Het begint met de 3 van hen die samen besloten om een vakantie te maken naar Australië, een soort van roadtrip langs de oostkust. De dag voordien kwamen ze aan in Port Douglas, een klein gehucht aan de kust. Daar hebben ze dan een hele dag zitten zeilen, en hebben zo Jerry leren kennen (NPC). Tijdens het avondeten (seafood buffet) hebben ze hem beter leren kennen, en hij bleek iemand van de omgeving te zijn. Hij heeft aangeboden om hen te begeleiden naar een plaatselijk natuurpark, ongeveer een uurtje rijden van Port Douglas, en ze spraken af om 7u 's morgens aan de huurauto.
De 3 vrienden stonden om 7u an de wagen, maar Jerry zelf kwam pas om 7u20 op dagen. Hij zag er niet al te best uit, en volgens hem was het waarschijnlijk iets dat hij gegeten had. Maar beloofd was beloofd, en hij stapte de auto in en samen vertrokken ze richting Daintree National Reserve. Karel zat achter het stuur, Ed naast hem (nog altijd wat dronken van de avond voordien). Cedric zat naast Jerry, en merkte dat die er echt niet goed uitzag. Karel vroeg of het nog ging met Jerry, waarop Jerry plots hevig begon te braken. Het was duidelijk dat dit ernstig was.
Karel zette de wagen aan de kant, en Cedric stapte uit om Jerry mee uit de wagen te helpen (Ed zat ondertussen nog steeds groggy in de passagierszetel). Jerry bleef overgeven, en Karel besloot om de hulpdiensten op te bellen. Hij kreeg echter geen verbinding, alle lijnen bleken precies overbelast.
Cedric merkte in de verte een veld op waar een boer zat te ploegen op z'n tractor, en samen besloten ze tot daar te rijden. Aangekomen aan het veld, bekommerde Karel zich om Jerry terwijl Cedric over het veld naar de landbouwer liep. Ed drukte op de claxon om extra aandacht te trekken. De landbouwer keek op, en was toen verontwaardigd over de levensgevaarlijke stunt die Cedric uithaalde door zo over z'n veld te lopen terwijl hij aan het ploegen was.
Cedric legde de situatie uit, en de landbouwer liet weten dat het dichtstbijzijnde ziekenhuis in het stadje Mossman lag, ongeveer een half uurtje naar het noorden rijden. Terug in de auto, gaf Karel plankgas, en 20 minuutjes later kwamen ze in het ziekenhuis aan. Karel en Cedric hielpen Jerry naar binnen, terwijl Ed amper uit z'n stoel geraakte.
Binnen gingen ze meteen naar de balie en zeiden hoe Jerry waarschijnlijk iets fout gegeten had, maar hij nu zwaar zat te lijden. De verpleegster aan de balie riep via de intercom Dr. Casey naar de balie. Karel en Jerry namen plaats in de wachtzaal, terwijl Cedric terug naar buiten ging om de auto deftig te parkeren (en hopelijk Ed mee naar binnen te krijgen).
Binnen kwam Dr. Casey aan bij Karel en Jarry, en Karel herhaalde het verhaal. De dokter keek even naar de pupillen van Jerry, en zag dat het inderdaad ernstig was. Hij vroeg aan het duo om even te wachten terwijl hij een rolstoel ging halen, en toen hij terug kwam, moest Jerry weer hevig braken. Deze keer was hij ook bloed aan het overgeven. Nadat Jerry terug wat rustiger was, nam Dr. Casey hem mee via een dubbele deur naar de spoedafdeling.
Uiteindelijk kreeg Cedric Ed uit de auto (dankzij een flesje Jägermeister dat in hun bagage zat), en ze vervoegden zich bij Karel. Karel en Ed gingen zich even verfrissen in de toiletten, terwijl Cedric een koffie ging halen (het was namelijk al even geleden dat hij koffie had gedronken, en de man was er een beetje verslaafd aan

). Terwijl hij z'n koffie uit een automaat haalde, werd via de intercom een medisch team opgeroepen voor een noodgeval. Het team stormde niet veel later naar buiten en vertrok met loeiende sirenes.
