, zorgen voor een game die de reeks terug stevig op de rails zet. Met The Beast heeft Techland Dying Light gedistilleerd naar de amusante gore essentie.
Pro
- Keert terug naar de essentie en bevat nauwelijks opvulling
- Simpel maar doeltreffend verhaal
- Castor Woods is een toffe setting
- Kan oprecht spannend en eng uit de hoek komen
Con
- Sommige delen van de map voelen leger en saaier aan dan andere
8.5
Over
Beschikbaar vanaf
18 september 2025
Gespeeld op
- PlayStation 5
Beschikbaar op
- PC
- Xbox Series X|S
Genre
- Action
- Horror
Ontwikkelaar
- Techland
Uitgever
- Techland