In de nacht van dinsdag 25 op woensdag 26 juli 2017 bereikte de regering een akkoord over de begroting voor volgend jaar. In dit akkoord werden ook verschillende maatregelen genomen die een impact hebben op de belegger. Hierna geven we de verschillende punten weer zoals wij die nu kennen. De concrete uitvoering en impact van deze maatregelen zal moeten verduidelijkt worden in de komende dagen en weken. Er zijn op dit ogenblik dus nog geen ontwerpwetteksten voorhanden. Onder voorbehoud van de uitvoering van deze maatregelen door het Parlement. Verwacht wordt dat deze maatregelen in hoofdzaak in werking zullen treden op 1 januari volgend jaar.
1. Abonnementstaks op effectenrekeningen
Er zou een taks worden geheven van 0,15% op effectenrekeningen. Deze taks zou alleen van toepassing zijn op effectenrekeningen met een waarde van meer dan 500.000 EUR. Dit bedrag wordt berekend per hoofd, bijgevolg per fiscaal gezin 1 mio EUR. Bij een volume van 500.000 EUR of meer wordt de totale effectenrekening belast en niet enkel het meerdere.
De banken zullen de taks moeten innen en moeten daarvoor maandelijks een waardebepaling doen van de effectenrekening. Op dit gemiddelde wordt het tarief dan toegepast. Enkel objectief waardeerbare effecten zouden in aanmerking komen, er zou m.a.w. geen rekening worden gehouden met niet-beursgenoteerde effecten.
In scope zouden aandelen, obligaties en fondsen zijn. Uitgesloten: beleggingsverzekeringen en pensioensparen. Omzeiling via het openen van verschillende effectenrekeningen is niet mogelijk, vermits aan deze maatregel ook een aangifteplicht zal gekoppeld worden. Buitenlandse (effecten)rekeningen moeten nu ook al aangegeven worden.
Nog vele vragen blijven onbeantwoord: zijn enkel effectenrekeningen op naam van Belgische residenten geïmpacteerd, wat met rekeningen van vennootschappen, VZW’s, onverdeeldheden, enz… ?
2. Verhoging beurstaks
De percentages beurstaks zouden nogmaals worden opgetrokken.
Huidig tarief van:
0,09% (obligaties) wordt verhoogd naar 0,12%
0,27% (aandelen) wordt verhoogd naar 0,35%
3. Vrijstelling gereglementeerde spaardeposito’s
De huidige vrijstelling van 1.880 EUR voor interesten van gereglementeerde spaardeposito’s wordt gehalveerd en zal bijgevolg 940 EUR bedragen.
Gezien de huidige rentestand zal dit een eerder kleine impact hebben voor de belegger.
4. Stimulering spaargeld
Op de eerste schijf van 627 EUR dividenden van aandelen zal geen roerende voorheffing van 30% meer moeten worden betaald. Dit levert de belegger een belastingvoordeel op van 188,10 EUR op.
De vrijstelling zou worden ingevoerd via de belastingaangifte. Concreet zal de belegger dus eerst 30% RV moeten betalen op de dividenden die hij int via de financiële tussenpersoon.
Welke aandelen precies in aanmerking zullen komen voor deze gunstmaatregel (enkel beursgenoteerde of bv. ook aandelen van de ‘eigen’ vennootschap) is op dit ogenblik niet duidelijk. Ook of deze maatregel enkel geldt voor Belgische natuurlijke personen is op dit ogenblik onduidelijk.
5. Pensioensparen
Naast het huidige systeem van pensioensparen (bv. via KBC Pricos) waarbij een belastingvermindering van 30% wordt genoten voor een maximale jaarstorting van 940 EUR (hetgeen een fiscaal voordeel van 282 EUR oplevert), zou een nieuw systeem worden ingevoerd waarbij jaarlijks maximaal 1.200 EUR kan worden gestort wat een belastingvermindering van 25% zou opleveren (in concreto 300 EUR).
6. Gemeenschappelijke beleggingsfondsen
Voortaan zal de belegger ook RV moeten betalen op uitkeringen uit gemeenschappelijke beleggingsfondsen (GBF). Tot op heden geldt hiervoor immers een vrijstelling. Hoe deze maatregel precies zal worden uitgevoerd is momenteel nog onduidelijk. We verwachten evenwel dat enkel toekomstige investeringen zullen getroffen worden en dat de huidige beleggingen in een GBF gevrijwaard zullen blijven.
7. Afschaffing 25%-drempel voor fondsen onderworpen aan ‘Reynders-taks’
Momenteel zijn enkel ICB’s die voor meer dan 25% in schuldvorderingen beleggen in scope van de roerende voorheffing (de zogenaamde ‘taks Reynders’). Deze drempel zou afgeschaft worden, waardoor alle fondsen in scope komen. Er zou echter maar RV verschuldigd zijn op het obligatierendement in deze fondsen. Een fonds dat bijgevolg volledig in aandelen belegt, zou dan niet geïmpacteerd zijn door deze maatregel. Bovendien verwachten we dat enkel toekomstige investeringen geïmpacteerd zullen zijn.