Niet veel later kwam Dr. Casey terug naar de wachtzaal, en zei dat het er niet goed uitzag voor Jerry. Ze gingen alles doen wat ze konden, maar het zou een mirakel zijn mocht hij het overleven. Het trio moest even slikken. Ze verklaarden dat ze slechts toeristen uit België waren, en geen idee hadden wie Jerry echt was of waar z'n familie was. Ze zeiden dat ze in het Port Douglas Seaside Hotel verbleven, en de verpleegster achter de balie ging proberen om daar eens te horen of zij misschien wisten wie Jerry was. Cedric merkte echter dat ook zei geen succes had met het gebruik van de telefoon.
Ze bleven wachten, en ongeveer een kwartier later hoorden ze het geluid van dichterbij komende sirenes. Het medisch team dat niet lang geleden haastig was vertrokken, was terug gekeerd. Ze renden naar binnen met 2 brancards, met op elk van hen een zwaar gewonde persoon... waarvan één van hen zich zwaar aan het verweren was. Ook zij verdwenen door de dubbele deur.
Na nog even gewacht te hebben, besloot het trio om verder te gaan, en gaven hun gegevens af bij de balie, met de vraag hen te contacteren mocht er nieuws zijn. Ze draaiden zich om, en net toen ze naar buiten wilden gaan, hoorden ze een enorm kabaal van voorbij de dubbele deur naar de operatiekamers. Een doctor, besmeurd met bloed, kwam aangelopen en riep naar de balie dat ze onmiddelijk de politie moest bellen. De maniakale vrouwe die de arme drommel op de weg had aangevallen, was keet aan't schoppen in de operatiekamer. De verpleegster aan de balie antwoordde dat er iets mis was met de telefoons, en dat ze niemand kon bereiken.
Karel, onze stevige bandarbeider, gaf zichzelf op als vrijwilliger om mee de vrouw in bedwang te houden, terwijl Cedric en Ed besloten om samen naar het politiekantoor te rijden om daar hulp te gaan halen. Karel was ondertussen samen met de dokter naar de kamer gelopen waar het onheil zich afspeelde, en Cedric en Ed liepen naar hun auto. Bij de kamer aangekomen, zagen ze nog een dokter komen aanlopen uit de andere richting. Plots vloog de deur van de operatiekamer open, en een vrouw bedekt in bloed strompelde naar buiten. Voor iemand kon reageren, stortte ze zichzelf op de ene dokter en beet hem in de hals. Met een stevige ruk, scheurde ze een stuk van z'n vlees weg, waarop de dokter het in pijn uitschreeuwde. De dokter bij Karel haastte zich naar z'n collega, en trok de vrouw van hem en duwde ze richting Karel, die zijn arm aan haar keel zetten en haar een klop in de maag verkocht met de hoop ze te bedwingen. De klop was echter nutteloos, want de vrouw bleef spartelen en happen naar Karel. Hij merkte dat haar ogen glazig wit waren, en dat er een enorme kracht achter haar bewegingen zat. De ene dokter op de grond had z'n handen aan z'n hals. Het bloed gutste op de grond, en de andere dokter probeerde hem te helpen.
Cedric en Ed zaten ondertussen in de auto, en zagen een nieuwe ambulance aankomen rijden. Ze reden richting het centrum van de stad, en in de achteruitkijkspiegel zagen ze ongeveer hetzelfde tafereel als ervoor (medisch team met brancards en gewonde mensen erop).
Karel probeerde ondertussen de vrouw in bedwang te houden, wanneer plots de deuren van de operatiekamer weer opensloegen, en er nu 3 mensen naar buiten strompelden (2 dokters en het andere slachtoffer). Ook zij zaten volledig onder het bloed, en Karel merkte dat de ene dokter z'n arm volledig open lag, terwijl de andere een wonde in z'n kaak had, alsof hij ook gebeten was. De ene dokter keek op terwijl hij de andere probeerde recht te helpen, en met angst in de ogen zag hij dat de 3 nieuwkomers op hen vielen.
Karel moest lijdzaam toekijken hoe de dokters in stukken werden gescheurd. Hij besloot dat het hoog tijd was om weg te komen, en duwde de vrouw van zich af. Hij had echter haar kracht onderschat, dus ver duwde hij ze niet. Op dat moment kwam het andere medische team aangelopen, en konden hun ogen nauwelijks geloven. Twee van hen grepen de vrouw vast, elk bij een arm. Een derde trok Karel naar achter en zei dat zij het wel aan konden (Karel was voor hen immers een onbevoegde).
Karel draaide zich om, en hoorde plots een deur naast hem opengaan. Hij zag Jerry naar hem toekomen lopen, of beter gezegd, strompelen. Hij had ook die witte glazige blik in z'n ogen, en ook hij was bedekt in bloed, vooral rond z'n mond. Karel kon nog net een glimp van in de kamer opvangen, en zag daar een waar bloedbad. Dr. Casey lag er op de grond, en bewoog niet. Een bot zat door z'n arm. Plots begon het hand spastische bewegingen te vertonen.
Ondertussen reden Cedric en Ed richting het centrum, en onderweg kwamen ze nog een ziekenwagen tegen die in rotvaart naar het ziekenhuis reed. Toen ze bijna aan het kruispunt waren, kwam er plots een wagen schuin op hen afgereden, en crashte vlak voor hen tegen een gevel van een gebouw. Cedric stopte de wagen en zei tegen Ed dat ze moesten gaan helpen, maar Ed stamelde dat er hier iets serieus mis was, en weigerde om uit te stappen.
Bij de wagen aangekomen, zag Cedric dat de bestuurder tegen z'n stuur ineengezakt zat, en niet meer ademde. Hij merkte ook dat de persoon een bijtwonde in z'n schouder had. Cedric liep snel terug naar de huurauto, en zei dat ze best zo snel mogelijk bij het politiebureau moesten zien te geraken. Op dat moment reden er plots 3 politiewagens met hoge snelheid over het kruispunt, richting de baan naar Port Douglas.
Cedric zette de wagen in gang, en toen ze het kruispunt opreden zagen ze enkel chaos. Wagens die op elkaar gebotst waren, sommige in brand. Mensen die elkaar aanvielen. Geschreeuw en gegil. Ed zei dat ze niet tot aan het bureau zouden geraken, en dat ze best zo snel mogelijk omkeer moesten maken, terug naar het ziekenhuis. Cedric ging akkoord, en zette de wagen in achteruit. Op dat moment zag hij in z'n achteruitkijkspiegel dat er een grote vrachtwagen met hoge snelheid kwam aangereden op het midden van de baan. Nog voor Cedric kon reageren, ramde hij de achterkant van hun wagen, waardoor ze in het rond tilden. De vrachtwagen reed zonder vertragen verder, recht in op de mensenmassa.
Ondertussen in het ziekenhuis, was Karel snel teruggelopen naar de balie. De verpleegster daar vroeg wat er aan de hand was, en Karel zei dat ze dat liever niet wou weten. De rouw liep naar hem toe, en wou zelf gaan kijken wat het probleem was, maar Karel hield haar tegen terwijl hij de dubbele deur blokkeerde met z'n lichaam. Hij voelde iemand langs de andere kant van de deuren duwen, en hij keek snel rond of hij iets kon vinden om zich met te verdedigen. Hij zag een brandblusapparaat achter de balie, en besloot dat dat dat voorlopig moest volstaan. Hij maakte zich klaar om er naartoe te lopen, en trok de vrouw met zich mee. De deuren ging open, en Jerry kwam de zaal binnen gestrompeld. De vrouw keek raar op, en zei tegen Karel dat z'n vriend er nogal raar uitzag. Karel zei niets, en nam vlug het brandblusapparaat.
Jerry kwam dichter, en Karel sloeg Jerry tegen z'n gezicht met de onderkant van het brandblusapparaat. Jerry viel achterover, maar begon meteen terug recht te staan. Karel wou nogmaals uithalen, maar verloor z'n evenwicht en raakte de lage kast achter de balie in de plaats. Hij riep dat de vrouw over de balie moest springen, maar Jerry was toch iets sneller en greep haar bij het been. Karel besloot dat hij geen andere keuze had, en sloeg Jerry nogmaals met het brandblusapparaat. Jerry viel weer omver, maar omdat hij zo'n sterke grip had, scheurde hij een stuk van het vlees van de vrouw haar been mee af. De vrouw schreeuwde het uit van de pijn. Karel nam de brandblusser, en sloeg herhaaldelijk op Jerry, tot hij uiteindelijk z'n hoofd tot pulp had geslagen. Stukjes hersenen bleven aan het apparaat hangen. Jerry smeet de brandblusser weg, greep de vrouw bij de arm, en zei dat ze hier als de bliksem weg moesten.
Ondertussen kwamen Cedric en Ed terug bij hun positieven. Ze hadden allebei pijn, maar niets ernstig. Cedric kreeg zijn deur niet open, en kroop samen met Ed dan maar door de deur van de passagier. Ze zagen de vrachtwagen iets verderop. Hij was tot stilstand gekomen... midden in een grootwarenhuis. Een spoor van lijken was zichtbaar in de chaos. Ze zagen hoe sommige mensen zich stilaan naar hun locatie aan het begeven waren, en ze besloten om zo snel mogelijk weg te gaan. Met hun huurwagen total loss, moesten ze wel te voet gaan. Ze grepen hun bagage (die over de weg verspreid lag, want de koffer van de wagen was gewoon verdwenen) en liepen terug richting ziekenhuis. Toen ze voorbij de daarvoor gecrashte auto kwamen, zag Cedric dat de man achter het stuur zat te spartelen, tegengehouden door z'n gordel. Cedric kon zweren dat de man dood was daarnet, maar Ed maande hem aan om verder te lopen.
Karel was samen met de vrouw naar buiten gelopen, en zag een derde ziekenwagen voor de deur staan, nog met loeiende sirene. De achterdeuren waren nog open, en Karel (die op dat moment niets verdachts (relatief, natuurlijk) opmerkte) wou gaan kijken of hij iets kon vinden om het been van de vrouw te verzorgen. Toen hij in de cabine keek, zag hij bestuurder van de ziekenwagen... of wat er van overbleef. Z'n patiënte was hem namelijk aan het oppeuzelen. De vrouw keek op, darm nog in haar mond, en begon toen met haar handen richting Karel te graaien. Karel aarzelde niet, en sloot de deuren van de cabine. Hij liep toen met de verpleegster naar de andere ziekenwagen, op zoek naar sleutels, maar vond er geen. Hij probeerde dan maar de auto te hotwiren, maar dat lukte hem niet echt. Geen zin om tijd te verliezen, liep hij naar de 3e ziekenwagen, en daar had hij meer geluk. Hij vond geen sleutels, maar het hotwiren lukte meteen. Hij liep terug naar de verpleegster, en hielp haar mee de wagen in. Samen vertrokken ze richting centrum, op weg naar het politiebureau.
Onderweg zag hij in de verte 2 mensen aankomen lopen, maar hij kon niet uitmaken wie het waren. Hij besloot om plankgas te geven, hij kon geen risico's nemen.
Cedric en Ed zagen op weg naar het ziekenhuis een ambulance aankomen rijden, en lieten hun bagage vallen en begonnen te zwaaien om hem tegen te houden. Het centrum was immers te gevaarlijk.
Karel zag de mensen plots met hun arme zwaaien, en toen hij dichterbij kwam zag hij dat het z'n vrienden waren. Hij stopte en begroette z'n vrienden. Plots hoorden ze een enorm explosie, en Ed en Cedric dachten dat het waarschijnlijk die vrachtwagen was die het warenhuis was ingereden. Cedric klom vlug bij Karel en de verpleegster (die hij herkende als de vrouw achter de balie) vooraan in de wagen. Ed kroop achterin. Toen ze verder reden, en de adrenaline iets gedaald was, kreeg Ed z'n shock. Hij staarde voor zich uit en begon onophoudend met z'n hoofd te schudden. "Zombies zijn is niet echt, zombies zijn niet echt", herhaalde hij.
Ze reden terug richting Port Douglas, en toen ze de stad verlieten zagen ze dat mensen zelfs in hun huizen werden aangevallen. Na een half uur rijden, reden voorbij het veld van de behulpzame landbouwer. Ze hoorden luide knallen. Ze zagen hoe de boer op z'n tractor stond, geweer in handen. Hij zat te schieten op een groepje mensen die naar hem toe wandelde, maar elke keer hij iemand neerschoot, kwam die persoon langzaam weer recht.
Ze vroegen zich af wat ze moesten doen, maar voor ze konden beslissen, werd de boer van z'n tractor getrokken en bedolven onder een groep mensen. Ze zagen dat ze niets meer konden doen.
Ze reden de weg in, richting Port Douglas, maar toen ze dichterbij kwamen, zagen ze dat de weg geblokkeerd was door 3 politiewagens. Echt dichterbij konden ze niet komen, want bijna een dozijn mensen was zich tegoed aan het doen op de levenloze lichamen van de agenten. Ze draaiden de wagen weer om, en besloten om verder naar het zuiden te trekken. Ze lieten Port Douglas achter zich, en zagen veel zeilboten wat verder in de zee. Sommigen hadden zich duidelijk zo in veiligheid gebracht.
10 minuten later kwamen ze aan in de staart van een lange file. Op het eerste zicht was er niets gevaarlijks aan de hand. Mensen zaten gewoon in hun auto, ongeduldig te wachten tot ze verder konden rijden. Cedric stapte uit, en wandelde naar de dichtstbijzijnde auto. Hij liep langs de passagierskant, en zag een klein meisje van een jaar of 6 op de achterbank, een plushen konijn knuffelen, met angst in haar ogen. Hij kon ook de ouders zien, ze waren hevig met elkaar in discussie. Hij klopte op de raam van de passagierskant, en de vrouw schrok zich een bult en gaf een gil. De man stapte kwaad uit, en riep naar Cedric allerlei verwensingen om mensen zo te laten doen verschieten.
Cedric verontschuldigde zich, en vroeg aan de man of hij wist wat er gaande was. De man wist het zelf niet goed, buiten dat mensen plots gek waren geworden en anderen zaten aan te vallen. Cedric liet het woord zombies vallen, en de man keek hem aan of hij gek was. Cedric hoorde het meisje zeggen: "Mama, wat zijn zombies?" De vader werd kwaad en zei tegen Cedric dat hij moest maken dat hij hen met rust liet.
Op dat moment hoorde Cedric gegil van verder in de file, en zag veel mensen naar hem toe lopen, of richting de bossen aan de kant van de weg. De vader kroop snel achter z'n stuur, en Cedric liep snel terug naar z'n vrienden. Hij zei dat ze hier zo snel mogelijk weg moesten. Nog voor Karel tijd had om de wagen in achteruit te zetten, reed de vader in de auto voor hen recht op hen in, duidelijk makend dat ze zich moesten haasten. Met een bluts in de bumper rijker, draaide Karel de ziekenwagen en reed terug richting noorden.
Karel en Cedric keken naar elkaar, vragend wat ze moesten doen (terwijl Ed nog steeds met z'n hoofd zat te schudden, en de verpleegster voorin catatonisch voor zich uit zat te staren). Ze besloten om te gaan schuilen in de boerderij.
Aangekomen aan het veld, zagen ze het hoopje mensen aan de tractor liggen, de arme landbouwer op te eten. Karel kon het niet aanzien, en gaf plankgas. Nog voor Cedric iets kon zeggen, ramde de ziekenwagen de tractor (Karel had de controle een beetje verloren), met het hoopje mensen geplet tussen beide wagens. Dankzij de airbags hadden zowel Karel als Cedric niet veel last van de crash. Ed had wat meer pijn, maar door de schok was hij tenminste terug bij z'n zinnen. De verpleegster had echter minder geluk. Ze was immers tussen de 2 airbags beland, en lag nu bewusteloos tegen het dashboard. Cedric zag dat een van haar ribben uit haar lichaam stak. Cedric keek kwaad naar Karel, en stapte uit. Hij zag dat het voorwiel van de wagen op iemand stond, die vooruit probeerde te kruipen, maar niet ging vanwege het gewicht op hem. Ook Karel stapte uit, op zoek naar het geweest dat de landbouwer vast had, maar hij kon het nergens vinden in de ravage. Cedric haastte zich naar achter en opende de cabine waar Ed naar buiten kwam gekropen. Cedric vond enkele medische supplies en stak ze in zijn bagage, terwijl hij de rest van z'n spullen dumpte (kleren, tandenborstel, schrijfgerief, e.d.)
Cedric keek naar Ed en Karel, en zei dat ze de vrouw niet met zich mee konden nemen. Ze ging hun enkel vertragen, en de kans was groot dat ze het toch niet ging overleven, aangezien ze zelf amper EHBO kenden. Karel zei echter dat ze haar niet zo konden achterlaten, en Cedric ging hiermee akkoord. Hij doorzocht even de cabine, en vond een scalpel. Hij nam de scalpel stevig vast, ging naar de voorkant, en sneed de vrouw haar keel over. Hij zocht even in de zakken van de vrouw, voor het geval ze nog iets bruikbaars bij zich had, maar vonden enkel 3 pennen in haar zak. Hij kroop terug uit de auto, en zag in de verte over het veld 3 mensen op hem afstrompelen. Cedric riep naar z'n vrienden dat ze voort moesten maken, en ze grepen hun spullen en renden richting de boerderij, ongeveer een halve kilometer verder.)
Bij de boerderij aangekomen, was alles relatief rustig. Op het eerste zicht was er geen spoot van gekke mensen... of zombies, zoals Ed ze noemde (hij was immers gekend met fantastische zaken uit de literatuur). Cedric sloop naar de ramen van de boerderij om binnen te kijken, maar zag geen beweging. "Ik zie niemand", fluisterde hij naar Karel en Ed. Ed zag in de verte nog meer mensen afkomen. Karel besloot dan maar dat de kust veilig genoeg was, en trapte de voordeur in. Ed en Cedric hoorde plots een luide knal, en Karel vloog een paar meter achteruit, z'n borstkas hevig bloedend. In het huis stond een meisje van 8 jaar, tranen in de ogen, trillend op haar benen... geweer in de handen waar nog rook uit kwam. Ed en Cedric konden niet geloven wat er zojuist was gebeurd. Plots kwam er een ander meisje van ongeveer 16-17 jaar in het zicht, en ze liep naar het jongere meisje toe. "Emily! Wat heb je gedaan?!" riep ze, maar het jonge meisje bleef luid snikken. Het oudere meisje nam het geweer af en liep naar buiten.
Cedric wierp z'n handen in de lucht. "We hebben niets gedaan!" riep hij. "We wilden ons hier gewoon verschuilen!"
Het oudere meisje keek naar het veld en zag de dichterbij komende figuren. "Naar binnen, vlug!" riep ze.
Cedric liep naar Ed, die gehurkt naast Karel zat. Samen heven ze hem op, en brachten hem naar binnen. Het oudere meisje deed de deur dicht, en barricadeerde deze met een tafel en een kast. Karel werd op de zetel in de living gelegd, en het oudere meisje deed snel de rolluiken allemaal naar beneden, zodat niemand naar binnen kon kijken. het jongere meisje, Emily, stond nog steeds met tranen in haar ogen te snikken.
Het zag er niet goed uit voor Karel. Hoewel hij nog leefde, was hij snel bloed aan het verliezen. Samen met het oudere meisje probeerden Ed en Cedric het bloeden te stelpen. Dit lukte uiteraard niet meteen. Na enkele pogingen (en minuten), was het hun eindelijk gelukt, maar het zag er echt niet goed uit voor Karel.
Plots hoorde ze van buitenaf gebonk op de rolluiken en muren, en het jonge meisje begon eindelijk te spreken. "L-Lauren... ze... ze z-zijn hier."
\einde sessie - to be cont.