Review: Rune Factory: Guardians of Azuma

Al sinds het eerste deel in 2006 op de Nintendo DS verscheen, positioneerde Rune Factory zich als de actievere, meer avontuurlijke neef van Harvest Moon. Een combinatie van landbouwsimulator en dungeon crawler, aangevuld met het beheer van de sociale interactie en banden tussen de inwoners van je vestigingen, oftewel dorpen waar magie nooit ver weg te denken was. Maar dat geldt evenzeer voor de vriendelijke monstertjes, mysterieuze ruïnes en spirituele krachten die weliswaar lichtjes leunden op Japanse folklore, maar vaak verpakt zaten in een generiek fantasy-jasje.

Met Rune Factory: Guardians of Azuma gooit ontwikkelaar Marvelous echter het roer volledig om, en kiest men voluit voor een meer uitgesproken culturele insteek. Geen vage fantasiewereld meer, maar een regio die vanaf minuut één Azuma - oftewel: het Oosten - ademt: een wereld geïnspireerd op de Japanse natuur, mythologie en spirituele tradities. De game verschijnt op 5 juni voor Nintendo Switch, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review gingen we aan de slag met de pc-versie.

20250526125451_1.jpg

Dansen naar de pijpen van de draak​

In Rune Factory: Guardians of Azuma begint je avontuur niet met het planten van wortels of het melken van koeien, maar met een vreemd visioen over een blitsend gevecht waar de beide uitdagers elkaar op draken bekampen. De droom stopt echter abrupt wanneer je ontwaakt in het theehuis van Iroha in het dorpje Spring Village, tegelijk je opslagplaats én plek waar je elke nacht zal doorbrengen. Iroha is een vriendelijke dame, maar ze vraagt je wel heel kordaat of je misschien buiten wil gaan bladeren opvegen. Aldus krijg je een Plum Branch in je pollen, maar gelukkig leer je, als beloning, zo ook je eerste rituele dans: de Dance of Bonds. Dat nummertje dien je meteen - net niet onder druk - uit te voeren aan het standbeeld van de plaatselijke draakachtige god.

Je kon het misschien al merken, maar inderdaad, de game neemt je in het begin stevig bij de hand – misschien iets té stevig. Afwijken van de gemarkeerde padjes leidt al snel tot een vermanend “Please be serious” en teleporteert je ogenblikkelijk terug in de richting van de missie. Het zal ook nog menige uren duren vooraleer het spel je volledig met rust laat en de tutorial-storm met daaraan gekoppelde verplichte missies, waarvan sommige side quests zelfs, gaan liggen is. Gelukkig verandert dit dus later met bijgevolg meer bewegingsvrijheid, en krijg je tegelijk via de dialoog ook een aantal morele keuzes: beslis je om voedsel te delen met de kleine Suzu, neem je wel of geen verantwoordelijkheid op wanneer een dorpeling zijn zorgen uit om een bepaalde bekommernis, enzoverder. En het zijn allemaal keuzes die dus écht gevolgen hebben, waardoor het nooit als nutteloos aanvoelt.

20250526124110_1.jpg

Over vliegende schapen en heilige trommels

Het plot zelf verneem je via Sakaki, een stoïcijnse samurai en baas van het eerste dorp die je het eindelijk eens allemaal haarfijn uitlegt. Het is een relaas over hoe de zogenaamde Celestial Collapse vijftig jaar geleden het land van Azuma verwoestte. Sindsdien staan - alweer door een of andere Blight, zucht - alle heilige bomen op sterven na dood, en zijn de goden die het land in de gaten hielden, erg verzwakt. Hierdoor kunnen de boze krachten - lees: inclusief zwarte draken - zich wellustig ten prooi gooien aan de runestenen die het land normaliter beschermden. Enfin, voor het verhaal zal je je slaap niet meteen laten. Maar het narratieve kapstokje is - gelukkig - net stevig genoeg om het veelkleurige gameplay-jasje op z’n plaats te houden.

Voor het verhaal zal je je slaap niet meteen laten.


Vliegensvlug word je benoemd tot Earth Dancer, een uitverkorene die met rituele dansen het land en zijn bewoners moet genezen. Tegelijk het moment waarop Woolby verschijnt, een allesbehalve ernstig te nemen schaap-met-vleugels dat zichzelf een Moko-draak noemt en die blijkbaar ook over bovennatuurlijke krachten beschikt, waardoor hij zich opdringt als jouw assistent. Woolby overhandigt je een trommel – in feite, een goddelijke drum – waarmee je je eerste Kamiwaza-vaardigheid vrijspeelt: een rituele maar vooral genezende dans. Met de beweging zuiver je de fauna en flora in de buurt, maar ook je party members. Essentieel voor de vaardigheden is dat je beschikt over voldoende Rune Points, al zijn die gelukkig makkelijk bij te vullen via allerhande voedingsmiddelen die je onderwijl opraapt. Van zodra je de virtuele ketens die godin Ulalaka (ja, die) verzwakken wat losser weet te maken, ontgrendel je ook de offensieve variant van deze dans, waardoor je tijdens het vechten je tegenstanders ermee kunt afremmen. Om maar een voorbeeld te geven hoeveel dimensies één enkel mechanic herbergt, en deze is slechts een voorbeeld van een vaardigheid die huist binnen een enorm uitgebreide skill tree.

20250528200835_1.jpg

God zoekt boer, boer zoekt vooral: materiaal

Vanaf dit punt wordt het allemaal nóg wat drukker: plots vindt iedereen jou zo leuk dat je zelf burgemeester van het dorp moet worden, of anders gezegd: Sasaki heeft er eigenlijk gewoon geen zin meer in. En prompt krijg je de Terra Tiller in handen, een zeis waarmee je in Builder Mode het hele dorp naar je hand kunt zetten. Je hakt, kapt en ontmantelt ermee alsof je Bob de Bouwer op ginseng bent. Via de farming tiles kun je zelf aan de slag, maar slimmer is natuurlijk om de dorpsbewoners de gepaste taken toe te wijzen en het vuile werk voor jou te laten doen. Zoals hen tewerkstellen in winkels, of gewassen laten telen die je een boost kan geven via je drum dances – maar wel met de beperking van één veld per dag. Dit is natuurlijk Farming Simulator niet.

Hoe dan ook, met elke oogst en alle goede dingen die je in je dorp verricht (lees: quests voor de inwoners), stijgt je village level. Dat beïnvloedt op zijn beurt weer het Divinity-level van de lokale godheid, wat leidt tot nieuwe zegeningen en extra voordelen. Telkens na het slapengaan krijg je ook een overzicht van je inkomsten, groei en XP, waarmee je de vele opties van de Skill Tree kunt vrijspelen. Het koken van gerechten zoals onigiri, via recepten of dansen aan kikkerstandbeelden - ja, je leest het goed - verhoogt je statistieken. Kortom, alles voelt logisch op elkaar voortbouwend aan, al is het verzamelen van materiaal voor constructies zeker wel wat grindy.

20250528213459_1.jpg

Schwung, chaos, en verdieping

Pas wanneer je je buiten het dorp begint te begeven komt het spel compleet op gang, want eindelijk mag je je wagen aan de combat. In semi-open zones leer je combo’s, dodge-moves en counter attacks in snelle gevechten tegen allerhande monsters en door de Blight besmette wezens, waaronder zelfs boosaardige kippen. De gevechten zijn best pittig, zeker wanneer je tegenover de mini-bosses komt te staan, of hun nog grotere broers. Die vereisen vaak dat je hun zwakke plekken uitbuit met elementaire aanvallen of strategische timing, anders kun je hun stun gauge gewoonweg niet op tijd breken.

Ook zijn er wel wat probleempjes tijdens deze gevechten. Zo gedragen je vijanden zich soms bizar, zowel wat betreft de richting waar ze heen lopen, als qua animaties, met tot potentieel gevolg het vastgeraken in de omgeving. En hoewel cutscenes meestal luchtig zijn met Woolby als de komische noot, beginnen sommige dialogen zich wel snel te herhalen. Daarnaast mikt deze game duidelijk op een jonger publiek, maar slaagt er niet altijd in alles even helder uit te leggen. Belangrijke info die je na even spelen nodig hebt, zit verstopt in menu’s, wat het soms minder toegankelijk maakt voor een korte speelsessie. Je moet je telkens weer verdiepen, en tegelijk heel wat zaken tot een goed einde weten te leiden. Want ja, dit blijft in wezen vooral een sim-managementgame.

Wat wel opvalt en ook bijblijft, is de cozy atmosfeer, en de bijhorende charmante visuele stijl.


Wat wel opvalt en ook bijblijft, is Guardians of Azuma zijn cozy atmosfeer, en de bijhorende charmante visuele stijl. De cel-shaded look geeft de wereld een zachte, bijna schilderachtige uitstraling en straalt Japanse folklore uit; de wereld voelt erg authentiek aan. Ook de soundtrack, met traditionele instrumenten evenals modernere accenten, versterkt die oosterse sfeer.

Conclusie

Rune Factory: Guardians of Azuma is een levendige, spirituele heruitvinding van de voor de franchise gekende formule. De culturele invloeden zijn echter dit keer niet louter cosmetisch, maar geven betekenis en identiteit aan de gameplay, het verhaal en de wereld. Ook de gevechten zijn vlot en gevarieerd, het farmsysteem is diepgaand en voor sociaal werker spelen krijgt eindelijk eens het verdiende respect. Maar ja, er zijn wel wat minpuntjes. De geforceerde lineariteit, de herhaling en grind, die soms erg warrige gevechten ... Maar onder de oppervlakte schuilt vooral een game die lef toont, en dat verdient een aanbeveling. Toch zeker voor de trouwe fans van Rune Factory, voor wie houdt van Japanse sferen, en voor wie zin heeft in een farming-RPG die ook durft af te wijken van het pad. Kortom, Guardians of Azuma zal geen revolutie ontketenen, maar biedt wel een fijne alternatieve insteek binnen de franchise.

Pro

  • Cozy, luchtig, onbezonnen charmant
  • Diepgaande systemen qua building en farming
  • Zodanig van de hak op de tak dat het geen moment verveelt

Con

  • Soms erg lange lineaire secties
  • Vijanden gedragen zich soms vreemd
  • Je kan niet om de grind heen
7.5

Over

Beschikbaar vanaf

5 juni 2025

Gespeeld op

  1. PC

Beschikbaar op

  1. Nintendo Switch
  2. Nintendo Switch 2
  3. PC

Genre

  1. Action
  2. Adventure
  3. Building
  4. JRPG

Ontwikkelaar

  1. Marvelous Inc.

Uitgever

  1. Marvelous Europe
  2. XSEED Games
 
Terug
Bovenaan