Inch
Legacy Member
1. De geschiedenis na de eerste wereldoorlog wordt eigenlijk als vak apart behandeld op de universiteit. Op de UGent noemt dat eigentijdse geschiedenis (ik heb dat indertijd gehad van H. Balthazar).
Nu is het opdelen van de geschiedenis in vakjes (termini a quo / ad quem) eerder arbitrair. Iemand anders zou alles na de Tweede Wereldoorlog Eigentijdse Geschiedenis noemen.
Het is een eenvoudig voorbeeldje dat toont dat er geen 100% consensus bestaat in het historische vak. En dat is best wel mooi want heel wat inzichten kunnen van elkaar verschillen, en toch valabel zijn.
Zo kan iemand de CCC héél erg belangrijk vinden omdat ie bijvoorbeeld in die tijd is opgegroeid, maar iemand anders kan daar totaal geen boodschap aan hebben omdat het iets dat ver van het bed staat. Een geschiedenisleraar kan een gans jaar de klemtoon liggen op socio-economische geschiedenis en de politieke geschiedenis er minimaal bij betrekken en vice versa. Da's perfect mogelijk.
2. Tegenwoordig houdt enkel nog het team van Histories zich bezit met het maken van documentaires. En zelfs zij brengen soms dingen van bedenkelijk allooi (de historie van Miss België
). Vroeger was het beter? Het feit dat de periode rond WO2 (interbellum tot koningskwestie) zo populair was, komt doordat veel mensen die periode hebben meegemaakt. Zo was het legendarische "De Nieuwe Orde" van Maurice De Wilde begin jaren '80 zéér populair. De man interviewde dan ook getuigen van toen. De Nieuwe Orde was eigenlijk baanbrekend omdat het een taboe doorbrak: de tijd waarover vader of grootvader niet sprak. Dat was toen schandaal. Wie 25 jaar later naar die reeks kijkt, ziet dat met andere ogen: WO2 ligt immers meer als een halve eeuw achter ons. Kortom: ook hier speekt de tijd tussen toen en nu, een rol in onze perceptie van de feiten.
Nu is het opdelen van de geschiedenis in vakjes (termini a quo / ad quem) eerder arbitrair. Iemand anders zou alles na de Tweede Wereldoorlog Eigentijdse Geschiedenis noemen.
Het is een eenvoudig voorbeeldje dat toont dat er geen 100% consensus bestaat in het historische vak. En dat is best wel mooi want heel wat inzichten kunnen van elkaar verschillen, en toch valabel zijn.
Zo kan iemand de CCC héél erg belangrijk vinden omdat ie bijvoorbeeld in die tijd is opgegroeid, maar iemand anders kan daar totaal geen boodschap aan hebben omdat het iets dat ver van het bed staat. Een geschiedenisleraar kan een gans jaar de klemtoon liggen op socio-economische geschiedenis en de politieke geschiedenis er minimaal bij betrekken en vice versa. Da's perfect mogelijk.
2. Tegenwoordig houdt enkel nog het team van Histories zich bezit met het maken van documentaires. En zelfs zij brengen soms dingen van bedenkelijk allooi (de historie van Miss België
). Vroeger was het beter? Het feit dat de periode rond WO2 (interbellum tot koningskwestie) zo populair was, komt doordat veel mensen die periode hebben meegemaakt. Zo was het legendarische "De Nieuwe Orde" van Maurice De Wilde begin jaren '80 zéér populair. De man interviewde dan ook getuigen van toen. De Nieuwe Orde was eigenlijk baanbrekend omdat het een taboe doorbrak: de tijd waarover vader of grootvader niet sprak. Dat was toen schandaal. Wie 25 jaar later naar die reeks kijkt, ziet dat met andere ogen: WO2 ligt immers meer als een halve eeuw achter ons. Kortom: ook hier speekt de tijd tussen toen en nu, een rol in onze perceptie van de feiten.
:
