*edit* opgepast: slaapverwekkingsgevaar
holycrus, als ik u was zou ik nog eens zorgvuldig de geschiedenis van de mens bestuderen met alle tijdperken waar me uitvindingen gedaan heeft. U afbeeldingen zijn afbeeldingen die uit hun context zijn gerukt.
Pleistoceen (paleolithicum, mesolithicum, neolithicum):
->De oude steentijd begint ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden in Afrika, toen de eerste hominiden gereedschappen uit steen gingen maken. De steentijd begon dus al voordat homo sapiens op aarde rondliep.
paleolithicum of oude steentijd,
periode van 2,5 miljoen jaar geleden tot 300.000 jaar geleden. Deze periode wordt gekenmerkt door gebruik van kernwerktuigen: choppers, chopping tools, vuistbijlen en (waarschijnlijk tegen het eind van deze periode) houten werpsperen.
mesolithicum of middensteentijd
periode van 300.000 jaar geleden tot 35.000 jaar geleden. Periode waarin gebruik wordt gemaakt van debitagetechnieken: men gaat afslagen produceren. Dit kan volgens verschillende systemen gebeuren: Levallois of Discoïdaal.
neolithicum of jonge steentijd,
periode van 35.000 jaar geleden tot 10.000 jaar geleden. Tijdens deze periode gaat men over tot het produceren van klingtechnieken.
Holoceen (mesolithicum, neolithicum):
vroeger ook Alluvium genoemd, is de naam van het geologische tijdvak van 10.000 jaar geleden tot nu. 10.000 jaar geleden een duidelijke verbetering in het klimaat. De temperatuur ging geleidelijk omhoog. Daardoor ontstonden vochtige gebieden en grote moerassen in de lage kustvlakten. (zand klei)
mesolithicum of epipaleolithicum
Het mesolithicum (middensteentijd) is een aanduiding voor een cultuurperiode in Europa die begint na het aflopen van de laatste ijstijd en eindigt wanneer een samenleving overschakelt op landbouw en veeteelt en tal van nieuwe technologieën ontwikkelt of overneemt. Jagen, vissen en verzamelen waren de middelen van bestaan van de mensen in mesolithische culturen, die doorgaans als nomaden leefden; nederzettingen zijn zeldzaam en meestal tijdelijk
neolithicum
is die periode in de geschiedenis van de mensheid waarin de overgang plaatsvond van jagen en verzamelen naar akkerbouw en het weiden van kudden, en die eindigt met de ontdekking van de metaalbewerking (koper, brons, goud, zilver), waarna de bronstijd begint.
oudste kopervondsten zijn van ca 8000 v. Chr. in Anatolië.
Bronstijd:
(ca. 3000 tot 800 voor Christus) Brons verving gedurende de bronstijd geleidelijk vuursteen als belangrijkste materiaal voor gereedschap en wapens en werd ook gebruikt voor sieraden.
Enkele voorbeelden van bronzen voorwerpen:
Wapens: hellebaarden, dolken, zwaarden, speerpunten, pijlpunten
Gebruiksvoorwerpen: bijlen, sikkels, beitels, messen, gereedschap voor metaalbewerking
Sieraden: mantelspelden, armbanden, torques (hals versiering), spiralen, kralen
ijzertijd:
In West-Europa is dit van circa 800 voor Chr. tot de Romeinen naar de lage landen komen (circa het begin van onze jaartelling. In zuidelijker streken (het Midden-Oosten het oostelijke Middellandse Zee-bekken) was de overgang wat eerder ( vanaf ca. 1200 v. Chr.).
IJzer heeft diverse voordelen tegenover brons:
Het is harder, dus beter geschikt voor wapens en gereedschap
Het is makkelijker te bewerken
Het is makkelijker te repareren
De grondstof ervoor komt op veel meer plaatsen voor
Het gaat langer mee
~~
Typische elementen uit de ijzertijd zijn:
Broeken (van wol of linnen, vaak geruit)
IJzeren voorwerpen zoals bijlen, wapens, gereedschap, zagen
Bronzen munten
Bronzen situlae (zie hieronder)
Slingerkogels
IJzerwinning uit de natuur (Veluwe, moerasijzererts in het noorden, ijzeroer uit Brabant)
Een soort "upperclass" die bijzondere voorwerpen bezat zoals goud en koraal
Dan heb je nod de La Tène-periode en Hallstatt-periode waar men ontdekte dat men aan mijbouw deed, standbeelden maakte, complexe wapens en harnassen e.d. (cf romeinse wapenuitrusting)
Middeleeuwen (vroege, hoge, late):
de periode tussen grofweg 500 en 1500 na Christus
vroege:
Onder de vroege middeleeuwen of donkere middeleeuwen wordt over het algemeen verstaan: de periode van circa 500 tot 1000; het ontstaan van Europa na de ineenstorting van het Romeinse Rijk in West-Europa.
In eerste instantie neemt in de vroege middeleeuwen de geletterdheid af, Karel de Grote richt echter scholen op in zijn rijk waardoor de geletterdheid terug toeneemt. Het gebruik van geld valt ook grotendeels weg ten voordele van transacties in natura. Geld wordt wel nog als maatstaf gebruikt.
Het rechtssysteem verwatert in deze tijd, elke stam heeft zijn eigen gewoonterecht dat zoveel mogelijk gevolgd wordt. De Frankische vorsten reizen met heel hun gevolg van palts tot palts om de uitvoering van hun wetten te controleren en recht te spreken. Na Karel de Grote verandert het systeem van Frankische graven in een feodaal systeem.
hoge:
De hoge middeleeuwen of volle middeleeuwen duren bij conventie in Nederland van 1000 tot 1200. Het was in en kort na de tijd dat Europa geteisterd wordt door invallen van Noormannen, Hongaren en roversbendes.
In de landbouw vonden er belangijke verbeteringen plaats (drieslagstelsel), waardoor er meer geproduceerd kon worden. De uitvinding van de keerploeg was ook doorslaggevende techniek om de voedselproductie te verhogen. De keerploeg was namelijk geschikt om zware en natte gronden letterlijk om te gooien zodat het graan beter kan groeien.
De handel begon weer te bloeien na de val van het West-Romeinse Rijk. In Vlaanderen, het Rijnland en Noord-Italië bracht de handel een explosieve groei van de welvaart in de steden, zodat deze previleges van hun landsheren konden verwerven.
De bouwstijl van de middeleeuwen is de Romaanse stijl. In de 12e eeuw wordt die stilaan verdrongen door de Gotische bouwstijl. Men komt Gotiek meer in de noordelijke regionen van Europa tegen. Hoe verder men naar het zuiden gaat (dus dichter bij Rome) ziet men meer romaanse stijl.
Verder ontstonden de eerste universiteiten en scholen, op de renaissance-gedachte van Karel de Grote.
De Moren werden tijdens een langzaam maar gestaag voortgaande strijd uit Spanje verdreven. Thomas van Aquino ontwikkelde zijn theologie.
Het toneel kreeg door de bloei van het Christendom nieuwe impulsen, namelijk de liturigische gezangen werden ware kunstevenementen en vonden hun weg naar een breder publiek buiten de abdijen.
late:
Onder de late middeleeuwen wordt over het algemeen verstaan: de periode van circa 1200 tot 1500. De periode kenmerkt zich door een sterke verstedelijking in Europa, grote economische crises, een heropleving van de geldhandel en het afbrokkelen van de feodaliteit.
Militaire ontwikkelingen als de uitvinding van het kanon en grote, professionele infanterie-eenheden bewapend met slagzwaarden en pieken reduceerden de rol van ridders op het slagveld.
De steden namen het economische voortouw, vooral in de handel, waarvan het zwaartepunt verschoof van luxeproducten naar massagoederen als voedsel. De handel verbond de lokale economische structuren met de grote economische blokken rond de Middellandse Zee en de Oostzee. Een Europese economie ontstond.
De grenzen van de latere natiestaten begonnen zich af te tekenen.
De val van Constantinopel in 1453 bracht een vluchtelingenstroom van intellectuelen op gang van het Byzantijnse Rijk naar de steden van Italië. Deze vormde een belangrijke stimulans voor de renaissance, een culturele en wetenschappelijke ontwikkeling die Italië al sinds circa 1300 onderging, en die zich in de komende twee eeuwen over Europa zou verspreiden.
De vraag naar voedsel, goud en hout dreven de Europeanen ertoe steeds meer buiten het continent te opereren zoals de ontdekkingsreizen van Hendrik de Zeevaarder en Marco Polo aangaven. De technische vaardigheden ontwikkelden zich steeds sneller.
Nieuwe tijd:
De nieuwe tijd of de vroegmoderne tijd begint grofweg in 1500.
gekenmerkt door " ontdekkingsreizen, kolonialisme en verspreiding van de Westerse beschaving" , "Reformatie (godsdienst), godsdienstoorlogen" , wetenschappelijke revoluties, opkomst van het Absolutisme en Verlichting.
~~
verlichting: De Verlichting is de naam die gebruikt wordt om een politieke en filosofische beweging aan te duiden die de opvattingen over politiek, filosofie, wetenschap en religie binnen de westerse wereld grondig wijzigde. Het is niet mogelijk om het exacte begin en einde ervan aan te duiden, maar ruwweg duurde de Verlichting van 1650 tot de Franse Revolutie (eind 18e eeuw).
Het belangrijkste principe van de aanhangers van de Verlichting was dat men de waarheid omtrent bepaalde zaken kon vinden met behulp van de ratio (de rede, het verstand), in plaats van wat bijvoorbeeld kerkelijke autoriteiten zeiden zonder meer voor waar aan te nemen. Zo meende Isaac Newton dat in het heelal wetten golden die door de mens ontdekt konden worden. Het tegenovergestelde van de visie van de Verlichting wordt wel obscurantisme genoemd. Vele aanhangers van de Verlichting hebben vanwege hun ideeën in de gevangenis gezeten of moesten vluchten.
~~
absolutisme:
De absolute monarchie of het absolutisme is een regeringsvorm waarbij alle ambten binnen de staat uiteindelijk ondergeschikt zijn aan het gezag van de vorst. (cf Frankrijk in die tijd)
~~
wetenschappelijke revoluties: Op grond van de waarnemingen van Nikolaus Copernicus kwam Galileo Galilei tot de conclusie dat de zon in het midden van ons zonnestelsel staat. Hiervoor werd hij door de katholieke kerk veroordeeld tot levenslang huisarrest.
Het onderzoek van William Herschel waarbij hij 90.000 sterren bestudeerde en tot de conclusie kwam dat de zon onderdeel was van de melkweg, was een verwerping van het heliocentrisme en het begin van de moderne kosmologie.
Het experiment van Michelson en Morley, dat aantoonde dat de snelheid van het licht altijd constant is, wekte destijds veel verbazing. Het experiment leidde, via de wiskundige formulering door Hendrik Lorentz om het effect te beschrijven, tot de relativiteitstheorie van Albert Einstein.
Nieuwste tijd:
De nieuwste tijd begon rond 1800.
Belangrijke gebeurtenissen:
Franse Revolutie, Industriële Revolutie, opkomst van het kapitalisme, Eerste Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog.
~~
De industriële revolutie begon na de 18e eeuw toen de uitvinding en vervolgens de toepassing van de stoommachine een enorme impuls gaf aan de ontwikkeling van de voorheen ambachtelijke en kleinschalige werkplaatsen tot grootschalige industrie. Door de groei tot grote fabrieken zakte de prijs van de producten enorm zodat steeds meer mensen zich deze konden veroorloven. Dit was een trendbreuk in vergelijking met vroegere tijden.
Door verbeterde agrarische technieken waren er minder mensen nodig op het platteland en veel werkloos geworden boerenknechten begonnen een eigen werkplaats of trokken naar de stad voor werk.
De technische vaardigheden werden flink verbeterd door de wetenschappelijke revoluties vanaf de 17e eeuw.
Sinds de 16e eeuw was de Europese economie gaandeweg kapitalistisch geworden, hetgeen een zucht naar almaar grotere winsten inhield. Het geld dat verdiend werd met de groeiende internationale handel en de uitbuiting van koloniën kon geïnvesteerd worden in nieuwe technieken en verbeterde productiemethoden.
De industriële revolutie bestaat uit een aantal fasen.
Stoommachines:
Door de uitvinding van de Stoommachine, en voornamelijk door de verbeteringen daarin door James Watt, was het vanaf 1777 mogelijk om continue mechanische energie ter beschikking te hebben, zonder dat daar paarden of ossen voor nodig waren, en in veel grotere schaal dan deze dieren konden leveren. De mijnen en textielindustrie breidden zich hierdoor enorm uit, en de productiekosten daalden, mede door dit schaalvoordeel, enorm. De eerste fabrieken ontstonden. Doordat de stoommachine een groot en duur apparaat was, was het alleen voor grote bedrijven mogelijk om er een aan te schaffen.
~~
Elektriciteit
Door diverse uitvindingen omtrent elektriciteit aan het einde van de 19e eeuw, waarvan de bekendste de verbeterde gloeilamp door Thomas Edison was, werd een nieuwe energievorm algemeen toegankelijk. Het grote voordeel van elektriciteit boven stoom is dat het makkelijk te transporteren is, en daardoor ook voor kleine bedrijven en later zelfs burgers beschikbaar werd. Door de gloeilamp en de TL-buis werd het mogelijk om langer door te werken in fabrieken. Het was met elektriciteit mogelijk om alles te doen wat met stoom kon, vaak voor een lagere prijs, op kleinere schaal, veilig, en bijna overal. Door de uitvinding van de koelkast was het mogelijk om etenswaren langer vers te houden, waardoor de agrarische sector veranderde van een ambacht in een industrie.
~~
Aardolie
In de Verenigde Staten van Amerika werd aan het eind van de 19e eeuw de eerste aardolie opgepompt. Was dit in het begin alleen van belang voor de ontwikkeling van de automotor, met de uitvinding van bakeliet en andere kunststoffen, ontstond de chemische industrie. In bijna alle industriële producten zijn tegenwoordig aardoliederivaten verwerkt of is het transport ervan afhankelijk van aardolie.
~~
Communicatie en Digitalisatie
Door de uitvinding van de communicatie aan het eind van de 19e eeuw, en, vanaf de jaren 50, de computer, werd het mogelijk om informatie bijna overal ter wereld te raadplegen. Hierdoor werd het voor bedrijven mogelijk te globaliseren: de productie voor de hele wereld kan op één plaats plaatsvinden, waardoor weer een enorm schaalvoordeel mogelijk werd.
Eigen tijd:
In de geschiedschrijving wordt met Eigentijdse tijd de periode na de Tweede Wereldoorlog bedoeld.
Koude Oorlog, Wapenwedloop, De Culturele Revolutie in China, Dekolonisatie, Technologische ontwikkelingen, ruimtevaart, eerste mens op de maan, Opkomst van de massamedia: radio, tv, computer, internet, Ontstaan van een tegencultuur: hippies, milieubeweging, democratisering, Apartheid en de afschaffing daarvan, Globalisering, Postmodernisme
ruimtevaart: Zes belangrijke grondleggers voor de moderne ruimtevaarttechniek zijn de wetenschappers Herman Ganswindt (1856-1934), Konstantin Tsiolkovski (1857-1935), Robert Goddard (1882-1945), Hermann Oberth (1894-1990), Sergei Korolev (1906-1966) en Wernher von Braun (1912-1977).
radio:In 1895 lukt het Guglielmo Marconi (1874-1937) als eerste een radioverbinding van enkele kilometers te maken met een zelfgemaakte zender en ontvanger. Ongeveer tegelijkertijd doet Alexander Stepanovitch Popov hetzelfde. Beiden bouwden voort op het werk van Heinrich Hertz, die in 1887 ontdekte hoe elektromagnetische radiogolven konden worden opgewekt en terug ontvangen
tv: De elektromechanische televisie die Paul Gottlieb Nipkow ontwikkelde en patenteerde in 1884 was de basis hiervan
computer: Charles Babbage, een wiskundige, vroeg zich af of de tabellen niet machinaal gegenereerd konden worden. Hiervoor bedacht hij in 1822 de "differentiemachine"; een concept voor een machine die tabellen van veeltermen kon uitschrijven. Hij vond het niet complex genoeg dus hij veranderde het ontwerp van de machine. Aldus kwam hij in 1833 met de "analytische machine". Deze machine zou met invoer vanaf ponskaarten wiskundige bewerkingen kunnen uitvoeren. Deze machine wordt algemeen gezien als het concept van de computer. Pas in 1938 werd de eerste computer gebouwd door Konrad Zuse. Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van computers een snelle vlucht. De computers in de jaren 1950-1980 waren vooral mainframes: zeer grote computers, waar honderden tot duizenden gebruikers gelijktijdig op konden werken.
internet: De oorsprong van het internet is te vinden in ARPANET, een in 1969 gestart netwerk van militaire netwerken, en later ook universiteitsnetwerken, in de Verenigde Staten.
en zeg nu nog eens dat marsmannetjes ons alles geleerd hebben..