eS
Legacy Member
Bontus zei:Ik houd van efficiënte gebouwen, en al wat ik in dit topic zie is dus per definitie lelijk.
Voor mij is een perfect gebouw datgene dat de volgende zaken perfect verenigt:
functionaliteiten van de ruimtes, reisafstanden tussen de ruimtes ifv frequentie, lichtinvalshoeken, toegangswegen, inplanting in de natuur, akoestiek, klimatologisch comfort, prijs/m²...
En indrukwekkende architectuur blijkt daar geenszins mee te correleren.
Ik ben ook fan van efficiënte gebouwen, maar voor mij gaat architectuur verder dan louter een optelsom van de zaken die je hierboven vernoemd.
Neem bv. het MAS, een van de meer controversiële publieke bouwwerken van de laatste jaren, en net daarom een geslaagd gebouw.
Eerst en vooral het feit dat Neutelings de enige was die tegen de jury in ging en ipv het museum over heel de site uit te smeren, het geheel samenbracht in een compacte toren en de rest van het terrein teruggeeft aan de publieke ruimte (en deze maw ook ontwerpt).
De toren zelf is opgevat als een opeenstapeling van 10 zalen (hij gebruikt de term black boxes= een afgesloten doos die volledig kan aangepast worden aan de klimatologische, akoestische,... eisen van de activiteit/tentoonstelling die er doorgaat), die steeds een kwartslag gedraaid zijn ten opzichte van elkaar en zo een langzaam stijgende galerij creëren (een zogenaamde promenade architecturale). Deze promenade wordt semi-publiek beschouwd en kan los van het museum functioneren. Zo zou het mogelijk moeten zijn om buiten de normale openingsuren van het museum de (rol)trap tot boven te nemen om van het panoramisch uitzicht te genieten. Klimatologisch wordt ze dan ook niet als een echte binnenruimte beschouwd en vormt ze een buffer tussen de zalen en de buitenlucht. Bv, binnenin de zalen wordt verwarmd tot een 20-tal graden, buiten is het 10°, de galerij wordt met de restlucht uit de zalen op een temperatuur van 15° gehouden (aangenaam om met een vest aan te lopen). In de zomer gebeurt het omgekeerde met de koeling.
Opmerkelijk is ook het gebruik van de grote gecurvde glazen panelen (3mx6m), die enkel door een simpel stalen profiel op hun plaats gehouden worden (alleen bij de dubbelhoge ruimtes is er een extra windschoring nodig) en toch evenveel winddruk/zuiging kunnen weerstaan als een klassieke vliesgevelstructuur. Het is trouwens een van de eerste grote toepassingen van deze nieuwe technologie (voornamelijk ontwikkeld door de UGent en TUDelft) binnen de zelf relatief nieuwe branche van structureel glasgebruik.
Het nadeel was wel dat deze glasconstructie ook de kosten ferm de hoogte in dreef: €20000 per glaspaneel, waarvan de helft alleen al voor de plaatsing (onder meer ontwikkelen speciale robotarm met roteerbare zuignappen die de fragiele panelen kon plaatsen). Ook het gebruik van rode Indische zandsteen dreef de prijs de hoogte in (dit vind ik zelf het meest discutabel punt, aangezien het glas nog aanzien kan worden als een investering in de toekomst van de Belgische glasindustrie).
De toren zelf is opgevat als een opeenstapeling van 10 zalen (hij gebruikt de term black boxes= een afgesloten doos die volledig kan aangepast worden aan de klimatologische, akoestische,... eisen van de activiteit/tentoonstelling die er doorgaat), die steeds een kwartslag gedraaid zijn ten opzichte van elkaar en zo een langzaam stijgende galerij creëren (een zogenaamde promenade architecturale). Deze promenade wordt semi-publiek beschouwd en kan los van het museum functioneren. Zo zou het mogelijk moeten zijn om buiten de normale openingsuren van het museum de (rol)trap tot boven te nemen om van het panoramisch uitzicht te genieten. Klimatologisch wordt ze dan ook niet als een echte binnenruimte beschouwd en vormt ze een buffer tussen de zalen en de buitenlucht. Bv, binnenin de zalen wordt verwarmd tot een 20-tal graden, buiten is het 10°, de galerij wordt met de restlucht uit de zalen op een temperatuur van 15° gehouden (aangenaam om met een vest aan te lopen). In de zomer gebeurt het omgekeerde met de koeling.
Opmerkelijk is ook het gebruik van de grote gecurvde glazen panelen (3mx6m), die enkel door een simpel stalen profiel op hun plaats gehouden worden (alleen bij de dubbelhoge ruimtes is er een extra windschoring nodig) en toch evenveel winddruk/zuiging kunnen weerstaan als een klassieke vliesgevelstructuur. Het is trouwens een van de eerste grote toepassingen van deze nieuwe technologie (voornamelijk ontwikkeld door de UGent en TUDelft) binnen de zelf relatief nieuwe branche van structureel glasgebruik.
Het nadeel was wel dat deze glasconstructie ook de kosten ferm de hoogte in dreef: €20000 per glaspaneel, waarvan de helft alleen al voor de plaatsing (onder meer ontwikkelen speciale robotarm met roteerbare zuignappen die de fragiele panelen kon plaatsen). Ook het gebruik van rode Indische zandsteen dreef de prijs de hoogte in (dit vind ik zelf het meest discutabel punt, aangezien het glas nog aanzien kan worden als een investering in de toekomst van de Belgische glasindustrie).
- Functionaliteiten van de ruimtes: 10 volledig onafhankelijke dozen, verbonden door een semi-publieke ruimte die ook buiten de museumuren kan dienen.
- reisafstanden tussen de ruimtes ifv frequentie/toegangswegen : trage promenade architecturale voor de bezoekers, in combinatie met lift/trappenpartij voor snelle circulatie.
- Lichtinvalshoeken: afgesloten dozen met kunstlicht=ideaal voor tentoonstelling. Promenade die baadt in natuurlijk licht, dat door de gebogen glazen wanden een speels effect creërt.
- inplanting : door een toren te kiezen wordt er een plein terug gegeven aan de stad, en distantieert het gebouw zich van de rest van de ruimte zodat het een landmark wordt.
- akoestiek, klimatologisch comfort: 10 black boxes zijn akoestisch en klimatologisch onafhankelijk (eis musea), de promenade werkt hierbij als bufferzone (wat het energieverbruik beperkt).
- prijs/m²: enige minpunt, hoewel €1650/m² nog meevalt, wetende dat een deel als investering in glasinovatie kan beschouwd worden.
Hurai, laten we heel de modernistische beweging eens herleiden tot een commi-blok, waar de enige efficiëntie de financiële was.Tr1ploid zei:Ziehier uw favoriete gebouw
De efficientie-gerichte culminatie van het modernisme als oplossing voor de bevolkingsexplosie na de oorlog.
Als ge dan toch die toer wilt opgaan, lees dan eerst eens na in welke context de typologie van het modernistische appartementsblok ontwikkeld werd, en wat het verschil is met de hedendaagse woontorens.
Een goed startpunt:L'unite d'habitation - Le Corbusier | Marseille




. Gelukkig stond er in het bestek dat er ook nog een beschermende coating moest worden aangebracht, die ze ook van kleurstof voorzagen, wat wel het goede resultaat gaf. Zo goed zelfs, dat die bouwfirma nu nog altijd gevraagd wordt hoe ze die bepaalde kleur gekregen hebben, waarop ze antwoorden: ge begint met roze beton...
ad:
